Als u een systeem wilt starten dat niet wordt beheerd door een
Hardware Management Console (HMC), gaat u als volgt te werk:
- Voor een in een rek geïnstalleerde
systeemeenheid opent u, indien nodig, de klep aan de voorzijde van het rek. Voor een zelfstandige systeemeenheid opent u de klep aan de voorzijde.
- Controleer, voor u de aan/uit-knop op het bedieningspaneel
indrukt, of de netvoeding als volgt is aangesloten op de systeemeenheid:
- Alle netsnoeren van het systeem zijn aangesloten op een stopcontact.
- Het aan/uit-lampje F, dat in de volgende afbeelding wordt weergegeven, knippert langzaam.
- Boven in het scherm D wordt 01 V=F weergegeven. Dit wordt in de volgende afbeelding weergegeven.

Tip: Het attentielampje G, dat in de vorige afbeelding wordt weergegeven, is niet aanwezig op het bedieningspaneel van model 570.
- Druk op het bedieningspaneel op de aan/uit-knop A, die in de volgende afbeelding wordt weergeven.
Opmerking: Op de OpenPower 710 en model 9110-510 bevindt de aan/uit-knop zich
op het bedieningspaneel.
- Let op het volgende nadat u op de aan/uit-knop hebt gedrukt:
- Het aan/uit-lampje begint duidelijk sneller te knipperen.
- De systeemventilatoren worden na ongeveer 30 seconden geactiveerd en
nemen dan geleidelijk de de werkingssnelheid aan.
- Voortgangsindicatoren, ook wel checkpoints genoemd, verschijnen op het
venster van het bedieningspaneel terwijl het systeem start. Het aan/uit-lampje op het bedieningspaneel stopt
met knipperen en blijft continu branden - daarmee aangevend dat het systeem is aangezet.
Tip: Als door het indrukken van de aan/uit-knop het systeem niet
start, gebruikt u de volgende instructies om het systeem te starten met behulp van de ASMI (Advanced System Management Interface).