Partitioneren van een nieuwe of niet-gepartitioneerde IBM eServer OpenPower-server

Gebruik deze procedure om een nieuwe of niet gepartitioneerde IBM eServer OpenPower-server in partities in te delen met behulp van de Hardware Management Console (HMC). Tijdens deze procedure moet u de hardware op de server valideren en de logische partities op de server maken.

U gebruikt deze procedure in de volgende gevallen:

Als u een nieuwe logische partitie wilt maken op een server die al is gepartitioneerd, hoeft u niet alle stappen in deze procedure uit te voeren. Voor meer informatie over het maken van een nieuwe logische partitie op een server die al is gepartitioneerd, raadpleegt u Logische partities en partitieprofielen maken.

Voordat u begint, moeten de volgende gegevens bekend zijn:

Als u een nieuwe of niet gepartitioneerde IBM eServer OpenPower-server in partities wilt indelen met behulp van de HMC, moet u een superbeheerder of operator zijn op de HMC. Raadpleeg voor meer informatie over gebruikersrollen het onderwerp Taken en rollen.

Als u een nieuwe of niet gepartitioneerde IBM eServer OpenPower-server in partities wilt indelen met behulp van de HMC, moet u de volgende stappen uitvoeren:

  1. Controleer of het beheerde systeem de status Standby of Actief heeft. Voer de volgende stappen uit:
    1. Open in het navigatiegebied van de HMC het object met dezelfde naam als de HMC, open Server en partitie en kies Serverbeheer.
    2. Bepaal de status van het beheerde systeem zoals afgebeeld in het gegevensgebied onder de kop Status.
    3. Als het beheerde systeem de status Uitgeschakeld heeft, klik dan met de rechtermuisknop op het beheerde systeem, kies Inschakelen, selecteer de modus Partitie standby, klik op OK en wacht tot in het gegevensgebied voor het beheerde systeem de status Standby wordt afgebeeld.
    Als het beheerde systeem niet wordt afgebeeld in het gegevensgebied, of als het beheerde systeem niet de status Standby of Actief heeft, moet u voor u verder gaat eerst het probleem verhelpen. Voor meer informatie over het wijzigen van de status van het beheerde systeem raadpleegt u Besturingsstatus van het beheerde systeem corrigeren.
  2. Controleer of er een enkele logische partitie op de server voorkomt. Als u een nieuwe of niet gepartitioneerde server aansluit op een HMC, wordt er een enkele logische partitie, die alle systeemresources bezit, afgebeeld in de HMC-gebruikersinterface. Tijdens deze procedure moet u deze logische partitie gebruiken om de hardware op de server te valideren. Nadat u de hardware op de server hebt gevalideerd, moet u deze logische partitie wissen en de logische partities maken volgens uw logische partitieplan.
    1. Open het beheerde systeem in het inhoudgebied van de HMC.
    2. Open Partities. De logische partitie is een object onder Partities. De naam van de logische partitie is het serienummer van het beheerde systeem en de partitie heeft één partitieprofiel genaamd standaard.
    Als deze logische partitie bestaat, gaat u verder met stap 4.
  3. Breng de server terug in de situatie met slechts één logische partitie. Ga vanuit de HMC (zonder gebruik te maken van een niet-lokale client zoals een via internet toegankelijke System Manager) als volgt te werk om deze logische partitie op het beheerde systeem te maken:
    1. Controleer of de hardwareposities in het beheerde systeem zodanig zijn dat de standaard fabrieksconfiguratie kan worden gebruikt. Als de hardwareposities in het beheerde systeem zodanig zijn dat de standaard fabrieksconfiguratie niet kan worden gebruikt, moet u de hardwareposities aanpassen. Neem contact op met uw leverancier voor meer informatie over de plaatsing van de hardware in het beheerde systeem waarbij de standaard-fabrieksconfiguratie kan worden gebruikt.
    2. Klik in het gegevensgebied met de rechtermuisknop op het beheerde systeem.
    3. Klik in het menu achtereenvolgens op Profielgegevens > Initialiseren en klik op Ja.
    4. Klik met de rechtermuisknop op het bureaublad van uw HMC (buiten de weergegeven vensters) en klik op Terminal > rshterm. De opdrachtregelinterface Beperkte werkomgeving wordt afgebeeld.
    5. Typ: lpcfgop -m naam_beheerd_systeem -o clear De variabele naam_beheerd_systeem is de naam van het beheerde systeem zoals deze in het inhoudgebied wordt afgebeeld.
    6. Typ ter bevestiging een 1. Deze stap duurt enkele seconden.
  4. Controleer of in het gegevensgebied voor de logische partitie de status Niet geactiveerd wordt afgebeeld. Als de logische partitie de status Actief heeft, kunt u de logische partitie als volgt afsluiten:
    1. Klik met de rechtermuisknop op het beheerde systeem in het gegevensgebied.
    2. Klik op Eigenschappen.
    3. Zorg dat de optie Schakel het systeem uit nadat alle logische partities zijn uitgeschakeld is uitgeschakeld.
    4. Klik op OK.
    5. Sluit de logische partitie af met de procedures van het besturingssysteem. Voor meer informatie over het afsluiten van logische partities met behulp van de functies van uw besturingssysteem raadpleegt u Afsluiten van Linux in een logische partitie.
    Als de logische partitie de status Fout heeft, gaat u als volgt te werk:
    1. Klik met de rechtermuisknop op de logische partitie en kies Eigenschappen.
    2. Klik op de tab Verwijzingscode en gebruik de afgebeelde verwijzingscodes om het probleem te analyseren en op te lossen. Raadpleeg voor meer informatie over het gebruik van verwijzingscodes voor het opsporen en oplossen van problemen het onderwerp Lijst van verwijzingscodes voor gebruikers.
  5. Activeer de logische partitie en controleer of de fysieke adapters op de server zijn verbonden met, en rapporteren aan, de server met behulp van de SMS-interface (System Management Services).
    1. Klik in het gegevensgebied met de rechtermuisknop op de partitie en klik vervolgens op Activeren.
    2. Klik op Geavanceerd.
    3. Selecteer in het veld Opstartmodus de optie SMS en klik op OK.
    4. Selecteer Terminalvenster of consolesessie openen en klik op OK. Er wordt een vterm-venster (virtuele terminal) voor de logische partitie geopend.
    5. Als de SMS-interface wordt weergegeven, typt u 5 en drukt u op Enter om optie 5 te selecteren (Opstartopties selecteren).
    6. Typ 1 en druk op Enter om optie 1 te selecteren (Selecteer Installeren of een apparaat opstarten).
    7. Typ 7 en druk op Enter om optie 7 te selecteren (Alle apparaten weergeven). Alle herkende apparaten in de partitie worden weergegeven. Als er apparaten zijn die niet worden weergegeven, neem dan contact op met de serviceafdeling voor technische ondersteuning.
      Opmerking: U kunt alleen de adapters ondersteunen die door SMS worden herkend. Adapters die niet door SMS worden ondersteund, genereren mogelijk een foutmelding dat de adapter onbekend is of dat de hardware niet functioneert.
    8. Als u klaar bent, sluit u het venster van de werkstationsessie en klikt u met de rechtermuisknop op de partitie in het gegevensgebied, klikt u op Partitie afsluiten en klikt u op OK.
  6. Als de hardware in het beheerde systeem al is opgenomen in de configuratie die is opgegeven in uw LVT-configuratieplan, gaat u verder met stap11.
  7. Schakel het beheerde systeem uit met behulp van de HMC.
    1. Open in het navigatiegebied van de HMC de optie Server en partitie.
    2. Klik op Serverbeheer.
    3. Klik in het gegevensgebied met de rechtermuisknop op de server die u in partities indeelt en kies Uitschakelen.
    4. Selecteer de optie Normaal uitschakelen en klik op OK.
  8. Verplaats de hardware van het beheerde systeem volgens het gecontroleerde plan voor de configuratie van logische partities (met de LVT).
  9. Zet het beheerde systeem in de standby-stand met behulp van deHMC.
    1. Open in het navigatiegebied van de HMC de optie Server en partitie.
    2. Klik op Serverbeheer.
    3. Klik in het gegevensgebied met de rechtermuisknop op de server die u in partities indeelt en kies Inschakelen.
    4. Selecteer Partitie standby als de inschakelingswerkstand en klik opOK.
  10. Activeer de logische partitie en controleer of de fysieke adapters op de server zijn verbonden met, en rapporteren aan, de server met behulp van de SMS-interface (System Management Services). Als Linux op de server is geïnstalleerd, of als er geen besturingssysteem op de server aanwezig is, kunt u de SMS-interface (System Management Services) gebruiken om alle beschikbare apparaten weer te geven. Als de logische partitie is geactiveerd, wordt de bus gecontroleerd op aangesloten apparaatadapters. De herkende adapter worden in een lijst weergegeven.
    1. Klik in het gegevensgebied met de rechtermuisknop op de partitie en kies Activeren.
    2. Klik op Geavanceerd.
    3. Selecteer in het veld Opstartmodus de optie SMS en klik op OK.
    4. Selecteer Terminalvenster of consolesessie openen en klik op OK. Er wordt een vterm-venster (virtuele terminal) voor de logische partitie geopend.
    5. Als de SMS-interface wordt weergegeven, typt u 5 en drukt u op Enter om optie 5 te selecteren (Opstartopties selecteren).
    6. Typ 1 en druk op Enter om optie 1 te selecteren (Selecteer Installeren of een apparaat opstarten).
    7. Typ 7 en druk op Enter om optie 7 te selecteren (Alle apparaten weergeven). Alle herkende apparaten in de partitie worden weergegeven. Als er apparaten zijn die niet worden weergegeven, neem dan contact op met de serviceafdeling voor technische ondersteuning.
      Opmerking: U kunt alleen de adapters ondersteunen die door SMS worden herkend. Adapters die niet door SMS worden ondersteund, genereren mogelijk een foutmelding dat de adapter onbekend is of dat de hardware niet functioneert.
    8. Als u klaar bent, sluit u het venster van de werkstationsessie en klikt u met de rechtermuisknop op de partitie in het gegevensgebied, klikt u op Partitie afsluiten en klikt u op OK.
  11. Wis de logische partitie die eigenaar is van alle systeemresources.
    Waarschuwing: Met deze procedure wist u de logische partitie en de configuratiegegevens voor de logische partitie die in de partitieprofielen zijn opgeslagen. Deze procedure is niet van invloed op de gegevens die in het beheerde systeem zijn opgeslagen.
    1. Open in het navigatiegebied van de HMC de optie Server en partitie.
    2. Klik op Serverbeheer.
    3. In het gegevensgebied opent u de server die u in partities indeelt.
    4. Open Partities.
    5. Controleer of de logische partitie is uitgeschakeld.
    6. Klik met de rechtermuisknop op de logische partitie en kies Wissen.
    7. Klik op Ja om de opdracht te bevestigen.
  12. Maak elke logische partitie op uw beheerde systeem volgens uw logische partitieplan. U kunt dit doen door een systeemplanbestand te importeren op uw HMC en het systeemplan te implementeren op het beheerde systeem. Zie het onderwerp Partities maken met een systeemplan voor meer informatie over het maken van logische partities met behulp van een systeemplan. U kunt de logische partities ook maken door voor elk van de gewenste logische partities de onderstaande procedure uit te voeren.
    1. Open in het navigatiegebied van de HMC de optie Server en partitie.
    2. Klik op Serverbeheer.
    3. Klik in het inhoudgebied met de rechtermuisknop op Partities onder de server die u in partities indeelt, en klik op Maken > Logische partitie.
    4. Volg de stappen in de wizard Logische partitie maken om een logische partitie en een partitieprofiel te maken.
Nadat u de logische partities op uw beheerde systeem hebt gemaakt, moet u vervolgens besturingssystemen op de logische partities installeren. Voor de installatieprocedures voor het besturingssysteem Linux raadpleegt u het onderwerp Besturingssystemen installeren.

Feedback verzenden | Beoordeel deze pagina