Fysiek bedieningspaneel

Informatie over het fysieke bedieningspaneel. Dit onderwerp bevat illustraties van het bedieningspaneel.

Het fysieke bedieningspaneel is de startinterface voor de server of het werkstation. U kunt het fysieke bedieningspaneel gebruiken om functies zoals IPL, inschakelen en uitschakelen te gebruiken. Bedieningspaneelfuncties variƫren in complexiteit van functies waarmee de status wordt weergegeven (zoals IPL-snelheid) tot servicefuncties waartoe alleen servicemedewerkers toegang hebben.

De onderstaande tabel geeft een overzicht van de bedieningspaneelafbeeldingen en -beschrijvingen voor de server en het werkstation.
Tabel 1. Fysieke bedieningspanelen
Naam van afbeelding Geeft een beschrijving van het bedieningspaneel van de volgende modellen
Figuur 1 7037-A50-server en het 7047-185-werkstation
Figuur 2 505-server
Figuur 3 510- en710-servers
Figuur 4 voor andere servermodellen, inclusief de volgende:
  • 520
  • 570
  • 720
Andere servers, met de volgende uitzonderingen:
  • Het attentielampje is niet aanwezig op het bedieningspaneel van model 570. Het bevindt zich aan de rechterkant van het bedieningspaneel.
  • De servermodellen 590, 595 en 575 beschikken niet over fysieke bedieningspanelen. In plaats daarvan gebruiken deze de Hardware Management Console (HMC) voor het uitvoeren van de functies van het bedieningspaneel. Raadpleeg Toegang tot de bedieningspaneelfuncties met de HMC voor informatie over het gebruik van de HMC voor het uitvoeren van de functies van het bedieningspaneel.

    Het attentielampje van het systeem voor de modellen 590, 595 en 575 bevindt zich op het gedeelte met de aan/uit-schakelaar.

Figuur 1. Bedieningspaneel 7037-A50 en 7047-185
7037-A50- en7047-185-bedieningspaneel
Het bedieningspaneel bevindt zich meestal in het chassis zodat alleen het uiteinde zichtbaar is. Als u het de Functie-/Gegevensweergave wilt bekijken moet u het bedieningspaneel aan de voorkant van de systeem uittrekken. Op deze afbeelding ziet u het uitgetrokken bedieningspaneel.
A
Aan/uit-knop
B
Netspanningslampje
  • Een traag knipperend lampje geeft aan dat de netspanning standby is ingeschakeld.
  • Een snel knipperend lampje gaat aan dat het systeem wordt opgestart.
  • Een continu brandend lampje geeft aan dat de netspanning volledig is ingeschakeld voor de eenheid.
C
Attentielampje voor systeem
D
Functie-/Gegevensweergave (2 x 16 LCD-weergave)
E
Omlaag-knop
F
Enter-knop
G
Omhoog-knop
Figuur 2. 505bedieningspaneel
505 -bedieningspaneel.
Het bedieningspaneel bevindt zich meestal in het serverchassis zodat alleen het uiteinde zichtbaar is. Als u het de Functie-/Gegevensweergave wilt bekijken moet u het bedieningspaneel aan de voorkant van de server uittrekken. Op deze afbeelding ziet u het uitgetrokken bedieningspaneel.
A
Aan/uit-knop
B
Netspanningslampje
  • Een knipperend lampje geeft aan dat de netspanning standby is ingeschakeld.
  • Een continu brandend lampje geeft aan dat de netspanning volledig is ingeschakeld voor de eenheid.
C
Attentielampje voor systeem
D
USB-poort
E
Reset-knop
F
Functie/gegevensweergave
G
Omlaag-knop
H
Enter-knop
I
Omhoog-knop
Figuur 3. Bedieningspaneel 510 en 710
710- en 510-bedieningspaneel.
A
LCD-scherm
B
Omlaag-knop
C
Enter-knop
D
Omhoog-knop
Figuur 4. 520-, 570-en 720-bedieningspaneel
520-, 570- en 720-bedieningspaneel
A
Aan/uit-knop
B
Aan/uit-indicatie
C
Label met type en serienummer
D
Functie/gegevensweergave
E
Ethernet-connector
F
Netspanningslampje
  • Een knipperend lampje geeft aan dat de netspanning standby is ingeschakeld.
  • Een continu brandend lampje geeft aan dat de netspanning volledig is ingeschakeld voor de eenheid.
G
Attentielampje voor systeem
H
Omlaag-knop
I
Enter-knop
J
Omhoog-knop

Feedback verzenden|Deze pagina beoordelen