Dit onderwerp behandelt het nut van een laadbron voor logische i5/OS-partities en de plaatsingsregels die u dient te gebruiken bij het installeren van de laadbron.
Aan elke logische i5/OS-partitie moet een schijfstation als laadbron zijn toegewezen. Op de server wordt de laadbron gebruikt om de logische partitie te starten. Dit schijfstation wordt op de server altijd aangegeven met nummer 1.
U moet bepaalde plaatsingsregels volgen wanneer u een schijfstation als laadbron in het beheerde systeem plaatst. Voordat u een laadbron aan het beheerde systeem toevoegt of een laadbron binnen het beheerde systeem verplaatst, moet u de geldigheid van de herziene hardwareconfiguratie controleren met behulp van de LPAR Validation Tool (LVT), een reservekopie maken van de gegevens op de aangesloten schijven en de hardware verplaatsen aan de hand van de LVT-uitvoer.
Voor meer informatie over de plaatsingsregels voor laadbronnen, raadpleegt uPlaatsingsregels voor laadbronnen van logische partities met i5/OS. Voor meer informatie over de LVT zie LPAR Validation Tool (LVT).