Vergelijking van bedieningspaneelcodes voor RCP, VCP en HMC

Hier vindt u informatie over de functiecodes van het bedieningspaneel en over de ondersteuning daarvan in het virtuele bedieningspaneel, het bedieningspaneel op afstand of de HMC.

Er zijn enkele functionele verschillen tussen het bedieningspaneel op afstand, het virtuele bedieningspaneel en het fysieke bedieningspaneel. Het grootste verschil zit in het feit hoe deze al dan niet kunnen worden gebruikt om de server te starten. Bekijk het volgende voorbeeld:
  • Het fysieke bedieningspaneel kan worden gebruikt om de server te starten.
  • Het virtuele bedieningspaneel en het via het LAN aangesloten bedieningspaneel op afstand kunnen niet worden gebruikt om de server te starten.
Als het systeem wordt beheerd met de Hardware Management Console (HMC), gebruikt u de HMC om de functies van het bedieningspaneel uit te voeren. De HMC heeft de volgende consequenties voor het fysieke bedieningspaneel:
  • Met uitzondering van een paar beperkte automatische platformfuncties, zoals Auto Power On Restart en Timed Power On, is de werkstand van het systeem niet langer van betekenis.
  • Het OS IPL-type wordt uitgeschakeld met de functies 01 en 02.
  • Met de functies 11-19 worden de systeemreferentiecodes van partities niet afgebeeld. De systeemreferentiecodes van de gelicentieerde interne code van het platform worden wel afgebeeld.
  • Functies 21, 22, 34 en 65-70 zijn niet selecteerbaar in het fysieke bedieningspaneel.

In de onderstaande tabel vindt u informatie over de functiecodes van het bedieningspaneel en over de ondersteuning daarvan in het virtuele bedieningspaneel, het bedieningspaneel op afstand en de HMC.

Opmerkingen:
  1. Sommige functies van het bedieningspaneel zijn mogelijk niet op alle systeemtypen beschikbaar.
  2. De x kan elk getal van 0 tot en met 9, elke letter van A tot en met F of een spatie zijn.
  3. Als u de weergave Functie/Gegevens niet kunt wijzigen of de geselecteerde functie niet kunt voltooien, gaat u naar Probleemanalyse starten.
Tabel 1. Vergelijking van bedieningspaneelcodes voor RCP, VCP en HMC
Functiecode Functie van het virtuele bedieningspaneel en een via een LAN verbonden bedieningspaneel op afstand HMC Functiebeschrijving
01 Ja Ja
  1. Hiermee beeldt u de huidige opstartparameters af.
  2. Beeldt een indicator voor HMC-beheer af.
02 Ja Ja. Hiermee voert u een langzame opstartprocedure uit. Gebruikt om het IPL-type, de systeemwerkstand, de IPL-snelheid en de IPL-werkstand van de firmware te selecteren.
03 Ja Ja Hiermee start u een opstartprocedure (IPL) om het systeem te laden. De IPL gebruikt de geselecteerde IPL-opties.
04 Ja Ja De lampjes van alle schermen worden getest en alle indicators worden aangezet.
05 tot en met 06 Nee n.v.t. Gereserveerd.
07 n.v.t. Ja Hiermee kunt u SPCN-servicefuncties uitvoeren.
08 Ja Ja Snel uitschakelen. Voor meer informatie raadpleegt u het volgende:
09 tot en met 10 n.v.t. Gereserveerd Gereserveerd.
11 tot en met 19 Ja Ja Geeft een systeemreferentiecode op het bedieningspaneel weer.
20 Ja Ja Geeft het type computer, het model, de featurecode van de processor, de indicator van de processorklasse en een beschrijving van het IPL-pad weer.
21 Ja Ja Hiermee wordt het scherm Use Dedicated Service Tool (DST) op de systeemconsole weergegeven. Als u de functie DST wilt afsluiten, kiest u de optie Resume operating system display.
22 Ja Ja Veroorzaakt een partitiedump. Zie eerst Functie 34: Opnieuw proberen partitiedump te maken. Zie Dumps uitvoeren als u een hoofdgeheugendump van het systeem wilt maken.
23 n.v.t. Gereserveerd Gereserveerd.
24 n.v.t. Gereserveerd Gereserveerd.
25 Ja Ja Gebruikt serviceschakelaars 1 en 2 om functies 50 tot en met 70 in of uit te schakelen.
26 Ja n.v.t. Gebruikt serviceschakelaars 1 en 2 om functies 50 tot en met 70 in of uit te schakelen.
27 tot en met 29 n.v.t. Gereserveerd Gereserveerd.
30 n.v.t. Nee. Deze functie moet worden gebruikt vanaf het fysieke bedieningspaneel wanneer er geen HMC beschikbaar is. Beeldt CEC FSP IP-adres en -locatie af.
31 tot en met 33 n.v.t. Gereserveerd Gereserveerd.
34 Ja Ja Hiermee wordt opnieuw geprobeerd een partitiedump te maken.
35 tot en met 41 n.v.t. Gereserveerd Gereserveerd.
42 n.v.t. Nee Voert een platformdump uit.
43 n.v.t. Nee Voert een serviceprocessordump uit.
44 tot en met 49 n.v.t. Gereserveerd Gereserveerd.
50 tot en met 53 n.v.t. Gereserveerd Gereserveerd.
54 n.v.t. Gereserveerd Gereserveerd.
55 n.v.t. n.v.t. Platformdump negeren.
56 tot en met 62 n.v.t. Gereserveerd Gereserveerd.
63 n.v.t. Ja SRC-tracering systeemstatus
64 n.v.t. Ja SRC-tracering diagnostische status serviceprocessor.
65 Ja Ja Hiermee wordt de service op afstand gedeactiveerd.
66 Ja Ja Hiermee wordt de service op afstand geactiveerd.
67 Ja Ja Het opnieuw instellen/opnieuw laden van de IOP (I/O-processor) van het schijfstation kan alleen worden ingeschakeld door specifieke systeemreferentiecodes voor het schijfstation.
68 Ja Ja Powerdomein voor onderhoud zonder interruptie uitschakelen.
69 Ja Ja Powerdomein voor onderhoud zonder interruptie inschakelen.
70 Nee Gestart door specifieke fouten. I/O-processordump.
Aan/uit-knop Aan/uit-knop in grafische interface, uitsluitend voor het uitschakelen van de server. Raadpleeg voor instructies voor het starten van de server met behulp van de HMC het onderwerp Het beheerde systeem aanzetten. OFF = Vertraagd uitschakelen

ON = Onmiddellijk inschakelen (kan inschakeling via een timer zijn)

Attentielampje Ja n.v.t. Attentie-LED.
Aan/uit-indicatie Aan/uit-indicatie in grafische interface. n.v.t. Brandt wanneer de netspanning volledig is ingeschakeld.

Feedback verzenden|Deze pagina beoordelen