Het virtuele bedieningspaneel instellen

Informatie over het instellen van het VBP (virtuele bedieningspaneel) via een Operations Console-configuratie.

Het VBP (virtuele bedieningspaneel) wordt ingesteld via een operations console-configuratie. Om over de functies van het bedieningspaneel te kunnen beschikken, moet u de operations console installeren en een virtueel bedieningspaneel configureren. In de configuratieprocedure voor het definiƫren van de VBP-verbinding wordt gebruikgemaakt van de Operations Console via een netwerkpad, maar een netwerk of een netwerkadapter is niet vereist.

U kunt het virtuele bedieningspaneel alleen gebruiken als u beschikt over een lokale console die rechtstreeks is verbonden met de geconfigureerde server. Om een rechtstreeks met de server verbonden lokale console te configureren, moet u de desbetreffende bestemde instructies in de Operations Console volgen. Voor de functies van het virtuele bedieningspaneel gelden een aantal beperkingen.

Om het VBP (virtuele bedieningspaneel) te installeren, gaat u als volgt te werk:

  1. Zorg ervoor dat u voldoet aan de VBP-vereisten.
  2. Installeer het meest recente servicepakket voor iSeries Access for Windows.
  3. Raadpleeg De werkstand van de console wijzigen in i5/OS en voer vervolgens, afhankelijk van de huidige consolewaarde, een van de volgende stappen uit:
    1. Als de consolewaarde Operations Console (LAN) is, maakt u een apparatuur-ID voor de servicetools aan en stelt u de rechten voor de gebruikers-ID's in.
    2. Als de consolewaarde niet Operations Console (LAN) is, kunt u het bestaande apparatuur-ID voor servicetools gebruiken of QCONSOLE voor het VBP. U hoeft geen apparatuur-ID voor servicetools te maken. Als u twijfelt of de consoleoptie Operations Console (LAN) ooit is gebruikt, stel dan het apparatuur-ID QCONSOLE voor de servicetools opnieuw in voordat u de VBP gebruikt. Zie het onderwerp over het maken van een apparatuur-ID voor de servicetools voor de toegang tot het apparatuur-ID voor de servicetools en voer de taak Wachtwoord opnieuw instellen uit voor QCONSOLE.
  4. Maak een nieuwe configuratie voor het VBP:
    1. Klik in het menu Verbinding op Nieuwe verbinding.
    2. Klik op Volgende. (Als het venster met de vereisten wordt afgebeeld, klikt u op Ja.)
    3. Handhaaf de selectie van de optie Local Area Network (LAN) en klik op Volgende.
    4. Geef een naam op voor de de VBP-verbinding. Als de PC waarmee u werkt op een netwerk is aangesloten, mag u geen naam gebruiken die in het netwerk voorkomt of is gedefinieerd op de PC.
    5. Selecteer de juiste logische partitie en klik op Volgende. De POWER5-servermodellen 5xx beginnen met logische partitie 1, terwijl alle andere servermodellen beginnen te tellen vanaf 0.
    6. Geef in het veld Service TCP/IP-adres het nummer 192.168.0.2 op.
      Opmerking: In sommige gevallen is het adres 192.168.0.n eerder gebruikt voor een andere functie dan Operations Console. In die gevallen moest u wellicht een ander basisadres voor operations console gebruiken, zoals 192.168.1.n. Als dit zo is, gebruikt u het basisadres dat momenteel aan de Operations Console is toegewezen, maar maakt u van de laatste waarde een 2. Gebruik bijvoorbeeld 192.168.1.2.
      1. Als u het huidige basisadres wilt controleren, gebruikt u regedit of een ander programma voor het bewerken van registers. Navigeer naar: HKEY_LOCAL_MACHINE > Software > IBM > Client Access > CurrentVersion > AS400 Operations Console > LCS.
      2. Klik op LCS en selecteer de gewenste configuratie.
      3. Controleer de sleutel IP-adres. Gebruik het IP-adres dat op uw PC is gerapporteerd om het VBP-adres te controleren. Wellicht moet u ook controleren of het bestand hosts op uw PC een overeenkomende naam of adres bevat.
    7. In het veld Servicegateway-adres 1 geeft u 0.0.0.0 op.
    8. In het veld voor het serienummer geeft u een serienummer op en vervolgens klikt u op Volgende. Dit nummer hoeft niet het werkelijke serienummer van het systeem te zijn.
    9. Voer het apparatuur-ID en het wachtwoord van de servicetools in dat u voor de verificatie van de VBP-verbinding wilt gebruiken en klik op Volgende. Als u het standaard apparatuur-ID voor servicetools QCONSOLE wilt gebruiken, geef dan de naam en het wachtwoord daarvan op. Als u een apparatuur-ID hebt gemaakt, geef dan de naam en het wachtwoord daarvoor op. Vanaf iSeriesAccess for Windows, Versie 5 Release 4 (V5R4) wordt u niet meer gevraagd om het wachtwoord voor het apparatuur-ID voor de servicetools. In plaats daarvan hoeft u alleen het apparaatuur-ID voor de servicetools op te geven.
    10. Voer het wachtwoord in dat u wilt gebruiken om deze consoleconfiguratie te verbinden. Dit wachtwoord wordt alleen gebruikt door de PC voor de VBP-verbinding en is niet bekend bij de server. Als u bijvoorbeeld access als wachtwoord hebt opgegeven, gebruikt u later access om u aan te melden.
    11. Geef het wachtwoord ter bevestiging opnieuw op en klik op Volgende.
    12. Klik op Voltooien.
    13. Selecteer de zojuist geconfigureerde verbinding en kies Eigenschappen.
    14. Open het tabblad Configuratie.
    15. Maak de selectie van de optie Console gebruiken voor deze verbinding ongedaan en klik op OK.
  5. U kunt nu verbinding maken met de console en de VBP-configuratie om de functies van het bedieningspaneel te gebruiken. Raadpleeg het onderwerp Een rechtstreeks verbonden lokale console verbinden zonder dat toegang op afstand is toegestaan voor informatie over het maken van de verbinding.

Feedback verzenden|Deze pagina beoordelen