Twinaxconsole installeren

Meld u aan bij i5/OS, configureer de basisbeveiliging, configureer TCP/IP en stel i5/OS in om een verbinding te maken met IBM.

Gevaar!
Als u aan of in de buurt van het systeem werkt, neem dan de volgende voorzorgsmaatregelen in acht:
Elektrische spanning en stroom van lichtnet-, telefoon- en communicatiekabels is gevaarlijk. Ter voorkoming van een elektrische schok:
  • Sluit deze eenheid uitsluitend met behulp van het door IBM geleverde voedingssnoer aan op de voedingsbron. Maak geen gebruik van een voedingssnoer dat IBM voor enig ander product heeft geleverd.
  • Maak de voedingseenheid niet open en voer er geen onderhoud aan uit.
  • Sluit tijdens onweer geen kabels aan en voer tijdens onweer geen installatie-, onderhouds- of configuratiewerkzaamheden aan dit product uit.
  • Mogelijk is het product uitgerust met meerdere voedingssnoeren. Om alle gevaarlijke voltages te verwijderen, dient u alle voedingssnoeren los te koppelen.
  • Sluit alle netsnoeren aan op correct bedrade en geaarde stopcontacten. Controleer of de stopcontacten een spanning en een fasefrequentie hebben die overeenkomt met hetgeen staat vermeld op het plaatje voor elektrische vereisten.
  • Sluit alle apparatuur die op dit product wordt aangesloten aan op correct bedrade stopcontacten.
  • Koppel en ontkoppel signaalkabels indien mogelijk met één hand.
  • Zet nooit apparatuur aan wanneer u sporen van vuur, water of fysieke beschadigingen ziet.
  • Ontkoppel de aangesloten netsnoeren, telecommunicatiesystemen, netwerken en modems voordat u kleppen van de apparatuur opent, tenzij anders aangegeven in de installatie- en configuratieprocedures.
  • Bij het installeren of verplaatsen van dit product of het openen van kleppen van dit product of aangesloten apparatuur dient u alle kabels aan te sluiten en te ontkoppelen zoals is aangegeven in de onderstaande tabel.
    Ontkoppelen:
    1. Zet alles uit (tenzij anders aangegeven).
    2. Haal de stekkers uit het stopcontact.
    3. Ontkoppel de signaalkabels van de aansluitingen.
    4. Ontkoppel alle kabels van de apparaten
    Aansluiten:
    1. Zet alles uit (tenzij anders aangegeven).
    2. Sluit alle kabels aan op de apparaten.
    3. Sluit de signaalkabels aan op de aansluitingen.
    4. Steek de stekkers in het stopcontact.
    5. Zet de apparaten aan.

    (D005)

Gevaar!
Neem bij het werken aan of in de buurt van IT-reksystemen de volgende voorzorgsmaatregelen in acht:
  • Zware apparatuur - Onjuiste behandeling kan leiden tot lichamelijk letsel of schade aan de apparatuur.
  • Plaats de hoogteverstellingen van de rekbehuizing altijd in de laagste positie.
  • Installeer de stabilisatiebeugels altijd op het rek.
  • Voorkom dat er gevaarlijke situaties ontstaan door de zwaarste apparatuur altijd zo laag mogelijk in de rekbehuizing te installeren. Begin de installatie van servers en optionele apparaten vanaf de onderkant van de rekbehuizing.
  • In een rek geïnstalleerde apparaten mogen niet worden gebruikt als planken of werkruimten. Plaats geen voorwerpen op apparaten die in een rek zijn geïnstalleerd.

  • Vanuit elke rekbehuizing kan meer dan één netsnoer zijn aangesloten op een stopcontact. Als u tijdens het uitvoeren van onderhoud instructie krijgt om de stekker uit het stopcontact te halen, dient u te controleren of u alle stekkers van de apparaten in de rekbehuizing uit het stopcontact hebt gehaald.
  • De apparatuur in een rekbehuizing mag uitsluitend worden aangesloten op stroomvoorzieningsapparatuur die zich in dezelfde rekbehuizing bevindt. Sluit nooit het netsnoer van een apparaat in een rekbehuizing aan op een stroomvoorzieningsapparaat in een andere rekbehuizing.
  • Bij gebruik van een stopcontact met onjuiste bedrading kunnen de metalen gedeelten van het systeem, of van apparaten die op het systeem zijn aangesloten, onder een gevaarlijke spanning komen te staan. Het is de verantwoordelijkheid van de klant om ervoor te zorgen dat de bedrading en de aarding van het stopcontact in orde zijn, zodat elk risico van een elektrische schok wordt vermeden.

WAARSCHUWING

  • Installeer geen station in een rek als de interne temperatuur in het rek hoger zal zijn dan de door de fabrikant aanbevolen temperatuur voor alle in het rek gemonteerde apparaten.
  • Installeer geen station in een rek als de luchtstroom in het rek geblokkeerd is. Let erop dat de luchtstroom aan de zij-, boven- en onderkant niet geblokkeerd raakt of gehinderd wordt.
  • Let erop dat door het aansluiten van de apparatuur geen overbelasting ontstaat van het net en van de bedrading. Voor de juiste voedingsaansluiting van het rek raadpleegt u de labels op de apparaatuur in het rek.
  • (Voor schuifladen.) Trek geen lades of voorzieningen uit het rek en installeer ook geen lades of voorzieningen in het rek zolang de stabilisators niet aan het rek zijn bevestigd. Schuif niet meer dan één lade tegelijk uit. Het rek kan instabiel worden als er meerdere lades tegelijk worden uitgeschoven.
  • (Voor vaste laden.) Deze lade zit vast en mag niet worden verplaatst voor onderhoud, tenzij anders aangegeven door de fabrikant. Wanneer wordt geprobeerd de lade geheel of gedeeltelijk uit het rek te trekken, kan het rek instabiel worden of kan de lade uit het rek vallen.
(R001)
Stel een twinaxconsole in om uw systeem of logische partitie met i5/OS te beheren. Als u deze taak wilt voltooien, moet u uw systeem of logische partitie opnieuw starten, dus kunt u deze pagina afdrukken en bewaren om de twinaxconsole in te stellen.
Tip: Voor een aantal stappen dient u CL-opdrachten op te geven op de opdrachtregel.
Voordat u een twinaxconsole instelt, moet u zorgen dat u de volgende taken hebt uitgevoerd:
  • De bekabeling van de server is voltooid. Dit houdt ook in dat u hebt gecontroleerd dat de adapter voor de twinaxconsole, 2746, is aangesloten op de juiste locatie.
    • Positie C5 of C2 voor model 520
    • Positie C4 voor model 550
    • Positie C4 of C6 voor model 570

    Voor bekabelingsinstructies raadpleegt u Bekabeling voor de server.

  • Als u een Hardware Management Console (HMC) wilt gebruiken om uw hardware te beheren, moet u ervoor zorgen dat de HMC is ingesteld en geconfigureerd. Raadpleeg de installatie-instructies voor de HMC in het onderwerp De Hardware Management Console beheren.
  • Als u van plan bent een logische partitie met i5/OS met deze twinaxconsole te beheren, moet u ervoor zorgen dat er een logische partitie met i5/OS is geconfigureerd, geïnstalleerd en geactiveerd. Voor informatie over logische partities met i5/OS raadpleegt u De server partitioneren.
  • Zorg dat de actieve console geconfigureerd is voor de logische partitie. Zie Consoles, interfaces en werkstations wijzigen.
  • U beschikt over een actuele back-up van het systeem of de logische partitie (inclusief besturingssystemen, gelicentieerde programma's en gegevens). Informatie over het maken van een backup van het systeem of de logische partitie vindt u bij Backup en herstel van gegevens.
  • U beschikt over het telefoonnummer van uw gemachtigde serviceprovider. U kunt voor de volgende zaken contact opnemen met de gemachtigde serviceprovider:
    • Hardwareproblemen
    • IBM-servicenummers voor ECS (Electronic Customer Support), als u zich buiten de Verenigde Staten bevindt. (Voor Amerikaanse klanten worden deze telefoonnummers automatisch verstrekt tijdens de installatie.
    Vraag het nummer van uw gemachtigde serviceprovider op door contact op te nemen met de dealer waar u het systeem hebt gekocht. Telefoonnummers voor service en ondersteuning kunt u ook vinden op
    http://www.ibm.com/planetwide

Als u een twinaxconsole wilt instellen, voert u de volgende taken uit:

  1. Meld u aan bij de twinaxconsole.
  2. Start het systeem.
  3. Aanmelden bij i5/OS met behulp van een twinaxconsole.
  4. Als u geen HMC gebruikt om uw hardware te beheren, voert u de volgende taken uit:
    1. De onderbrekingsstand van het systeem instellen met een twinaxconsole.
    2. Na voltooiing van deze stap gaat u verder met Systeembeveiliging plannen en instellen, waarna u terugkeert naar deze checklist.
    3. Voltooi de TCP/IP-installatie en ga terug naar deze controlelijst als u deze stap hebt voltooid.
  5. Configureer de server voor verbinding met service en ondersteuning en ga terug naar deze controlelijst als u deze stap hebt voltooid.
  6. (Optioneel) Sluit de twinax- en featurekabels aan op een netwerk of apparaat.
  7. (Optioneel) Haal fixes en upgrades op.
  8. (Optioneel) Wijzig de naam van i5/OS met behulp van een twinaxconsole.