Een herstelimage is een schijfimage dat
de Linux-kernel,
een shell, en diagnosehulpprogramma's, stuurprogramma's en andere hulpprogramma's bevat die u nodig hebt voor het controleren en repareren van een onjuiste Linux-installatie. Veel Linux-distributeurs voegen een herstelimage toe op hun installatieschijven.
De hersteloplossing voor een logische partitie is het maken van een kleine
netwerkopslagplaats (NWSSTG) die uitsluitend voor herstel van logische partities in het
geïntegreerde bestandssysteem wordt opgeslagen. U kunt een herstelimage installeren in de netwerkopslagruimte als u een logische partitie maakt.
Voordat u een herstelimage maakt in de netwerkopslag is het belangrijk om de
configuratie-informatie te documenteren voor elke logische partitie.
- Noteer de
stationconfiguratiegegevens die in het bestand /etc/fstab staan.
- Leg de netwerkinformatie vast die wordt gerapporteerd als u de opdracht
ifconfig uitvoert.
- Maak een lijst van de modules die nodig zijn
voor elke logische partitie. U kunt zien welke modules in gebruik zijn door de opdracht
lsmod uit te voeren in Linux. Gebruik de gegevens die u met de bovenstaande opdrachten en bestanden hebt verkregen om te bepalen welke bestanden u moet opslaan op de netwerkopslagruimte voor herstel.
Om de opslagruimte voor herstel te vergroten, voert u de volgende taken uit:
- Bepaal hoeveel netwerkopslagruimte u nodig hebt om het herstelimage
te bouwen. Raadpleeg de Linux-documentatie
om te zien hoeveel ruimte vereist is voor een minimuminstallatie van uw distributie en
voeg voldoende ruimte toe voor een swappartitie (een PRep-startpartitie
(PowerPC
Reference Platform) en voor installatie van eventuele extra software die u in het
herstelimage wilt opnemen. Als in de documentatie bijvoorbeeld staat dat
voor een minimumserverinstallatie 291 MB nodig is, maakt u een opslagruimte van
425 MB.
- Maak een netwerkopslagruimte (CRTNWSSTG) van de grootte die u voor het herstelimage
hebt vastgesteld. Geef in het veld voor de beschrijving van de opslagruimte op welke
distributie is gebruikt om het herstelimage te maken en voeg een opmerking toe dat dit
image bewaard moet worden.
- Koppel deze opslagruimte aan een netwerkserverbeschrijving (NWSD). U hoeft voor deze
stap geen nieuwe NWSD te maken. U kunt een bestaande opslagruimte ontkoppelen en de
herstelopslagruimte tijdelijk koppelen aan een bestaande NWSD.
- Start de installatieserver voor uw distributie zoals beschreven in de
documentatie en volg de aanwijzingen. Als u de installatie handmatig wilt partitioneren, moet u een PReP-startpartitie maken.
Als u op het punt komt waarop u de te installeren pakketten moet selecteren, selecteert u het minimumaantal pakketten dat wordt
ondersteund.
De naam van de pakketgroep verschilt per distributie.
- Laat het installatieprogramma de installatie en configuratie van het pakket
uitvoeren. Nadat de installatie is voltooid, start het installatieprogramma het herstelimage.
- Controleer of het herstelimage alle noodzakelijke hulpprogramma's bevat. Voor een
logische partitie typt u bij een Linux-opdrachtaanwijzing rpm -qa | grep
ibmsis om te controleren of de hulpprogramma's voor de oorspronkelijke schijf
beschikbaar zijn.
- Zorg ervoor dat de stuurprogramma's die voor uw logische partities vereist zijn,
geïnstalleerd zijn. Zorg er bijvoorbeeld voor dat pcnet32 is geïnstalleerd voor
Ethernet-apparaten of dat olympic is geïnstalleerd voor Token Ring-apparaten.
De kernelmodules die zijn gecompileerd, staan in de directory /lib/modules/kernel
version/kernel/drivers of in directory's onder die directory.
- Installeer eventuele speciale stuurprogramma's of softwarepakketten die vereist zijn
voor de logische partities.
- Stuur de bestanden en de configuratiegegevens voor de overige logische partities met FTP (File Transfer Protocol) naar de netwerkserveropslagruimte voor herstel.
- Installeer de kernel handmatig (als dit vereist is voor de Linux-distributie die u
gebruikt). Nadere informatie over installatie van de kernel vindt u in de
installatiedocumentatie van de distributie.
- Noteer het pad naar de rootpartitie van de herstelopslagruimte. U hebt deze informatie nodig om de herstelopslagruimte te starten vanaf het netwerk. U kunt de
rootpartitie opvragen met de opdracht cat /etc/fstab. De partitie in de tweede
kolom die begint met een schuine streep naar rechts (/) is de rootpartitie. Voor meer
informatie over het vaststellen van de rootpartitie raadpleegt u de documentatie bij de
distributie.
U kunt de logische partitie afsluiten door
shutdown -h now te typen en de partitie offline te zetten nadat het afsluiten
is voltooid.
Nadat de partitie offline is gezet, kunt u de herstelopslagruimte
ontkoppelen en de normale opslagruimte voor de NWSD opnieuw koppelen.