Gegevensmigratie voorbereiden vanuit i5/OS V5R3 of OS/400 V5R2 of V5R1

Volg deze instructies als u i5/OS V5R4 op NIET uw bronserver kunt of wilt laden. Aan de hand van deze instructies bereidt u de migratie voor vanaf een server die draait onder i5/OS V5R3 of OS/400 V5R2 of V5R1 naar een server die draait onder i5/OS V5R4.

Als u i5/OS V5R4 niet kunt installeren op uw iSeries-bronserver, kunt u uw gegevens desondanks migreren door uw bronserver op te slaan, een volledige herstelprocedure voor de server uit te voeren en i5/OS V5R4 te installeren op de doelserver. Voordat u met deze procedure begint, moeten de volgende vereiste taken zijn uitgevoerd:

Als u voorbereidingen wilt treffen voor het migreren van gegevens van een server met OS/400 V5R1 of V5R2 of i5/OS V5R3, gaat u als volgt te werk:

De doelserver gereedmaken

  1. Controleer of de doelserver geïnstalleerd is en werkt met uitsluitend gelicentieerde interne code (LIC) en met i5/OS (featurecode 0205).
  2. Als u een server met logische partities configureert, maak dan logische partities op de doelserver en installeer de gelicentieerde interne code (LIC) en i5/OS in elk van de logische partities.

    Reken voor elk van die logische partities op minimaal twee uur uitvoeringstijd. Meer informatie over logische partities vindt u in Logische partities configureren.

  3. Zorg dat de console geïnstalleerd en klaar voor gebruik is. Meer informatie over het uitvoeren van deze taak vindt u bij Consoles, interfaces en werkstations beheren.
    Opmerking: Als u op de bronserver een twinaxconsole gebruikt en op de doelserver Operations Console, zorgt u dat u beschikt over een twinaxcontroller voor de twinaxapparaten die u op de doelserver wilt gebruiken.
  4. Voer beheertaken voor het schijfstation uit (zoals het beheer van de beveiliging en de schijfconfiguratie). Als u de schijfstations wilt beheren, gebruikt u de optie Work with Disk Units in het scherm Dedicated Service Tools. Raadpleeg voor meer informatie het hoofdstuk met de procedures voor het configureren van schijven en schijfbeveiliging in de Backup and Recovery Guide Link naar PDF.
  5. Zorg dat u een kopie hebt van het distributiemedium voor de doelserver.

De bronserver voorbereiden

  1. Maak als volgt ruimte vrij op de bronserver:
    1. Met de opdracht WRKLIND (Work with Line Descriptions) kunt u de niet-gebruikte regels en regelbeschrijvingen bekijken en wissen.
    2. Met de opdracht WRKDEVD (Work with Device Descriptions) kunt u niet-gebruikte apparatuurbeschrijvingen wissen.
      Opmerking: U kunt de opdrachten Werken met lijnbeschrijvingen en Werken met apparatuurbeschrijvingen gebruiken om te controleren of alle opgesomde beschrijvingen ook daadwerkelijk in gebruik zijn. Als u er zeker van bent dat er een niet in gebruik is, kunt u deze verwijderen. Weet u het niet zeker, wis hem dan niet.
    3. Maak schijfgeheugenruimte vrij. Raadpleeg voor meer informatie Schijfgeheugenruimte vrijmaken.
  2. Zorg dat de vereiste fixes zijn geïnstalleerd (ook wel Program Temporary Fixes of PTF's) genoemd. Raadpleeg voor meer informatie over softwarefixes Softwarefixes gebruiken.
  3. Verzamel de prestatiegegevens. U kunt deze gegevens gebruiken als basis voor het vergelijken van de prestaties vóór en na de gegevensmigratie.
  4. Geef op een opdrachtregel in i5/OS de opdracht RTVSYSINF (Retrieve System Information) op.

    Als u deze opdracht uitvoert, moet u opgeven welke bibliotheek moet worden gebruikt. In de meeste gevallen wordt de bibliotheek QUPGRADE opgegeven. Als deze bibliotheek niet bestaat, maakt u deze met behulp van de opdracht CRTLIB (Create Library).

  5. Maak als volgt een afdruk van de serverconfiguratiegegevens:
    1. Geef op een opdrachtregel in i5/OS de opdracht PRTSYSINF op en druk het gegenereerde spoolbestand af.

      Hiermee drukt u rapporten af van de hardwareresources, softwareresources, systeemwaarden, geïnstalleerde fixes en andere configuratiegegevens.

    2. Maak een nieuwe afdruk van de serverconfiguratielijst en bewaar deze goed. Raadpleeg voor instructies hierover De serverconfiguratielijst afdrukken.
    3. Geef op een opdrachtregel in i5/OS de opdracht WRKDEVD op en gebruik optie 6 (Afdrukken) om de apparatuurbeschrijvingen af te drukken.
    4. Geef op een opdrachtregel in i5/OS de opdracht WRKCTLD op en gebruik optie 6 (Afdrukken) om de controllerbeschrijvingen af te drukken.
    5. Als u met een gepartitioneerde server werkt, kunt u de serverconfiguratie voor logische partities afdrukken met behulp van de opdracht STRSST (Start System Service Tools). Meer informatie hierover vindt u in De serverconfiguratie voor logische partities afdrukken.
    6. Sla indien nodig de spoolbestanden op. Raadpleeg voor instructies Spoolbestanden opslaan in het onderwerp "Een backup maken van de server".
    7. Noteer de huidige taakplanningsgegevens, zodat u deze handmatig opnieuw kunt maken op de doelserver. Hiervoor gebruikt u de afdrukoptie van de opdracht WRKJOBSCDE (Work with Job Scheduler Entries).
  6. Sla de hele server op met optie 21 van de opdracht GO SAVE. Raadpleeg voor meer informatie het onderwerp GO SAVE. Geef de volgende gegevens op:
    1. Vary off the network server...*ALL
    2. Unmount file systems..........Y
      Opmerking: Maak twee exemplaren van de backupmedia.

Send feedback | Rate this page