Virtueel bedieningspaneel

Informatie over het virtuele bedieningspaneel (VBP) en het gebruik van de functies van het bedieningspaneel via een PC.

Het IBM i5/OS virtuele bedieningspaneel is een alternatief voor het bedieningspaneel op afstand op servers die geen rechtstreeks verbonden bedieningspaneel op afstand ondersteunen en niet over een netwerkadapter beschikken. Evenals bij het bedieningspaneel op afstand, is het virtuele bedieningspaneel een manier om bedieningspaneelfuncties te gebruiken via een PC. De grafische gebruikersinterface voor het virtuele bedieningspaneel is identiek aan het bedieningspaneel op afstand. Ook kan het virtuele bedieningspaneel het merendeel van dezelfde functies uitvoeren als het bedieningspaneel op afstand.

Raadpleeg Verschillen tussen het virtuele bedieningspaneel en het bedieningspaneel op afstand voor informatie over de bepaling of het bedieningspaneel op afstand of het virtuele bedieningspaneel het meest geschikt is in uw situatie.

Overwegingen voor het virtuele bedieningspaneel

In de onderstaande tabel vindt u een overzicht van de vereisten en beperkingen voor het virtuele bedieningspaneel.

Tabel 1. Vereisten en beperkingen virtueel bedieningspaneel
Vereisten Beperkingen
  • Het virtuele bedieningspaneel moet rechtstreeks via een seriële consolekabel zijn verbonden met de server vanaf Operations Console.
  • Er moet een servicetoolprofiel bestaan voor elke verbinding met een virtueel bedieningspaneel.
  • Als u de werkstandfunctie van het virtuele bedieningspaneel wilt gebruiken, moet het gebruikersprofiel dat wordt gebruikt voor het controleren van de verbinding beschikken over de machtiging Sleutel bedieningspaneel op afstand voor partitie. Om te controleren of uw gebruikers-ID van servicetools over deze machtiging beschikt, raadpleegt u Rechten van gebruikers-ID's voor het VBP instellen.
  • Bij een virtueel bedieningspaneel (VBP) moet de console rechtstreeks via een seriële kabel worden aangesloten en is de aansluiting van de console vereist voor de functies van het bedieningspaneel. Het VBP kan de server echter niet aanzetten. Het VBP vereist ook een apparatuur-ID voor servicetools op de server.
  • U kunt het BPA of het VBP alleen gebruiken als u toegang verleend is tot het BPA en de functies van een logische partitie. Omdat bij de configuratie van het VBP gebruik wordt gemaakt van de Operations Console op een netwerkconfiguratiepad, moet het apparatuur-ID van de servicetools ook toegang hebben tot het BPA van deze logische partitie voordat deze functie kan worden gebruikt. De standaardwaarden van de gebruikers-ID's en de apparatuur-ID's van de servicetools verlenen automatisch toegang tot het BPA voor de logische partitie, maar het gebruikers-ID en/of het apparatuur-ID kunnen worden ingetrokken door een beheerder. De gebruiker die een verbinding controleert, moet ook gemachtigd zijn voor de configuratievergrendeling van de desbetreffende logische partitie om de werkstand te kunnen wijzigen.
  • Het virtuele bedieningspaneel is alleen beschikbaar als de Productieconsole is aangesloten.
  • U kunt het virtuele bedieningspaneel niet op afstand gebruiken via een inbelverbinding.
  • U kunt geen bestaande netwerknaam gebruiken of een naam die al op de PC geconfigureerd is. Het kan zijn dat u moet controleren of de naam al wordt gebruikt in bestand hosts op de PC. U kunt het bestand hosts in elke standaard teksteditor bekijken.
  • Er kunnen meer dan één via een LAN verbonden bedieningspanelen op afstand tegelijkertijd actief zijn. Bovendien kunnen via een LAN verbonden bedieningspanelen op afstand worden gebruikt in combinatie met een virtueel bedieningspaneel.

Tips voor connectiviteit en gebruik

Zorg dat u bekend bent met de volgende vereisten en beperkingen voor verbindingen en gebruik voordat u het virtuele bedieningspaneel (VBP) van Operations Console installeert. Voor informatie over het installeren van het VBP raadpleegt u Het virtuele bedieningspaneel instellen.

Tabel 2. Vereisten en beperkingen voor connectiviteit
Vereisten Beperkingen
  • Het VBP vereist een seriële kabel en verbinding met een lokale console (direct aangesloten).
  • Het VBP vereist een uniek apparatuur-ID voor servicetools voor de controle van de verbinding. Als er geen configuratie voor een lokale console in een LAN bestaat, kunt u de apparatuur-ID van de servicetools (QCONSOLE) gebruiken.
  • U kunt geen bestaande netwerknaam gebruiken of een naam die al op de PC geconfigureerd is.
  • VBP-functies worden niet ondersteund op een console op afstand.
  • Het kan noodzakelijk zijn het "HOSTS"-bestand op de PC handmatig op te schonen. Telkens wanneer u een netwerkconfiguratie op de PC definieert, worden er gegevens opgeslagen in een bestand met de naam hosts. Dit bestand kan telkens wanneer de pc verbinding met het netwerk probeert te krijgen worden gebruikt en elke gegevensregel verschilt van alle andere door de naam van de verbinding. Let erop dat wanneer u een VBP-configuratie verwijdert, het overeenkomende item in het bestand hosts niet wordt verwijderd. U moet de desbetreffende regel in dit tekstbestand handmatig verwijderen met behulp van een editor.
Tabel 3. Vereisten en beperkingen voor gebruik
Vereisten Beperkingen
  • Het VBP is slechts beschikbaar zolang de console is aangesloten.
  • Alle VBP's en BPA's zijn tegelijk actief. Wees voorzichtig bij het werken met bedieningspaneelfuncties wanneer meerdere PC's toegang hebben tot deze functies.
Figuur 1. Virtueel bedieningspaneel
Venster van virtueel bedieningspaneel
A
Functie/gegevensweergave
B
Knoppen Omhoog en Omlaag
C
Netspanningslampje
D
Aan/uit-knop
E
Attentielampje voor systeem
F
Enter-knop
G
Werkstand-knop

Feedback verzenden|Deze pagina beoordelen