Dankzij Micro-Partitioning kunnen meerdere logische partities gemeenschappelijk gebruik maken van de verwerkingscapaciteit van het systeem. Dit onderwerp bevat informatie over Micro-Partitioning en hoe deze werken in een virtuele computeromgeving.
Met Micro-Partitioning kunt u processorcapaciteit toewijzen aan logische partities in eenheden van 10 procent. Een partitie kan bijvoorbeeld over 0,6 processoreenheid beschikken, terwijl aan een andere partitie 1,4 processoreenheid is toegewezen. Zulke partities worden gemeenschappelijk gebruikte processorpartities genoemd. U kunt kiezen tussen partities met een vast toegewezen processor en partities met een gemeenschappelijk gebruikte processor metMicro-Partitioning.
Micro-Partitioning zorgt voor toegenomen gebruik van de beschikbare systeemresources door automatisch voor elke partitie alleen de vereiste hoeveelheid processorresources toe te wijzen. U kunt de POWER Hypervisor configureren om op basis van de werkbelasting voortdurend de hoeveelheid processorcapaciteit aan te passen die aan elke gemeenschappelijk gebruikte processorpartitie wordt toegewezen. Door het afstemmen van de parameters beschikt de systeembeheerder over verregaande controle over de hoeveelheid processorresources die voor elke partitie beschikbaar is.
Micro-Partitioning wordt ondersteund door AIX 5.3 + APAR IY58321 of later, i5/OS en Linux. Als u Micro-Partitioning op IBM System p5-, IBM eServer p5-, IBM eServer OpenPower- en pSeries-servers wilt gebruiken, is de Advanced POWER Virtualization-functie vereist.