Foutopsporing virtuele TTY

Hiermee spoort u fouten op in de virtuele TTY vanaf de masterserviceprocessor.

U kunt extra foutopsporingsgegevens van een defect systeem verzamelen door de DVS (Debug Virtual Server) te gebruiken. Via de DVS wordt de communicatie met de server- en partitiefirmware mogelijk gemaakt. De DVS heeft de mogelijkheid voor maximaal acht open verbindingen. Externe interfaces, zoals de ASMI en de toepassing op afstand van de serviceprocessor, kunnen via de DVS communiceren met de server- en partitiefirmware. Deze communicatie is bidirectioneel. Externe interfaces kunnen via de DVS een bericht verzenden naar de ingebouwde serverprogrammatuur en de ingebouwde partitieprogrammatuur.

De DVS maakt door middel van het partitie-ID en het sessie-ID onderscheid tussen de firmware van de server en de partitie. Het bereik voor zowel het partitie-ID als het sessie-ID is 0 tot 255. Clients zoals de ASMI communiceren met de DVS via een TCP/IP-aansluiting. Voor deze communicatie wordt poort 30002 op de serviceprocessor gebruikt.

Om te kunnen beginnen met communiceren moeten twee parameters worden opgegeven, het partitie-ID en het sessie-ID. Nadat u deze parameters hebt opgegeven, moet u een telnetsessie openen voor het verzenden van berichten. De telnetsessie moet worden gestart en de berichten moeten worden verzonden binnen de timeoutperiode van 15 minuten. Als beide acties niet binnen dat tijdsbestek zijn afgerond, wordt de verbinding verbroken.

Om deze bewerking te kunnen uitvoeren, moet u een gemachtigde serviceprovider zijn.

U spoort als volgt fouten bij de virtuele TTY op:

  1. Geef in het ASMI-welkomstvenster uw gebruikers-ID en wachtwoord op en klik op Aanmelden.
  2. Vouw in het navigatiegebied Netwerkservices uit.
  3. Klik op Fouten opsporen in virtuele TTY.
  4. In het rechterdeelvenster geeft u het partitie-ID en het sessie-ID op.
  5. Klik op Instellingen opslaan.

Feedback verzenden | Beoordeel deze pagina