Zorg dat uw hardware voldoet aan de minimumvereisten voor processors, geheugen en I/O voor een logische partitie met i5/OS.
Voor elke logische partitie in i5/OS zijn de onderstaande hardwareresources vereist. Als u van plan bent i5/OS te gebruiken op een IBM System p5 of eServer p5-model, moet er bovendien aan enkele extra configuratievereisten worden voldaan. Voor meer informatie over de vereisten voor logische partities met i5/OS op een IBM System p5 of eServer p5-model kunt u Vereisten voor i5/OS op IBM System p5 en eServer p5-servers raadplegen.
1 vast toegewezen processor of 0,1 gemeenschappelijke verwerkingseenheid
128 MB
HMC 5250-emulatie vereist een HMC.
Operations Console vereist een LAN-verbinding of een asynchrone IOA die Operations Console-verbindingen ondersteunt. De LAN-verbinding van Operations Console kan een ingebedde poort zijn, een LAN IOA met een gekoppelde IOP, of, indien u i5/OS V5R3M5 of hoger installeert, een LAN-IOA die geen IOP nodig heeft. Alle ondersteunde asynchrone IOA's van Operations hebben een IOP nodig.
Twinaxconsole heeft een twinaxwerkstation-IOA nodig met een gekoppelde IOP.
Op IBM System i5 and eServer i5-modellen moet ten minste één logische partitie met i5/OS in het beheerde systeem een fysieke LAN-adapter hebben die de logische partitie met i5/OS kan gebruiken voor het rapporteren van service-events en het bewaken van verbindingen. Vervolgens kunt u een virtueel LAN maken dat de logische partitie met i5/OS met de fysieke LAN-adapter verbindt met de andere logische partities op het beheerde systeem en de fysieke LAN-adapter koppelt met het virtuele LAN. Als het systeem wordt beheerd met een HMC, moet de fysieke LAN-adapter kunnen communiceren met de HMC zodat de rapportage van service-events kan worden doorgestuurd via de HMC.
Op IBM System p5 en eServer p5-modellen kunnen logische partities met i5/OS een fysieke LAN-adapter gebruiken of een virtuele LAN-adapter waarvan het virtuele LAN is gekoppeld aan een fysieke LAN-adapter. In beide gevallen moet het fysieke LAN kunnen communiceren met de HMC zodat de rapportage van service-events kan worden doorgestuurd via de HMC.