Als u een virtueel doelapparaat wilt maken, waarmee de virtuele SCSI-serveradapter aan een fysiek of logisch volume wordt toegewezen, voert u de opdracht mkvdev uit.
In deze procedure is de volgende opdracht uitgevoerd mkvdev –vdev lv_4G –vadapter vhost3
In dit voorbeeld is de naam van de virtuele SCSI-serveradapter
vhost3.
Het logische volume dat is opgegeven, is
lv_4G.
Opmerking: Met
de vlag -vdev kan een fysiek of logisch volume of een optisch apparaat worden opgegeven. Als u een fysiek volume aan de virtuele SCSI-server wilt toewijzen, gebruikt u de hdiskx voor de vlag -vdev. Als de naam van het fysieke volume bijvoorbeeld hdisk5 was, voert u de opdracht mkvdev -vdev
hdisk5 -vadapter vhost3 uit. Als u een optisch apparaat wilt toewijzen aan de virtuele SCSI-serveradapter gebruikt u cdx voor de vlag -vdev. Als de naam van het optische apparaat bijvoorbeeld cd0 is, voert u de opdracht mkvdev
-vdev cd0 -vadapter vhost3 uit.
De opslag is beschikbaar voor de clientpartitie als het systeem de volgende
keer opnieuw wordt gestart of de volgende keer de virtuele SCSI-clientadapter
wordt benaderd (op een logische
Linux-partitie) of geconfigureerd (op een
logische
AIX-partitie).
Als u een fysiek volume aan de virtuele SCSI-serveradapter wilt toewijzen, gebruikt u
hdiskx in plaats van de logische volumeapparaten voor de vlag
-vdev.
Met de opdracht
lsdev wordt de zojuist gemaakte virtuele doelapparaatadapter weergegeven. Voorbeeld:
lsdev -virtual levert resultaten op die lijken op de volgende:
name status description
vhost0 Available Virtual SCSI Server Adapter
vsa0 Available LPAR Virtual Serial Adapter
vdbsrv Available Virtual Target Device - Logical Volume
Met de opdracht
lsmap worden de logische verbindingen tussen de zojuist gemaakte apparaten als volgt weergegeven:
lsmap -vadapter vhost0
Deze opdracht levert resultaten op die lijken op het volgende:
SVSA Physloc Client PartitionID
--------------- -------------------------------------------- ------------------
vhost0 U9111.520.10DDEEC-V1-C20 0x00000000
VTD vdbsrv
LUN 0x8100000000000000
Backing device rootvg_dbsrv
Physloc
De fysieke locatie is een combinatie van het sleufnummer, in dit
geval 20, en het ID van de logische partitie. Het virtuele apparaat kan nu aan
de clientpartitie worden gekoppeld. U kunt uw partitie nu in de SMS-menu's
activeren en het besturingssysteem op de virtuele schijf installeren of een
extra virtuele schijf toevoegen met behulp van de opdracht
cfgmgr.
Het ID van de clientpartitie wordt afgebeeld zodra de clientpartitie actief is.
Raadpleeg voor een gedetailleerde beschrijving van alle Virtuele I/O-server-opdrachten Beschrijvingen van Virtuele I/O-server-opdrachten.