Een herstelimage uit een NWSSTG maken

Een herstelimage is een schijfimage dat de Linux-kernel, een shell, en diagnosehulpprogramma's, stuurprogramma's en andere hulpprogramma's bevat die u nodig hebt voor het controleren en repareren van een onjuiste Linux-installatie. Veel Linux-distributeurs voegen een herstelimage toe op hun installatieschijven. De hersteloplossing voor een logische partitie is het maken van een kleine netwerkopslagplaats (NWSSTG) die uitsluitend voor herstel van logische partities in het geïntegreerde bestandssysteem wordt opgeslagen. U kunt een herstelimage installeren in de netwerkopslagruimte als u een logische partitie maakt.

Voordat u een herstelimage maakt in de netwerkopslag is het belangrijk om de configuratie-informatie te documenteren voor elke logische partitie.
  1. Noteer de stationconfiguratiegegevens die in het bestand /etc/fstab staan.
  2. Leg de netwerkinformatie vast die wordt gerapporteerd als u de opdracht ifconfig uitvoert.
  3. Maak een lijst van de modules die nodig zijn voor elke logische partitie. U kunt zien welke modules in gebruik zijn door de opdracht lsmod uit te voeren in Linux. Gebruik de gegevens die u met de bovenstaande opdrachten en bestanden hebt verkregen om te bepalen welke bestanden u moet opslaan op de netwerkopslagruimte voor herstel.
Om de opslagruimte voor herstel te vergroten, voert u de volgende taken uit:
  1. Bepaal hoeveel netwerkopslagruimte u nodig hebt om het herstelimage te bouwen. Raadpleeg de Linux-documentatie om te zien hoeveel ruimte vereist is voor een minimuminstallatie van uw distributie en voeg voldoende ruimte toe voor een swappartitie (een PRep-startpartitie (PowerPC Reference Platform) en voor installatie van eventuele extra software die u in het herstelimage wilt opnemen. Als in de documentatie bijvoorbeeld staat dat voor een minimumserverinstallatie 291 MB nodig is, maakt u een opslagruimte van 425 MB.
  2. Maak een netwerkopslagruimte (CRTNWSSTG) van de grootte die u voor het herstelimage hebt vastgesteld. Geef in het veld voor de beschrijving van de opslagruimte op welke distributie is gebruikt om het herstelimage te maken en voeg een opmerking toe dat dit image bewaard moet worden.
  3. Koppel deze opslagruimte aan een netwerkserverbeschrijving (NWSD). U hoeft voor deze stap geen nieuwe NWSD te maken. U kunt een bestaande opslagruimte ontkoppelen en de herstelopslagruimte tijdelijk koppelen aan een bestaande NWSD.
  4. Start de installatieserver voor uw distributie zoals beschreven in de documentatie en volg de aanwijzingen. Als u de installatie handmatig wilt partitioneren, moet u een PReP-startpartitie maken. Als u op het punt komt waarop u de te installeren pakketten moet selecteren, selecteert u het minimumaantal pakketten dat wordt ondersteund. De naam van de pakketgroep verschilt per distributie.
  5. Laat het installatieprogramma de installatie en configuratie van het pakket uitvoeren. Nadat de installatie is voltooid, start het installatieprogramma het herstelimage.
  6. Controleer of het herstelimage alle noodzakelijke hulpprogramma's bevat. Voor een logische partitie typt u bij een Linux-opdrachtaanwijzing rpm -qa | grep ibmsis om te controleren of de hulpprogramma's voor de oorspronkelijke schijf beschikbaar zijn.
  7. Zorg ervoor dat de stuurprogramma's die voor uw logische partities vereist zijn, geïnstalleerd zijn. Zorg er bijvoorbeeld voor dat pcnet32 is geïnstalleerd voor Ethernet-apparaten of dat olympic is geïnstalleerd voor Token Ring-apparaten. De kernelmodules die zijn gecompileerd, staan in de directory /lib/modules/kernel version/kernel/drivers of in directory's onder die directory.
  8. Installeer eventuele speciale stuurprogramma's of softwarepakketten die vereist zijn voor de logische partities.
  9. Stuur de bestanden en de configuratiegegevens voor de overige logische partities met FTP (File Transfer Protocol) naar de netwerkserveropslagruimte voor herstel.
  10. Installeer de kernel handmatig (als dit vereist is voor de Linux-distributie die u gebruikt). Nadere informatie over installatie van de kernel vindt u in de installatiedocumentatie van de distributie.
  11. Noteer het pad naar de rootpartitie van de herstelopslagruimte. U hebt deze informatie nodig om de herstelopslagruimte te starten vanaf het netwerk. U kunt de rootpartitie opvragen met de opdracht cat /etc/fstab. De partitie in de tweede kolom die begint met een schuine streep naar rechts (/) is de rootpartitie. Voor meer informatie over het vaststellen van de rootpartitie raadpleegt u de documentatie bij de distributie.
U kunt de logische partitie afsluiten door shutdown -h now te typen en de partitie offline te zetten nadat het afsluiten is voltooid. Nadat de partitie offline is gezet, kunt u de herstelopslagruimte ontkoppelen en de normale opslagruimte voor de NWSD opnieuw koppelen.

Send feedback | Rate this page