Hier vindt u informatie over de functiecodes van het bedieningspaneel en over de ondersteuning daarvan in het virtuele bedieningspaneel, het bedieningspaneel op afstand of de HMC.
In de onderstaande tabel vindt u informatie over de functiecodes van het bedieningspaneel en over de ondersteuning daarvan in het virtuele bedieningspaneel, het bedieningspaneel op afstand en de HMC.
| Functiecode | Functie van het virtuele bedieningspaneel en een via een LAN verbonden bedieningspaneel op afstand | HMC | Functiebeschrijving |
|---|---|---|---|
| 01 | Ja | Ja |
|
| 02 | Ja | Ja. Hiermee voert u een langzame opstartprocedure uit. | Gebruikt om het IPL-type, de systeemwerkstand, de IPL-snelheid en de IPL-werkstand van de firmware te selecteren. |
| 03 | Ja | Ja | Hiermee start u een opstartprocedure (IPL) om het systeem te laden. De IPL gebruikt de geselecteerde IPL-opties. |
| 04 | Ja | Ja | De lampjes van alle schermen worden getest en alle indicators worden aangezet. |
| 05 tot en met 06 | Nee | n.v.t. | Gereserveerd. |
| 07 | n.v.t. | Ja | Hiermee kunt u SPCN-servicefuncties uitvoeren. |
| 08 | Ja | Ja | Snel uitschakelen. Voor meer informatie raadpleegt u het volgende: |
| 09 tot en met 10 | n.v.t. | Gereserveerd | Gereserveerd. |
| 11 tot en met 19 | Ja | Ja | Geeft een systeemreferentiecode op het bedieningspaneel weer. |
| 20 | Ja | Ja | Geeft het type computer, het model, de featurecode van de processor, de indicator van de processorklasse en een beschrijving van het IPL-pad weer. |
| 21 | Ja | Ja | Hiermee wordt het scherm Use Dedicated Service Tool (DST) op de systeemconsole weergegeven. Als u de functie DST wilt afsluiten, kiest u de optie Resume operating system display. |
| 22 | Ja | Ja | Veroorzaakt een partitiedump. Zie eerst Functie 34: Opnieuw proberen partitiedump te maken. Zie Dumps uitvoeren als u een hoofdgeheugendump van het systeem wilt maken. |
| 23 | n.v.t. | Gereserveerd | Gereserveerd. |
| 24 | n.v.t. | Gereserveerd | Gereserveerd. |
| 25 | Ja | Ja | Gebruikt serviceschakelaars 1 en 2 om functies 50 tot en met 70 in of uit te schakelen. |
| 26 | Ja | n.v.t. | Gebruikt serviceschakelaars 1 en 2 om functies 50 tot en met 70 in of uit te schakelen. |
| 27 tot en met 29 | n.v.t. | Gereserveerd | Gereserveerd. |
| 30 | n.v.t. | Nee. Deze functie moet worden gebruikt vanaf het fysieke bedieningspaneel wanneer er geen HMC beschikbaar is. | Beeldt CEC FSP IP-adres en -locatie af. |
| 31 tot en met 33 | n.v.t. | Gereserveerd | Gereserveerd. |
| 34 | Ja | Ja | Hiermee wordt opnieuw geprobeerd een partitiedump te maken. |
| 35 tot en met 41 | n.v.t. | Gereserveerd | Gereserveerd. |
| 42 | n.v.t. | Nee | Voert een platformdump uit. |
| 43 | n.v.t. | Nee | Voert een serviceprocessordump uit. |
| 44 tot en met 49 | n.v.t. | Gereserveerd | Gereserveerd. |
| 50 tot en met 53 | n.v.t. | Gereserveerd | Gereserveerd. |
| 54 | n.v.t. | Gereserveerd | Gereserveerd. |
| 55 | n.v.t. | n.v.t. | Platformdump negeren. |
| 56 tot en met 62 | n.v.t. | Gereserveerd | Gereserveerd. |
| 63 | n.v.t. | Ja | SRC-tracering systeemstatus |
| 64 | n.v.t. | Ja | SRC-tracering diagnostische status serviceprocessor. |
| 65 | Ja | Ja | Hiermee wordt de service op afstand gedeactiveerd. |
| 66 | Ja | Ja | Hiermee wordt de service op afstand geactiveerd. |
| 67 | Ja | Ja | Het opnieuw instellen/opnieuw laden van de IOP (I/O-processor) van het schijfstation kan alleen worden ingeschakeld door specifieke systeemreferentiecodes voor het schijfstation. |
| 68 | Ja | Ja | Powerdomein voor onderhoud zonder interruptie uitschakelen. |
| 69 | Ja | Ja | Powerdomein voor onderhoud zonder interruptie inschakelen. |
| 70 | Nee | Gestart door specifieke fouten. | I/O-processordump. |
| Aan/uit-knop | Aan/uit-knop in grafische interface, uitsluitend voor het uitschakelen van de server. | Raadpleeg voor instructies voor het starten van de server met behulp van de HMC het onderwerp Het beheerde systeem aanzetten. | OFF = Vertraagd uitschakelen ON = Onmiddellijk inschakelen (kan inschakeling via een timer zijn) |
| Attentielampje | Ja | n.v.t. | Attentie-LED. |
| Aan/uit-indicatie | Aan/uit-indicatie in grafische interface. | n.v.t. | Brandt wanneer de netspanning volledig is ingeschakeld. |