Processortoewijzing

Dit gedeelte bevat richtlijnen voor processortoewijzing voor vast toegewezen processorpartities en voor gemeenschappelijke processorpartities.

Omdat Ethernet met een MTU-grootte van 1500 bytes meer processorcycli gebruikt dan Ethernet met jumboframes (MTU 9000), zijn de richtlijnen voor elke situatie anders. Over het algemeen is het processorgebruik bij grote pakketten op jumboframes ongeveer de helft van het processorgebruik dat vereist is op MTU 1500.

Als MTU is ingesteld op 1500, is één processor (1,65 GHz) per Gigabit Ethernet-adapter nodig om de maximale bandbreedte te realiseren. Dit is gelijk aan tien 100-Mb Ethernet-adapters als u kleinere netwerken gebruikt. Voor kleinere transactiewerkbelastingen is één volledige processor nodig voor aansturing van de Gigabit Ethernet-werkbelasting voor maximale doorvoer. Als bijvoorbeeld twee Gigabit Ethernet-adapters worden gebruikt, moet u tot twee processors aan de partitie toewijzen.

Als MTU is ingesteld op 9000, is 50% van één processor (1,65 GHz) per Gigabit Ethernet-adapter nodig om de maximale bandbreedte te realiseren. Voor werkbelastingen met kleine pakketten moet het gebruik van één hele processor worden gepland voor de aansturing van de Gigabit Ethernet-werkbelasting. Jumboframes hebben geen invloed in geval van een werkbelasting met kleine pakketten.

Shared Ethernet adapter met een vast toegewezen processorpartitie

De gegeven grootte is onderverdeeld in twee typen werkbelasting: TCP-streaming en TCP-aanvraag en respons. Bij het bepalen van de grootte zijn MTU 1500- en MTU 9000-netwerken gebruikt in termen van machinecycli per byte voor doorvoer van streaming of per transactie voor aanvraag/response-werkbelasting.

De gegevens in de volgende tabel zijn afgeleid met behulp van de volgende formule:

(aantal processors × processorgebruik × kloksnelheid processor) / doorvoersnelheid in bytes per seconde of transacties per seconde = cycli per byte of transactie.

Voor deze test zijn de waarden gemeten op een logische partitie met één 1,65 GHz processor en gelijktijdig multi-threading (SMT) ingeschakeld.

De waarden voor andere processorsnelheden kunnen worden bepaald door de waarden in deze tabellen te vermenigvuldigen met de verhouding van de processorsnelheden. Voorbeeld: Voor een 1,5 GHz processor gebruikt u 1,65/1,5 × aantal cycli per byte uit de tabel. In dit voorbeeld is de waarde 1,1 maal de waarde in de tabel en zijn 10% meer cycli nodig ter compensatie van de 10% langzamere kloksnelheid van de 1,5 GHz processor.

Om deze waarden te gebruiken, vermenigvuldigt u de gewenste doorvoersnelheid (in bytes of transacties) met het aantal cycli per byte in de volgende tabellen. Dit levert het vereiste aantal machinecycli op voor de werkbelasting bij een snelheid van 1,65 GHz. Pas deze waarde vervolgens aan met de verhouding tussen de werkelijke machinesnelheid en deze snelheid van 1,65 GHz. Om het aantal processors te bepalen, deelt u het resultaat door 1.650.000.000 cycli (of de cyclussnelheid bij een machine met een andere snelheid). Het aantal processors dat u op deze wijze vindt, hebt u nodig voor de werkbelasting.

Als de Virtuele I/O-server bijvoorbeeld een streaming doorvoer van 200 MB moet leveren, gebruikt u de volgende formule:

200 × 1024 × 1024 × 11,2 = 2.348.810.240 cycli / 1.650.000.000 cycli per processor = 1,42 processors.

Afgerond hebt u 1,5 processors nodig in de Virtuele I/O-server voor afhandeling van deze werkbelasting. Deze werkbelasting kan dan worden afgehandeld door een vast toegewezen partitie met 2 processors of door een gemeenschappelijk processorpartitie met 1,5 processor.

In de volgende tabel ziet u de machinecycli per byte voor een werkbelasting met TCP-streaming.

Tabel 1. Gemeenschappelijk Ethernet met de optie voor threading ingeschakeld
Type streaming MTU 1500-snelheid en processorgebruik MTU 1500, cycli per byte MTU 9000-snelheid en processorgebruik MTU 9000, cycli per byte
Simplex 112,8 MB bij 80,6% processor 11,2 117,8 MB bij 37.7% processor 5
Duplex 162,2 MB bij 88,8% processor 8,6 217 MB bij 52,5% processor 3,8
Tabel 2. Gemeenschappelijk Ethernet met threadingoptie uitgeschakeld.
Type streaming MTU 1500-snelheid en processorgebruik MTU 1500, cycli per byte MTU 9000-snelheid en processorgebruik MTU 9000, cycli per byte
Simplex 112,8 MB bij 66,4% processor 9,3 117,8 MB bij 26.7% processor 3,6
Duplex 161,6 MB bij 76,4% processor 7,4 216,8 MB bij 39,6% processor 2,9

In de volgende tabel vindt u de machinecycli per transactie voor werkbelasting met aanvraag en respons. Een transactie is gedefinieerd als een aanvraag en een respons.

Tabel 3. Gemeenschappelijk Ethernet met de optie voor threading ingeschakeld
Grootte van transactie Transacties per seconde en gebruik van Virtuele I/O-server MTU 1500 of 9000, cycli per transactie
Kleine pakketten (64 bytes) 59.722 TPS bij 83,4% processor 23.022
Grote pakketten (1024 bytes) 51.956 TPS bij 80% processor 25.406
Tabel 4. Gemeenschappelijk Ethernet met threadingoptie uitgeschakeld.
Grootte van transactie Transacties per seconde en gebruik van Virtuele I/O-server MTU 1500 of 9000, cycli per transactie
Kleine pakketten (64 bytes) 60.249 TPS bij 65,6% processor 17.956
Grote pakketten (1024 bytes) 53.104 TPS bij 65% processor 20.196

De voorgaande tabel laat zien dat de threadoptie van gemeenschappelijk Ethernet overhead toevoegt. Het gaat om ongeveer 16% tot 20% meer overhead voor MTU 1500 streaming en 31% tot 38% meer overhead voor MTU 9000. De threading-optie veroorzaakt meer overhead bij lagere werkbelasting doordat de threads worden gestart voor elk pakket. Bij een hogere werkbelasting, zoals full duplex of aanvraag/responswerkbelasting, kunnen threads langer worden zonder wachttijd of opnieuw verzenden. De threadoptie is een vooraf gedeelde Ethernet-optie die kan worden geconfigureerd met Virtuele I/O-server-opdrachten. Schakel de threadoptie uit als gemeenschappelijk Ethernet wordt uitgevoerd in een afzonderlijke Virtuele I/O-server-partitie (zonder Virtual SCSI in dezelfde partitie).

U kunt threading inschakelen en uitschakelen met de optie -attr thread van de opdracht mkvdev. Om threading in te schakelen, gebruikt u de optie -attr thread=1. Om threading uit te schakelen, gebruikt u de optie -attr thread=0. Voorbeeld: Met de volgende opdracht wordt threading uitgeschakeld voor de gemeenschappelijke Ethernet-adapter ent1:

mkvdev -sea ent1 -vadapter ent5 -default ent5 -defaultid 1 -attr thread=0

Formaat voor een Virtuele I/O-server instellen voor gemeenschappelijk Ethernet in een gemeenschappelijke processorpartitie

Een gemeenschappelijke processorpartitie voor een Virtuele I/O-server kan worden gemaakt als de Virtuele I/O-server een trager netwerk gebruikt (bijvoorbeeld 10/100 Mb) en een volledige processorpartitie niet nodig is. Aanbevolen wordt om dit alleen te doen als de werkbelasting van de Virtuele I/O-server kleiner is dan een halve processor of als de werkbelasting inconsistent is. Door de Virtuele I/O-server-partitie te configureren als onbegrensd kan de partitie indien noodzakelijk meer processorcapaciteit gebruiken voor afhandeling van inconsistentie doorvoer. Als het netwerk bijvoorbeeld alleen wordt gebruikt als andere processors niet actief zijn, kan de Virtuele I/O-server-partitie andere machinecycli gebruiken en kan de partitie worden gemaakt met minimale processorcapaciteit voor afhandeling van een lage werkbelasting overdag, terwijl de niet-begrensde processor 's nachts meer machinecycli kan gebruiken.

Als u een Virtuele I/O-server maakt in een gemeenschappelijke processorpartitie, kunt u voor acute gevallen extra processorrechten toevoegen.


Feedback verzenden|Deze pagina beoordelen