Concepten van de Virtuele I/O-server en de primaire componenten.
De Virtuele I/O-server is software die aanwezig is op een logische partitie met POWER5. Deze software maakt het mogelijk de fysieke I/O-resources gemeenschappelijk te laten gebruiken door meerdere logische clientpartities met AIX en Linux binnen de server. De Virtuele I/O-server biedt virtuele SCSI- en gemeenschappelijke Ethernet-adapterfunctionaliteit voor logische clientpartities binnen het systeem, waardoor logische clientpartities gebruik kunnen maken van dezelfde SCSI-apparaten en Ethernet-adapters. Voor de Virtuele I/O-server-software is het vereist dat de logische partitie alleen hiervoor wordt gebruikt.
De Virtuele I/O-server is beschikbaar als onderdeel van de hardwarefunctie Advanced POWER Virtualization.
Voor de meest recente informatie over apparaten die worden ondersteund op de Virtuele I/O-server downloadt u fixes en updates van Virtuele I/O-server en voor aanvullende informatie over Virtuele I/O-server raadpleegt u http://techsupport.services.ibm.com/server/vios/home.html.
De Virtuele I/O-server bestaat uit de volgende hoofdonderdelen:
De volgende secties bevatten een kort overzicht van al deze componenten.
Fysieke adapters met gekoppelde schijven of optische apparaten op de logische partitie met Virtuele I/O-server kunnen gemeenschappelijk worden gebruikt door een of meer logische clientpartities. De Virtuele I/O-server biedt een subsysteem voor opslag dat standaard SCSI-compatibele LUN's (Logical Unit Numbers) biedt. De Virtuele I/O-server is in staat om een pool van heterogene fysieke opslagmedia te exporteren als een homogene pool in de vorm van SCSI-schijven. De Virtuele I/O-server is een lokaal opslagsubsysteem.
In tegenstelling tot typische opslagsubsystemen die zich fysiek in de SAN bevinden, zijn de SCSI-apparaten die worden geƫxporteerd door de Virtuele I/O-server beperkt tot het domein binnen de server. Hoewel de SCSI-LUN's SCSI-compatibel zijn, voldoen ze mogelijk toch niet aan de eisen van alle toepassingen, met name als het gaat om een gedistribueerde omgeving.
Voor meer informatie over virtuele SCSI, raadpleegt u Concepten voor Virtual SCSI.
Een gemeenschappelijke Ethernet-adapter biedt logische partities op het VLAN (Virtual Local Area Network) de mogelijkheid om gemeenschappelijk gebruik te maken van toegang tot een fysieke Ethernet-adapter en te communiceren met systemen en partities buiten de server. Deze functie biedt logische partities op het interne VLAN de mogelijkheid om het VLAN gemeenschappelijk met stand-alone servers te gebruiken.
Voor meer informatie over virtuele netwerkfunctionaliteit, raadpleegt u Concepten voor virtuele netwerken.
De Integrated Virtualization Manager biedt een browserinterface en een opdrachtregelinterface voor het beheer van IBM System p5- en IBM eServer- pSeries-servers die gebruikmaken van deIBM Virtuele I/O-server. Op het beheerde systeem kunt u logische partities maken, het virtueel geheugen en virtueel Ethernet beheren en de service-informatie met betrekking tot de server bekijken. De Integrated Virtualization Manager wordt bij de Virtuele I/O-server geleverd, maar kan alleen worden geactiveerd en gebruikt op bepaalde platforms en in een omgeving zonder Hardware Management Console (HMC).
Voor meer informatie over de Integrated Virtualization Manager, raadpleegt u De Integrated Virtualization Managerbeheren en Partitionering met behulp van de Integrated Virtualization Manager.