Bandbreedte van Virtual SCSI

Informatie bekijken over de bandbreedte van Virtual SCSI.

I/O-bandbreedte is de maximale hoeveelheid gegevens die kan worden gelezen uit of geschreven naar een opslagapparaat binnen een tijdeenheid. De bandbreedte kan worden gemeten vanaf een enkele thread of vanaf een set threads die tegelijkertijd wordt uitgevoerd. Hoewel veel klantentoepassingen gevoeliger zijn voor wachttijd dan voor bandbreedte, is bandbreedte voor veel bewerkingen, zoals het maken van een backup of het herstellen van permanente gegevens, van cruciaal belang.

In de volgende tabel worden de resultaten vergeleken van bandbreedte-testen voor Virtual SCSI en fysieke I/O-prestaties. Bij de testen wordt één thread sequentieel gebruikt met een constant bestand met een grootte van 256 MB met een Virtuele I/O-server die wordt uitgevoerd in een vast toegewezen partitie. Er worden meer I/O-bewerkingen uitgevoerd bij lezen van of schrijven naar het bestand als er een kleine blokgrootte in plaats van een grote blokgrootte wordt gebruikt. De test is uitgevoerd met behulp van een opslagserver met functiecode 6239 (type 5704/0625) en een 2-gigabit Fibre Channel-adapter die gekoppeld is aan een RAID0 LUN die bestaat uit uit 5 fysieke schijven van een DS4400-schijfsysteem (voorheen een FAStT700). De tabel bevat een vergelijking van de gemeten bandbreedte in megabytes per seconde (MB/s) voor Virtual SCSI en lokale aansluitingen bij het lezen van verschillende blokgrootten voor bewerkingen. Het verschil tussen virtuele I/O en fysieke I/O in deze tests wordt veroorzaakt door de langere wachttijd bij gebruik van virtuele I/O. Door het grotere aantal bewerkingen is de gemeten bandbreedte bij kleine blokgrootten lager dan bij grote blokgrootten.

Tabel 1. Bandbreedtevergelijking (in MB/s) tussen fysieke I/O en Virtual SCSI
I/O-type 4 kB 8 kB 32 kB 64 kB 128 kB
Virtueel 20,3 35,4 82,6 106,8 124,5
Fysiek 24,3 41,7 90,6 114,6 132,6

Feedback verzenden|Deze pagina beoordelen