Plaatsingsregels voor alternatieve herstartapparaten voor logische partities met i5/OS

Nadat de partities zijn gedefinieerd, moeten de gelicentieerde interne code en i5/OS vanaf een optisch apparaat of bandstation worden geladen naar het schijfstation dat als laadbron voor de logische partitie wordt gebruikt. Tijdens het definiëren van de partitie moet u aangeven welke I/O-processor (IOP) of I/O-adapter (IOA) het alternatieve herstartapparaat bestuurt (bandstation of optisch apparaat). Een extern bandstation of optisch apparaat van IBM dat is aangesloten op een IOA die ondersteuning biedt voor alternatieve herstartapparaten, kan ook worden aangesloten op een systeem en als alternatief herstartapparaat worden gebruikt.

Opmerking: Deze informatie is geen vervanging van de LPAR Validation Tool (LVT). Gebruik deze informatie als hulpmiddel bij de LVT-uitvoer. Deze informatie helpt u bij de plaatsing van het alternatieve herstartapparaat voor uw logische partities met i5/OS. Voor meer informatie over de LVT, raadpleegt uLPAR Validation Tool (LVT).

SCSI-apparaten omzetten naar adressen van hardware-eenheden

Opmerking: Als u een extern SCSI-apparaat aansluit als alternatief herstartapparaat, moet u hiervoor adres 5, 6 of 7 van de hardware-eenheid gebruiken. In de volgende tabel ziet u de omzetting van een SCSI-apparaat in een adres van de hardware-eenheid.
SCSI-adres Adres eenheid
2 5
1 6
0 7

Ondersteunde interne CD-ROM- en DVD-ROM-stations

In de volgende tabel ziet u de interne CD-ROM- en DVD-ROM-stations die u als alternatief herstartapparaat kunt gebruiken in logische partities.

Featurecode voor intern optisch apparaat 520 en 570 550 595 5074, 5079, 5094, 5294, 5786, 5787, 5790, en 9194
2640 X X    
4625     X X
4630     X X
4631     X X
4633     X X
5751 X X    

Als gevolg van de hardwarevereisten in i5/OS kunt u slechts bepaalde IOP's gebruiken als alternatieve herstart-IOP's. Sommige van deze IOP's moeten in specifieke kaartsleuven in de uitbreidingseenheden worden geplaatst. De IOP, die u tijdens het definiëren van de partitie opgeeft, moet in een van de volgende kaartsleuven worden geïnstalleerd.

PCI IOP PCI IOA 5074, 5079, 5094, 5294, 5786, 5787, 5790, en 9194

2843 en 2844

PCI WAN/LAN Workstation-IOP

2749 Willekeurige IOA-sleuf
2757 Willekeurige IOA-sleuf
2768 Willekeurige IOA-sleuf
2780 Willekeurige IOA-sleuf
4748 Willekeurige IOA-sleuf
4778 Willekeurige IOA-sleuf
5702 Willekeurige IOA-sleuf
5703 Willekeurige IOA-sleuf

Plaatsing voor een intern alternatief herstartapparaat

Het alternatieve herstartapparaat is in dezelfde uitbreidingseenheid geplaatst als de IOP of IOA die het apparaat bestuurt. Het herstartapparaat moet als volgt zijn geplaatst.

Uitbreidingseenheid Sleuf voor verwisselbaar medium
5074, 5079, 5094, 5294, 5786, 5787, 5790, en 9194 D41 of D42
Het alternatieve herstartapparaat voor een logische i5/OS-partitie in de systeemeenheid moet als volgt worden geplaatst:
Server IOA Sleuf voor verwisselbaar medium
520 Ingebouwde controller P4-D1 of P4-D2
550 Ingebouwde controller P4-D1 of P4-D2
570 Ingebouwde controller P4-D1
595 Elke geldige IOA in de aangesloten basis PCI-X uitbreidingseenheid (9194) Elke geldige slede voor verwijderbare media in de aangesloten basis PCI-X uitbreidingseenheid (9194)

Interne, verwisselbare media zijn:

Voor logische i5/OS-partities gelden meer regels voor alternatieve herstartapparaten:
  • Het alternatieve herstartapparaat moet zijn aangesloten op SCSI-bus 0.
  • De IOP of IOA voor het alternatieve herstartapparaat moet tijdens het definiëren van de partitie zijn opgegeven.
  • De IOA's 2757, 2780, 2782, 5702 en 5703 ondersteunen ook schijfstations. Als er ook schijfstations zijn aangesloten, moet u geen verwisselbare media die tussen partities worden verplaatst, op de IOA's aansluiten.

Send feedback | Rate this page