Een netwerkserverbeschrijving en opslagruimte voor netwerkservers maken voor een logische partitie met Linux

Met deze procedure kunt u een netwerkserverbeschrijving (NWSD) en een opslagruimte voor de netwerkserver maken voor een logische partitie met Linux die gebruikmaakt van i5/OS-resources.

Een netwerkserverbeschrijving (NWSD) wordt gebruikt om een naam te geven aan de configuratie, als interface voor starten en stoppen van een logische partitie in Linux en als koppeling tussen Linux en de virtuele schijfstations.

Om een virtuele schijf te maken voor een logische partitie waarop Linux wordt uitgevoerd, gaat u als volgt te werk:

  1. Stel de correcte resourcenaam van de SCSI-server vast.
    • Als er slechts één SCSI-serveradapter correspondeert met een bepaalde clientpartitie en de partitie en sleuf op afstand van de adapter correct zijn geconfigureerd, kunt u *AUTO opgeven als RSRCNAME in de NWSD.
    • Anders moet u de feitelijke resourcenaam vaststellen. Typ op een i5/OS-opdrachtregel WRKHDWRSC *CMN en zoek een controllerresource van type 290B en een geconvergeerde locatiecode die correspondeert met de SCSI-serveradapter in de Hardware Management Console (HMC). Deze resourcenaam wordt later gebruikt om de SCSI-serverresource op te geven.
  2. Typ op een i5/OS-opdrachtregel op de partitie die resources deelt CRTNWSD en druk op F4 voor aanwijzingen.
  3. Geef de volgende informatie op. De standaardwaarden of de voorgestelde waarden voor parameter staan tussen haakjes. Deze instellingen gelden alleen voor logische partities. Als het primaire bestandssysteem (/) na de installatie niet is geïnstalleerd in de eerste partitie van de eerste schijf, moet u een rootparameter instellen.
    • NWSD (Geef een naam voor de NWSD op)
    • RSRCNAME (*AUTO of de naam van de SCSI-serverresource
    • TYPE(*GUEST)
    • ONLINE (*NO of *YES)
    • PARTITION ('Geef de naam op van de logische partitie met Linux')

      Als alternatief voor de parameter Partition, kunt u ook een partitienummer opgeven door PTNNBR(geheel getal) te typen, waarbij geheel getal het nummer is van de partitie die u wilt opgeven.

    • CODEPAGE (437)
    • TCPPORTCFG (*NONE)
    • RSTDDEVRSC (for virtuele CD- en bandapparaten) (*NONE)
    • SYNCTIME (*TYPE)
    • IPLSRC (*NWSSTG)
      • U kunt een kernel opslaan in een schijfpartitie van een virtuele schijf (een netwerkserveropslagruimte (NWSSTG)). Met de parameter IPLSRC (*NWSSTG) kunt u opgeven dat de logische partitie in Linux wordt gestart vanuit een schijfpartitie op de virtuele schijf. De schijfpartitie op de virtuele schijf moet geformatteerd zijn als PReP Boot (type 0x41) en moet opstartbaar zijn. U kunt een schijfpartitie formatteren als PReP Boot met de Linux-opdracht fdisk en de optie -t. U kunt opgeven dat de schijfpartitie opstartbaar is door de opdracht fdisk te gebruiken met de optie -a.
      • Om een NWSD te starten met een kernel van een stroombestand, stelt u de parameter IPLSRC in op *STMF en stelt u de parameter IPLSTMF zo in dat deze verwijst naar de kernel. U moet toegang hebben tot het bestand en het pad dat leidt naar het bestand om de opdracht voor online zetten te kunnen gebruiken. Deze waarde laadt alleen de kernel. Als de kernel actief is, gaat deze op zoek naar een primair bestandssysteem. Bij een eerste installatie kan het primaire bestandssysteem een RAM-schijf zijn die fysiek gekoppeld is aan de kernel.
    • IPLSTMF (*NONE)
    • IPLPARM (*NONE)
    • PWRCTL (*YES)
      • Als u PWRCTL (*YES) invoert, moet u de volgende stappen uitvoeren:
        1. Zorg dat de serveradapter in de i5/OS-partitie de partitie op afstand en de sleuf op afstand in de configuratiegegevens bevat.
        2. Zorg dat de clientpartitie de i5/OS-partitie in het profiel als de partitie met de stroomvoorziening beschouwt.
        3. Voor u de NWSD activeert, moet u het profiel van de clientpartitie op de server opslaan door de partitie vanuit de HMC te activeren, zelfs als het client-besturingssysteem niet correct start door het ontbreken van virtuele apparatuur.
      • Als u PWRCTL(*NO) invoert, zijn de virtuele apparaten beschikbaar voor de partitie. U moet de partitie afsluiten en opnieuw opstarten met de HMC.
  4. Als u gebruikmaakt van iSeries Navigator, definieer dan de opslagruimte voor de netwerkserver met behulp van iSeries Navigator.
    1. Klik op Mijn verbindingen > uw server > Netwerk > Windows-beheer .
    2. Klik met de rechtermuisknop op Schijfstations en kies Nieuwe schijf.
    3. Geef in het veld Naam schijfstation de naam op die u voor het schijfstation wilt gebruiken.
    4. Geef in het veld Beschrijving een betekenisvolle naam op voor het schijfstation.
    5. Geef in het veld Capaciteit de grootte op van het nieuwe schijfstation (in megabytes). Raadpleeg de installatiedocumentatie van de Linux-wederverkoper voor informatie over het instellen van de grootte van de opslagruimte.
    6. Klik op OK.
    7. Ga verder met stap 6.
  5. Als u gebruikmaakt van de tekeninterface, gebruik deze dan als volgt voor het maken van de opslagruimte voor de netwerkserver:
    1. Typ op een i5/OS-opdrachtregel de opdracht CRTNWSSTG en druk op F4. Het scherm NWS-opslagruimte maken (CRTNWSSTG) wordt afgebeeld.
    2. Geef in het veld Opslagruimte netwerkserver de naam op voor de opslagruimte voor de netwerkserver.
    3. Geef in het veld Grootte de grootte (in megabytes) op voor de nieuwe opslagruimte. Raadpleeg de installatiedocumentatie bij uw Linux-systeem voor informatie over het instellen van de grootte van de opslagruimte.
    4. Geef in het veld voor de tekstbeschrijving een betekenisvolle beschrijving op voor de opslagruimte.
    5. Druk op Enter.
    6. Ga verder met stap 7.
  6. Als u gebruikmaakt van iSeries Navigator, sluit de opslagruimte voor de netwerkserver dan als volgt aan met behulp van iSeries Navigator:
    1. Klik op Mijn verbindingen > uw server > Netwerk > Windows-beheer .
    2. Klik op Schijfstations, klik met de rechtermuisknop op een beschikbare opslagruimte voor de netwerkserver en kies Link toevoegen.
    3. Selecteer de server waaraan u de opslagruimte voor de netwerkserver wilt koppelen.
    4. Selecteer het linkvolgnummer dat u wilt gebruiken.
    5. Selecteer een van de beschikbare gegevenstoegangstypen.
    6. Klik op OK.
    7. De procedure is hiermee voltooid. Voer stap 7 niet uit.
  7. Als u gebruikmaakt van een tekeninterface, gebruik deze dan als volgt voor het koppelen van de opslagruimte voor de netwerkserver:
    1. Typ op een i5/OS-opdrachtregel de opdracht ADDNWSSTGL en druk op F4. Het scherm Koppeling opslag server toevoegen (ADDNWSSTGL) wordt afgebeeld.
    2. Geef in het veld Beschrijving netwerkserver de naam op van de netwerkserverbeschrijving (NWSD).
    3. Geef in het veld Dynamische koppeling vr opslag de waarde *YES op om de opslagruimte voor de netwerkserver dynamisch beschikbaar te stellen aan de partitie (dus beschikbaar stellen zonder de Linux-partitie opnieuw op te starten).
    4. Geef in het veld Stationvolgnummer het volgnummer van de link op dat u wilt gebruiken. Als u wilt dat het systeem de eerst beschikbare positie voor u opzoekt, geeft u *CALC op.
    5. Druk op Enter.

Feedback verzenden | Beoordeel deze pagina