De ID's van exporteerbare schijven weergeven

Om een fysiek volume als een virtueel apparaat te kunnen exporteren, moet het fysieke volume een uniek ID (UDID), een fysiek ID (PVID) of een IEEE-volumekenmerk hebben. Met de volgende procedure kunt u vaststellen welke schijven een ID hebben.

Een lijst weergeven van schijven met een UDID

Voer onderstaande stappen uit om een lijst weer te geven van schijven met een UDID:
  1. Typ op de opdrachtregel van Virtuele I/O-server de opdracht oem_setup_env.
  2. Typ odmget -qattribute=unique_id CuAt. De schijven met een UDID worden weergegeven. Er wordt informatie afgebeeld die lijkt op het volgende:
    CuAt:
    	name = "hdisk1"
    	attribute = "unique_id"
    	value = "2708ECVBZ1SC10IC35L146UCDY10-003IBMscsi"
    	type = "R"
    	generic = ""
    	rep = "nl"
    	nls_index = 79
    
    CuAt:
    	name = "hdisk2"
    	attribute = "unique_id"
    	value = "210800038FB50AST373453LC03IBMscsi"
    	type = "R"
    	generic = ""
    	rep = "nl"
    	nls_index = 79
    Apparaten in de lijst die toegankelijk zijn vanuit andere Virtuele I/O-server-partities kunnen worden gebruikt in Virtual SCSI MPIO-configuraties.
  3. Typ exit.

Een lijst weergeven van schijven met een PVID

Voer onderstaande stappen uit om een lijst weer te geven van schijven met een PVID:
  1. Om een lijst met apparaten met een PVID weer te geven, typt u lspv. Als in de tweede kolom de waarde none staat, heeft het fysieke volume geen PVID. Er moet een PVID aan het fysieke volume worden toegewezen voordat het kan worden geƫxporteerd als virtueel apparaat.
  2. Typ de volgende opdracht op de opdrachtregel van Virtuele I/O-server: chdev -dev physicalvolumename -attr pv=yes -perm

Een lijst weergeven van schijven met een IEEE-volumekenmerk

Met de volgende opdracht kunt u bepalen of een apparaat een IEEE-volumekenmerk heeft:
lsattr -l hdiskX 

Feedback verzenden|Deze pagina beoordelen