Gegevensmigratie voltooien vanuit i5/OS V5R3 of OS/400 V5R2 of V5R1

Volg deze instructies als u i5/OS V5R4 NIET kunt laden op uw bronserver. Deze taak beschrijft hoe u de gegevensmigratie uitvoert vanaf een server die werkt onder i5/OS V5R3 of OS/400 V5R2 of V5R1 naar een doelserver.

Voordat u met deze taken begint, dient u de procedure in Gegevensmigratie vanuit i5/OS V5R3 of OS/400 V5R2 of V5R1 voorbereiden te voltooien.

Opmerking: Als u geen nieuwe server met featurecode 0205 hebt, volgt u de stappen 1 t/m 33 van het onderwerp "Restoring previous release user data to a new server: Step-by-step instructions" in hoofdstuk 14 van de Backup and Recovery Guide Link naar PDF om de gelicentieerde interne code (LIC) en OS/400 op de doelserver te installeren. Nadat u die procedure hebt uitgevoerd, gaat u verder met de stap 8 van dit onderwerp.

Als de doelserver is geconfigureerd en werkt, en uitsluitend de gelicentieerde interne code (LIC) en OS/400 geïnstalleerd is (featurecode 0205), gaat u als volgt te werk:

  1. Meld u op de doelserver aan als gebruiker QSECOFR. Het is op dit moment niet nodig een wachtwoord op te geven.
  2. Geef de juiste datum en tijd op in het scherm IPL Options. Controleer of de volgende waarden zijn ingesteld zoals afgebeeld:
    	Start to system to restricted state = Y
    	Define or change system at IPL = Y
    	Set major system options = Y
    	
  3. Op het scherm Set Major System Options kiest u N om te zorgen dat automatische configuratie NIET wordt ingeschakeld.
  4. Op het scherm Define or Change the System at IPL voert u het volgende in:
    1. Kies optie 3 (System Value Commands).
    2. Kies op het scherm System Value Commands optie 3 (Work with System Values).
    3. Voer op het scherm Work with System Values de waarde 2 in om de volgende systeemwaarden te wijzigen:
      • Wijzig QALWOBJRST in *ALL (alle opties voor het terugzetten van objecten toestaan).
      • wijzig QIPLTYPE in 2 (bewaakte opstartprocedure, console in werkstand Fouten opsporen).
      • wijzig QJOBMSGQFL in *PRTWRAP (terugloop instellen voor de taakberichtenwachtrij en de berichten afdrukken die als gevolg van de terugloop worden overlapt).
      • Wijzig QJOBMSGQMX in de minimumwaarde 30 (maximumgrootte van taakberichtenwachtrij is 30 MB).
      • Wijzig QPFRADJ in 2 (aanpassing van prestaties tijdens opstartprocedure en automatische aanpassing).
      • Wijzig QVFYOBJRST in 1 (handtekeningen niet controleren bij herstel. Alle objecten herstellen, ongeacht de bijbehorende handtekening).
    4. Als de systeemwaarden zijn gewijzigd, drukt u tweemaal op F3 (Afsluiten) om terug te keren naar het scherm Define or Change the System at IPL.
  5. Druk in het scherm Define or Change the System at IPL op F3 om het scherm af te sluiten en de opstartprocedure voort te zetten.
  6. Geef in het scherm Change Password de waarde QSECOFR op als het huidige wachtwoord. Geef een nieuw wachtwoord op. Geef het wachtwoord nogmaals op ter bevestiging en druk op Enter.
  7. Voer de stappen 25 t/m 33 uit in het onderwerp "Restoring previous release user data to a new system: Step-by-step instructions" in hoofdstuk 14 van de Backup and Recovery Guide Link naar PDF.
  8. Als voor een controller of apparaat geen geldige resources meer op de server aanwezig zijn, volgt u de stappen in het onderwerp Namen van hardwareresources herstellen in het iSeries Informatiecentrum en brengt u de noodzakelijke wijzigingen aan.
  9. Installeer gelicentieerde programma's (LP's). Meer informatie vindt u in het onderwerp Extra gelicentieerde programma's installeren in het iSeries Informatiecentrum.
  10. Volg de stappen in Checklist: De upgrade of vervanging voltooien in het iSeries Informatiecentrum.
  11. Gebruik de opdracht ADDJOBSCDE (Add Job Schedule Entry) en de afgedrukte informatie van de bronserver om taakplanningsgegevens toe te voegen.
  12. Als Windows Server for iSeries op de server is geïnstalleerd en u de server met de geïntegreerde xSeries-server hebt opgeslagen terwijl de server offline is gezet, gaat u als volgt te werk:
    1. Voeg de links toe voor de serverbeschrijvingen. Geef voor alle serverbeschrijvingen de volgende opdrachten op:
      ADDNWSSTGL NWSSTG (storage_name) NWSD (server_description)
    2. Zet de geïntegreerde xSeries-server online door WRKCFGSTS *NWS op te geven en optie 1 te selecteren.
  13. Maak als volgt een afdruk van de serverconfiguratiegegevens:
    1. Op een opdrachtregel van i5/OS voert u de opdracht PRTSYSINF in (Systeemgegevens afdrukken) en vervolgens maakt u een afdruk van het spoolbestand dat wordt gegenereerd.

      Hiermee wordt een afdruk gemaakt van de hardwareresources, softwareresources, systeemwaarden, geïnstalleerde fixes (ook Program Temporary Fixes of PTF's genoemd) en andere configuratiegegevens.

    2. Druk een nieuwe serverconfiguratielijst af en gebruik deze lijst in de toekomst als naslaglijst.
    3. Geef op een opdrachtregel in i5/OS de opdracht WRKDEVD op en gebruik optie 6 om de apparatuurbeschrijvingen af te drukken.
    4. Geef op een opdrachtregel in i5/OS de opdracht WRKCTLD op en gebruik optie 6 om de controllerbeschrijvingen af te drukken.
    5. Als u met een gepartitioneerde server werkt, kunt u de serverconfiguratie voor logische partities afdrukken met behulp van de opdracht STRSST (Start System Service Tools). Raadpleeg voor meer informatie over het afdrukken van de serverconfiguratie voor logische partities De serverconfiguratie voor logische partities afdrukken in het iSeries Informatiecentrum.
  14. Sla de hele server op met optie 21 van de opdracht GO SAVE. Meer informatie vindt u in het onderwerp GO SAVE in het iSeries Informatiecentrum. Geef de volgende gegevens op:
    1. Vary off the network server...*ALL
    2. Unmount file systems..........Y
    Opmerking: U wordt aangeraden twee exemplaren van de backupmedia te maken.
  15. Hervat de normale werking en controleer of alle toepassingen correct werken.
  16. Regel de serverprestaties nauwkeurig af. Op deze manier zorgt u ervoor dat de serverresources optimaal worden benut en de werkbelasting zo efficiënt mogelijk wordt uitgevoerd. Zie voor meer informatie Prestaties afstemmen in het iSeries Informatiecentrum.

Send feedback | Rate this page