Bewaking configureren

Hiermee configureert u de bewaking van de serverfirmware, de HMC en de serviceprocessorverbinding.

U kunt uw serviceprocessor zo configureren dat deze het systeem bewaakt en het systeem zo configureren dat dit de serviceprocessor bewaakt. Door de verschillende bewakingsopties in te schakelen kan de serviceprocessor er voor zorgen dat de essentiƫle componenten functioneren, ongeacht of het systeem is uitgeschakeld, wordt opgestart of actief is.

Om bewaking te kunnen configureren, moet u een gemachtigde serviceprovider zijn.

De bewaking vindt plaats door periodiek monsters te nemen, ook wel heartbeats genoemd. Daarmee kan worden vastgesteld of er sprake is van fout met de serviceprocessor, de HMC of een verbindingsfout met de serverfirmware. Als bijvoorbeeld de bewaking van de serviceprocessorverbinding is ingeschakeld, bewaakt elke serviceprocessor redundante serviceprocessorcommunicatie om de status van de andere serviceprocessor te volgen. Wanneer de serviceprocessor geen heartbeat vaststelt bij de andere serviceprocessor, legt de serviceprocessor die de heartbeat initieert ten gevolge van deze communicatiefout een foutbericht vast in het logboek. Als deze situatie voortduurt, zorgt de serviceprocessor ervoor dat de machine ingeschakeld blijft, genereert hij een foutbericht en voert hij een herstelprocedure uit.

U stelt bewaking als volgt in:

  1. Geef in het ASMI-welkomstvenster uw gebruikers-ID en wachtwoord op en klik op Aanmelden.
  2. Vouw in het navigatiegebied Systeemconfiguratie uit.
  3. Klik op Bewaking.
  4. Selecteer Ingeschakeld of Uitgeschakeld voor de serverfirmware, de verbindingsbewaking van de serviceprocessor en voor de HMC. Alle velden voor verbindingsbewaking zijn standaard ingeschakeld.
  5. Klik op Instellingen opslaan. De bewaking wordt pas van kracht bij de volgende keer dat het besturingssysteem wordt gestart.

Feedback verzenden | Beoordeel deze pagina