Gegevensmigratie vanuit Red Hat Enterprise Linux voorbereiden

Voer de stappen uit om uw versie van Red Hat Enterprise Linux te upgraden en voor te bereiden op de gegevensmigratie.

In deze sectie vindt u informatie over het voorbereiden van gegevensmigratie in Linux. In deze informatie wordt alleen de gegevensmigratie vanuit Red Hat Enterprise Linux op een IBM iSeries-model of IBM eServer i5-model naar Red Hat Enterprise Linux op een IBM System i5 or eServer i5-model behandeld. Als u voorbereidingen wilt treffen voor het migreren van gegevens van een server met Red Hat Enterprise Linux, gaat u als volgt te werk:

De bronserver voorbereiden

  1. Controleer of i5/OS werkt met versie 5, release 3.
  2. U moet een upgrade naar Red Hat Enterprise Linux version 3 uitvoeren voordat u gegevens naar de doelserver kunt migreren.

    U voert als volgt een upgrade naar Red Hat Enterprise Linux version 3 uit:

    1. Zorg dat u de beschikking hebt over een RHEL3-installatie-CD
    2. Zet de Linux-server offline door de volgende stappen uit te voeren:
      1. Typ WRKCFGSTS *NWS en druk op Enter.
      2. Typ 2 naast de NWSD die u wilt afsluiten en druk op Enter.
    3. Plaats de eerste CD in het CD-ROM-station van de iSeries-partitie waarvan de resources gemeenschappelijk worden gebruikt.
    4. Wijzig als volgt de netwerkserverbeschrijving (NWSD) van de Linux-server zodat deze verwijst naar het installatiestroombestand van de CD. Noteer de NWSD-informatie die u op dit moment hebt.
      1. Typ CHGNWSD
      2. Geef de volgende informatie op:
        NWSD (servernaam)
        IPLSRC (*STMF)
        IPLSTMF ('/QOPT/Red_Hat/ppc/iseries/boot.img')
        IPLPARM (*NONE)
    5. Open een virtuele-consolesessie naar de Linux-server.
    6. U zet de NWSD als volgt online:
      1. Typ WRKCFGSTS *NWS en druk op Enter.
      2. Typ 1 naast de NWSD die u wilt starten en druk op Enter.
    7. Voltooi de bewerking op de console aan de hand van de documentatie die bij de distributie is geleverd.
  3. Nadat u de upgrade naar Red Hat Enterprise Linux version 3 hebt voltooid, zet u als volgt de NWSD offline:
    1. Typ WRKCFGSTS *NWS en druk op Enter.
    2. Typ 2 naast de NWSD die u wilt afsluiten en druk op Enter.
  4. Wijzig de NWSD van de Linux-server zodat deze verwijst naar de NWSSTG. Voer de informatie in die u hebt genoteerd voordat u de NWSD wijzigde. Typ CHGNWSD om de NWSD te wijzigen.
  5. U zet de NWSD als volgt online:
    1. Typ WRKCFGSTS *NWS en druk op Enter.
    2. Typ 1 naast de NWSD die u wilt starten en druk op Enter.
  6. Zorg dat u de beschikking hebt over een Linux-distributiekernel die compatibel is met een IBM eServer i5-model.
    Opmerking: Ook als u een upgrade uitvoert op een IBM iSeries-model, moet u een pSeries Linux-kernel installeren om te zorgen voor compatibiliteit met een IBM System i5 or eServer i5-model.
  7. U krijgt toegang tot een installatiekernel op een van de volgende manieren:
    • CD's voor Linux-installatie
    • Op netwerk gebaseerde installatiebron
  8. Controleer of de CD-ROM is geladen met de volgende opdracht:
    mount /dev/iseries/vcda /mnt/cdrom
    Opmerking: Voer in de voorgaande opdracht de gewenste naam voor het virtuele apparaat in.
  9. Download de nieuwste versie van de Red Hat Enterprise Linux version 3 pSeries-kernel naar het schijfstation van de virtuele partitie. Een pSeries Linux-kernel is vereist om te zorgen voor compatibiliteit met het IBM System i5 or eServer i5-model. Als u op de Linux-server een upgrade hebt uitgevoerd naar RHEL 3, werkt u nog steeds met de iSeries-kernel en hebt u een pSeries-kernel nodig. Bij Red Hat Enterprise Linux version 3 staat deze kernel waarschijnlijk op de tweede installatie-CD onder /Red_Hat/RPMS. Het volgende is een voorbeeld hoe u deze kernel kunt downloaden. Voer de eerste opdracht in en vervolgens de tweede om de naam op te vragen van de Linux-kernel. Voer de laatste opdracht in om de kernel te kopiƫren.
    cd /media/
    find . -name "kernel-pseries*"
    cp cdrom/Red_Hat/RPMS/(naam van de pseries-kernel) /root/
  10. Sluit de logische partitie in Linux af.
  11. Sla de hele server op met optie 21 van de opdracht GO SAVE. Raadpleeg voor meer informatie het onderwerp GO SAVE. Geef de volgende gegevens op:
    1. Vary off the network server...*ALL
    2. Unmount file systems..........Y
    Opmerking: Maak twee exemplaren van de backupmedia.
  12. Met behulp van de backupfuncties van Linux slaat u de kritieke gegevens op die zich op de virtuele schijf bevinden.
  13. Voor het opslaan en overbrengen van de opslagruimte voor de netwerkserver (NWSSTG) voert u de volgende handelingen uit:
    1. Controleer of de logische partitie in Linux is afgesloten.
    2. Maak met behulp van de opdracht CRTSAVF een opslagbestand. Met de volgende opdracht maakt u bijvoorbeeld een opslagbestand met de naam test1 in de bibliotheek QGPL:
      QGPL: CRTSAVF FILE(QGPL/TEST1)
    3. Sla NWSSTG op in het nieuwe opslagbestand. Elke NWSSTG heeft een directory onder /QFPNWSSTG met dezelfde naam als de naam van de NWSSTG. Deze directory bevat het controlebestand en de bestanden waarop de virtuele schijf zich bevindt. In het volgende voorbeeld wordt LINUX530 NWSSTG opgeslagen:
      SAV
      DEV('QSYS.LIB/QGPL.LIB/TEST1.FILE')
      OBJ('/QFPNWSSTG/LINUX530' *INCLUDE)
      SUBTREE(*ALL)
      Opmerkingen:
      1. Er moeten twee opslagbestanden worden gemaakt als de NWSSTG zich in een secundaire hulpgeheugenpool (ASP) bevindt. Als LINUX530 zich bijvoorbeeld bevindt in de opslagruimte ASP2, moet een opslagbestand worden gegenereerd van /DEV/QASP02/LINUX530.UDFS.
      2. Met deze stap maakt u een opslagbestand. U kunt het opslagbestand met het File Transfer Protocol (FTP) naar de doelserver verzenden.
      3. In deze stap wordt ervan uit gegaan dat u FTP wilt gebruiken voor het overbrengen van het opslagbestand. U kunt ook backup- en herstelprocedures gebruiken voor het overbrengen van het opslagbestand. Raadpleeg Backup and Recovery Guide voor meer informatie hierover.
      4. Voor meer informatie over het partities opslaan op opslagmedia raadpleegt u het onderwerp Backup en herstel.

Send feedback | Rate this page