Met behulp van de onderstaande procedures kunt u
AIX-bestanden op een
logische partitie met AIX
die gebruikmaakt van
i5/OS-resources, opslaan op
en herstellen vanuit een gedeeld bandstation.
Controleer of uw AIX-gegevens in de bestandsserver staan.
Voer de volgende stappen uit om AIX-bestanden op te slaan en te herstellen voor een partitie die i5/OS-resources en een gemeenschappelijk bandstation gebruikt.
- Typ de volgende opdracht: tar -c
-f /dev/rmt0 bestanden Gebruik de volgende beschrijvingen om de parameters van deze opdracht te leren begrijpen:
- tar is de opdrachtnaam (de verkorte vorm van "tape archive" (bandarchief).
- -c is de opdrachtactie die moet worden gemaakt. Deze parameter geeft aan dat de tar-opdracht een nieuw archief maakt of een bestaand archief overschrijft (in
tegenstelling tot bestanden van een archief herstellen of individuele bestanden toevoegen
aan een bestaand archief).
- -f /dev/rmt0 is het bandstation en nummer. Met deze
parameter wordt aangegeven dat de opdracht virtuele band 0 gebruikt op de
IBM System i5 or eServer i5-server.
Nadat de tar-opdracht is uitgevoerd,
wordt het bandapparaat gesloten en wordt de band teruggespoeld. Om meer dan één archief
op de band op te slaan, moet u voorkomen dat de band na elk gebruik wordt teruggespoeld
en moet de band bij de volgende bestandsmarkering worden geplaatst. Dit doet u door als
apparaat rmt0.1 (niet-terugspoelende virtuele band) op te geven in
plaats van rmt0.
- Met de parameter files worden de namen aangegeven van bestanden en
directory's die u wilt opslaan.
U hebt nu
AIX-gegevens opgeslagen van
een partitie die
i5/OS-resources
gebruikt op het gemeenschappelijke bandstation.
- Typ de volgende opdracht: tar -x -f /dev/rmt0 bestanden De parameter -x (uitpakken) vervangt de parameter-c (maken) in de tar-opdracht die in stap x wordt gebruikt. U hebt nu AIX-gegevens herstelt van een gemeenschappelijk bandstation naar een
partitie die resources gemeenschappelijk gebruikt.