Informatie over geheugentoewijzing en grootte.
Over het algemeen is 512 MB geheugen per partitie voldoende voor de meeste configuraties. Er moet voldoende geheugen worden toegewezen voor de gegevensstructuren van de Virtuele I/O-server. Ethernetadapters en virtuele apparaten gebruiken vaste toegewezen ontvangstbuffers. Deze buffers worden gebruikt voor opslag van inkomende pakketten, die vervolgens worden verstuurd via het uitgaande apparaat.
Een fysieke Ethernet-adapter gebruikt doorgaans 4 MB voor MTU 1500 of 16 MB voor MTU 9000 voor vast toegewezen ontvangstbuffers voor gigabit-Ethernet. Voor andere Ethernet-adapters gelden vergelijkbare waarden. Virtueel Ethernet gebruikt doorgaans 6 MB voor vast toegewezen ontvangstbuffers. Deze waarde kan echter variëren afhankelijk van de werkbelasting. Elke instance van een fysiek of virtueel heeft geheugen nodig voor dit aantal buffers. Daarnaast heeft het systeem één mbuf-bufferpool per processor, die wordt gebruikt als er extra buffers nodig zijn. De omvang van deze mbufs is doorgaans 40 MB.