POST-toetsen (Power-On Self Test, zelftest bij opstarten)

In dit onderwerp wordt uitgelegd hoe u door middel van POST-toetsen services kunt starten of servicewerkstanden voor systeemconfiguratie en probleemdiagnose kunt aanroepen.

Na het inschakelen van de voeding en voordat het besturingssysteem wordt geladen, voert het systeem een zelftest bij opstarten (Power-On Self Test, POST) uit. Met deze test wordt, voorafgaand aan het laden van het besturingssysteem, gecontroleerd of de hardware correct functioneert. Tijdens de POST wordt een POST-venster afgebeeld en verschijnen er POST-indicators op de firmwareconsole (als er een is aangesloten).

Met de POST-toetsen, mits ingedrukt nadat de POST-indicator voor het toetsenbord wordt afgebeeld en voordat de laatste POST-indicator (voor de luidspreker) wordt afgebeeld, kunt u er voor zorgen dat het systeem services start of een servicewerkstand laat opstarten voor systeemconfiguratie en probleemdiagnose.
Opmerking: De functietoetsen (F1-F12) van een toetsenbord dat op de serviceprocessor is aangesloten, worden niet gebruikt en worden daarom genegeerd. Na het verschijnen van de POST-indicator voor het toetsenbord moet u gebruik maken van de numerieke toetsen.

Numerieke toets 1

Wanneer u tijdens de POST op de numerieke toets 1 drukt, start u daarmee de SMS-interface (System Management Services).

Numerieke toets 5

Wanneer u tijdens de POST op de numerieke toets 5 drukt, wordt het systeem opgestart in de servicewerkstand, aan de hand van de standaard opstartlijst voor servicewerkstanden.

In deze werkstand wordt geprobeerd het systeem op te starten vanaf het eerste apparaat van elk type dat voorkomt in de lijst. Er wordt niet gezocht naar andere opstartbare apparaten van dit type als het eerste apparaat niet opstartbaar is. In plaats daarvan wordt verdergegaan met het volgende apparaattype in de lijst. De firmware ondersteunt maximaal vijf items in de opstartlijst.

Opmerking: Dit is de aanbevolen methode voor het laden van zelfstandige AIX-diagnoseprogramma's vanaf CD-ROM.

De standaard opstartvolgorde is:

  1. Diskette (indien geïnstalleerd)
  2. CD-ROM (indien geïnstalleerd)
  3. Vaste schijf
  4. Bandstation (indien geïnstalleerd)
  5. Netwerk
    1. Token Ring
    2. Ethernet

Numerieke toets 6

De numerieke toets 6 werkt op dezelfde manier als de numeriek toets 5, alleen gebruikt de firmware de aangepaste opstartlijst voor de servicewerkstand die is ingesteld door AIX tijdens de eerste keer dat AIX werd geladen, of handmatig door middel van de AIX Service Aids.
Opmerking: Dit is de aanbevolen methode voor het laden van online AIX-diagnoseprogramma's vanaf de vaste schijf voor opstarten.

Send feedback | Rate this page