Virtuele schijfeenheden toevoegen aan een logische partitie metAIX

Deze procedure bevat stapsgewijze instructies waarin wordt uitgelegd hoe u virtuele schijven aan een logische partitie met AIX toevoegt met behulp van iSeries Navigator of een tekstinterface.

Met behulp van virtuele schijven kunt u de hardwareconfiguratie op de server vereenvoudigen. Deze schijven zorgen er namelijk voor dat u geen extra fysieke apparaten op de server hoeft te installeren om AIX te kunnen uitvoeren. U kunt maximaal 64 virtuele schijven aan een logische partitie in AIX toevoegen. Elke virtuele schijf biedt ondersteuning voor maximaal 1000 GB aan opslagruimte. Een virtuele schijf wordt in AIX afgebeeld als een schijfstation. De bijbehorende opslagruimte in het geïntegreerde bestandssysteem in i5/OS wordt echter verdeeld over alle schijven die deel uitmaken van de logische partitie met i5/OS. Op die manier kunt u profiteren van de voordelen die de pariteitscontrole voor apparatuur via i5/OS biedt. Als u de pariteitscontrole voor apparatuur in AIX instelt, hoeft u geen extra verwerkings- en geheugenresources te gebruiken.

Met i5/OS kunt u virtuele schijven dynamisch toevoegen aan een logische partitie in AIX. U kunt in het geïntegreerde bestandssysteem schijfruimte toewijzen en beschikbaar stellen aan AIX zonder dat u hiervoor de server of logische partitie opnieuw hoeft te starten. Daarnaast kan de AIX-beheerder de toegewezen schijfruimte configureren en beschikbaar stellen zonder de server opnieuw op te starten.

Om dynamisch virtuele schijven aan een logische partitie met AIX toe te voegen, gaat u als volgt te werk:

  1. Als u gebruikmaakt van iSeries Navigator, definieer dan de opslagruimte voor de netwerkserver met behulp van iSeries Navigator.
    1. Klik op Mijn verbindingen > uw server > Netwerk > Windows-beheer .
    2. Klik met de rechtermuisknop op Schijfstations en kies Nieuwe schijf.
    3. Geef in het veld Naam schijfstation de naam op die u voor de opslagruimte voor de netwerkserver wilt gebruiken.
    4. Geef in het veld Beschrijving een zinvolle naam op voor de opslagruimte voor de netwerkserver.
    5. Geef in het veld Capaciteit de grootte op van de opslagruimte voor de netwerkserver (in megabytes). Raadpleeg de installatiedocumentatie bij AIX voor informatie over het instellen van de grootte voor de opslagruimte.
    6. Klik op OK.
    7. Ga verder met stap 3.
  2. Als u gebruikmaakt van een tekstinterface, gebruik deze dan als volgt voor het maken van opslagruimte voor de netwerkserver:
    1. Geef bij de i5/OS-opdrachtaanwijzing de opdracht CRTNWSSTG en druk op F4. Het scherm NWS-opslagruimte maken (CRTNWSSTG) wordt afgebeeld.
    2. Geef in het veld Opslagruimte netwerkserver de naam op voor de opslagruimte voor de netwerkserver.
    3. Geef in het veld Grootte de grootte (in megabytes) op voor de nieuwe opslagruimte voor de netwerkserver. Raadpleeg de installatiedocumentatie bij AIX voor informatie over het instellen van de grootte voor de opslagruimte.
    4. Geef in het veld voor tekstbeschrijving een zinvolle beschrijving van de opslagruimte voor de netwerkserver.
    5. Druk op Enter.
    6. Ga verder met stap 4
  3. Als u gebruikmaakt van iSeries Navigator, koppel de opslagruimte voor de netwerkserver dan met behulp van iSeries Navigator.
    1. Klik op Mijn verbindingen > uw server > Netwerk > Windows-beheer .
    2. Klik op Schijfstations, klik met de rechtermuisknop op een beschikbare opslagruimte voor de netwerkserver en kies Koppeling toevoegen.
    3. Selecteer de server waaraan u de opslagruimte voor de netwerkserver wilt koppelen.
    4. Selecteer een van de beschikbare gegevenstoegangstypen.
    5. Klik op OK.
    6. Ga verder met stap 5.
  4. Als u gebruikmaakt van een tekstinterface, gebruik deze dan als volgt voor het koppelen van de opslagruimte voor de netwerkserver:
    1. Geef bij de i5/OS-opdrachtaanwijzing de opdracht ADDNWSSTGL en druk op F4. Het scherm Koppeling opslag server toevoegen (ADDNWSSTGL) wordt afgebeeld.
    2. Geef in het veld Beschrijving netwerkserver de naam op van de netwerkserverbeschrijving (NWSD).
    3. Geef in het veld Dynamische koppeling vr opslag de waarde *YES op om de opslagruimte voor de netwerkserver dynamisch beschikbaar te stellen aan de partitie (dus beschikbaar stellen zonder de AIX-partitie opnieuw op te starten).
    4. Geef in het veld Stationvolgnummer het volgnummer van de koppeling op dat u wilt gebruiken.
    5. Druk op Enter.
  5. Activeer de logische partitieAIX (als dat nog niet is gebeurd).
  6. Meld u aan bij AIX als hoofdgebruiker (met rootprivileges).
  7. Configureer de nieuwe virtuele schijf op de logische partitie in AIX door de AIX-opdracht cfgmgr op te geven.
  8. Controleer of de nieuwe schijf is toegevoegd en kan worden geconfigureerd met de AIX-opdracht lspv. Als u lspv typt op de opdrachtregel, geeft het systeem een overzicht van de schijven die momenteel beschikbaar zijn in AIX. Hieronder vindt u een voorbeeld van het resultaat van de opdracht:
    # lspv
    hdisk0          00cad6aceafe8fe4                    rootvg          active
    hdisk1          none                                None
    Let op de naam van het nieuwe schijfstation die in de linkerkolom wordt weergegeven.
  9. Configureer het nieuwe schijfstation volgens een van de volgende twee methoden.
    • Voeg het nieuwe virtuele schijfstation toe aan de rootvolumegroep met de AIX-opdracht extendvg rootvg schijfnaam, waarbij schijfnaam de naam van het nieuwe schijfstation is. Als u deze methode gebruikt, hoeft u niet verder te gaan met deze procedure. U kunt AIX-methoden gebruiken om later de grootte van het bestandssysteem aan te passen.
    • Maak een nieuwe volumegroep voor het nieuwe virtuele schijfstation met de AIX-opdracht mkvg -y volumegroep schijfnaam, waarbij volumegroep de naam van de nieuwe volumegroep is en schijfnaam de naam van het nieuwe schijfstation.
  10. Maak een logisch volume op de nieuwe virtuele schijf met de opdracht AIX mklv -y logicvol volgroup 1 diskname. logicvol is de naam die u wilt gebruiken voor het nieuwe logische volume, volgroup is de naam van de nieuwe volumegroep en diskname is de naam van de nieuwe schijf. (Het getal 1 geeft aan dat het logische volume moet bestaan uit één logische schijfpartitie.)
  11. Formatteer de schijfpartitie met de AIX-opdrachtcrfs. Er is een aantal optionele parameters voor de opdracht crfs, maar normaal zijn de standaardinstellingen toereikend. Om de schijfpartitie te formatteren die u in de vorige stappen hebt gemaakt, typt u de volgende opdracht op de AIX-opdrachtregel, waarbij logicvol de naam van het logische volume is en /mnt/data de directory waar u het nieuwe schijfstation wilt installeren:
     crfs -v jfs -d logicvol -m /mnt/data
    De opdracht crfs genereert de volgende diagnostische berichten:
    crfs -v jfs -d logicvol -m /mnt/data
    Afhankelijk van de gekozen parameters heeft het nieuwe JFS-bestandssysteem /mnt/data een maximale grootte van 134217728 (512 byteblokken)
    New File System-grootte is 8192.
  12. Controleer of de installatiedirectory bestaat met de opdracht cd /mnt/data. /mnt/data is de installatiedirectory. U maakt deze directory met de opdracht crfs, zodat u toegang hebt tot het nieuwe bestandssysteem. Als de installatiedirectory niet bestaat, voert u de volgende opdracht uit, waarbij /mnt/data de naam van de installatiedirectory is:
    mkdir /mnt/data
  13. Controleer of het nieuwe bestandssysteem aanwezig is in het bestand /etc/filesystems. De opdracht crfs genereert automatisch het item /etc/filesystems in het nieuwe bestandssysteem. Als u wilt controleren of het item in het bestand voorkomt, opent u een AIX-teksteditor, bijvoorbeeld vi, opent u het bestand /etc/filesystems en zoekt u het item in het bestand /etc/filesystems. Als het item niet blijkt te bestaan, voegt u het met de teksteditor toe aan het bestand /etc/filesystems. Hieronder staat een voorbeeld van zo'n item:
    /mnt/data:
    	dev = /dev/logivol
    	vfs = jfs
    	log = /dev/loglv01
    	mount = true
    	account = false
    Dit item installeert het virtuele schijfstation telkens als u AIX opnieuw opstart.
  14. Plaats het virtuele schijfstation in de nieuwe directory door de volgende opdracht op te geven: mount /dev/logicvol /mnt/data. logicvol is de naam van het logische volume en /mnt/data is de installatiedirectory.

Send feedback | Rate this page