Met dit scenario raakt u vertrouwd met het maken van een netwerk met gebruik van VLAN-tags.
U bent de systeembeheerder die verantwoordelijk is voor de planning en configuratie van het netwerk in een omgeving waar de Virtuele I/O-server wordt uitgevoerd. U wilt het netwerk zo configureren dat er twee logische subnetten aanwezig zijn, waarbij in elk subnet enkele partities aanwezig zijn.
Het doel van dit scenario is de configuratie van meerdere netwerken voor gebruik van één gemeenschappelijke fysieke Ethernet-adapter. Systemen op hetzelfde subnet moeten zich op hetzelfde VLAN bevinden en hebben daarom hetzelfde VLAN ID, waardoor communicatie mogelijk is zonder dat dit via de router hoeft te lopen. De onderverdeling in de subnetten komt tot stand door ervoor te zorgen dat de systemen op de twee subnetten verschillende VLAN-ID's hebben.
U kunt geen VLAN gebruiken in een Integrated Virtualization Manager-omgeving.
In de volgende afbeelding wordt de configuratie weergegeven die tijdens dit scenario tot stand komt.

Als u de voorgaande afbeelding als richtlijn gebruikt, moet u de volgende stappen uitvoeren.
U kunt de gemeenschappelijke Ethernet-adapter op de Virtuele I/O-server-partitie configureren met een IP-adres. Dit is alleen vereist voor netwerkconnectiviteit met de Virtuele I/O-server.
Wanneer het gelabelde VLAN-netwerk wordt gebruikt, moeten de aanvullende VLAN-apparaten via de gemeenschappelijke Ethernet-adapters worden gedefinieerd voordat de IP-adressen worden geconfigureerd.