Systeem aan- en uitzetten

Diverse IPL-parameters bekijken en aanpassen.

Naast het instellen van IPL-opties kunt u het systeem ook opstarten en afsluiten.

Om deze bewerkingen te kunnen uitvoeren, moet u beschikken over een van de volgende machtigingsniveaus:
  • Beheerder
  • Gemachtigde serviceprovider

Diverse IPL-opties die u kunt instellen hebben betrekking op de serverfirmware. Firmware maakt deel uit van de server en wordt opgeslagen in flashgeheugen. De inhoud hiervan wordt bewaard als het systeem wordt uitgeschakeld. De firmware bestaat uit code die automatisch start wanneer de server wordt ingeschakeld. Het belangrijkste doel hiervan is de server gereed te maken voor gebruik. Dit betekent dat de server gereed wordt gemaakt voor het installeren of opstarten van een besturingssysteem. Firmware maakt het ook mogelijk uitzonderingsvoorwaarden in de hardware te verwerken en de functionaliteit van de serverhardware uit te breiden. U kunt het huidige niveau van de firmware op de server bekijken op het welkomstvenster van de ASMI (Advanced System Management Interface).

Deze server beschikt over een opstartzijde voor permanente firmware (P-zijde) en een opstartzijde voor tijdelijke firmware (T-zijde). Bij het bijwerken van de firmware dient u de nieuwe versies van de firmware eerst te installeren op de tijdelijke zijde om te controleren of ze compatibel zijn met uw toepassingen. Als het nieuwe niveau van de firmware in orde is bevonden, kopieert u het naar de permanente zijde.

U bekijkt en wijzigt de IPL-instellingen als volgt:

  1. Geef in het ASMI-welkomstvenster uw gebruikers-ID en wachtwoord op en klik op Aanmelden.
  2. Vouw in het navigatiegebied Voedings-/herstartbesturing uit en klik op Systeem in-/uitschakelen.
  3. Stel de volgende opstartinstellingen in.
    Snelheid van systeemopstartprocedure
    Hiermee selecteert u de snelheid van de volgende uit te voeren opstartprocedure: Snel of Langzaam. Bij een snelle opstartprocedure worden sommige diagnosetests overgeslagen en duren de geheugentests korter.
    Firmware-opstartzijde voor volgende opstartprocedure
    Hiermee selecteert u de zijde waarvanaf de firmware de volgende keer wordt opgestart: Permanent of Tijdelijk. Firmware-updates dient u, voordat u ze kopieert naar de permanente zijde, eerst te testen door op te starten vanaf de tijdelijke zijde.
    Systeemwerkstand
    Hiermee selecteert u de werkstand van het systeem: Handmatig of Normaal. In de werkstand Handmatig worden verschillende automatische opstartfuncties genegeerd (zoals automatisch herstarten) en wordt de aan/uit-knop geactiveerd.
    Opstarten in AIX/Linux-partitiewerkstand
    Hiermee selecteert u het eindpunt van de opstartprocedure. Deze optie is alleen van toepassing op IBM System p5 en eServer p5-servers en is alleen beschikbaar als het systeem niet wordt beheerd vanaf de HMC. Servicewerkstand opstarten vanuit opgeslagen lijst is de voorkeursmethode om online AIX-diagnoseprogramma's uit te voeren. Servicewerkstand opstarten vanuit standaardlijst is de aangewezen methode om stand-alone AIX-diagnoseprogramma's uit te voeren.

    Deze optie is alleen van toepassing als het beheerde systeem gebruikmaakt van de standaard fabrieksconfiguratie, de partitie-indeling zoals geleverd door uw serviceprovider. Als het systeem niet werkt met de standaard fabrieksconfiguratie, worden wijzigingen aan deze optie niet doorgevoerd. Als het systeem echter wel werkt met de standaard fabrieksconfiguratie kunt u met deze optie de instelling voor de volgende herstart wijzigen.

    Opstarten naar systeemserverfirmware
    Hiermee selecteert u de status voor de firmware: Standby of Actief. Als de serverfirmware in de werkstand standby staat, kunnen partities worden ingesteld en geactiveerd.
    Systeemuitschakelbeleid
    Selecteer het systeemuitschakelbeleid. Het systeemuitschakelbeleid is een systeemparameter die bepaalt hoe het systeem zich gedraagt wanneer de laatste partitie (of de enige partitie in het geval dat het systeem niet wordt beheerd met een HMC) wordt uitgeschakeld.
    Opstarten in i5/OS-partitiewerkstand
    Hier kunt u de i5/OS-partitiewerkstand selecteren voor de volgende opstartprocedure voor het systeem. Deze optie is alleen beschikbaar als het systeem niet wordt beheerd met de HMC.
    Huidige hyperboot-werkstandstatus:
    Deze instelling verschijnt als de hyperboot-functie voor het systeem is geactiveerd. De hyperboot-werkstandstatussen zijn: capable en enabled. Als de hyperboot-functie is geactiveerd nadat de activeringscode is ingevoerd, wordt de werkstandstatus gestart in de ASMI en wordt de status capable weergegeven totdat het systeem opnieuw wordt gestart. Nadat het systeem opnieuw is gestart wordt de status gewijzigd in enabled. Elke keer dat u het systeem met de status Enabled start, wordt het gestart in de hyperboot-werkstand.
    Opmerking: Deze instelling kan niet met behulp van deze taak worden gewijzigd. Zie On-demand-functies gebruiken voor informatie over het invoeren van een functieactiveringscode om deze functie in te schakelen.
  4. Voer een van de volgende stappen uit:
    • Klik op Instellingen opslaan om de geselecteerde opties op te slaan. De netvoedingsstatus blijft ongewijzigd.
    • Klik op Instellingen opslaan en in-/uitschakelen. Alle geselecteerde opties worden opgeslagen en het systeem wordt uit- of ingeschakeld. De optie voor inschakelen is alleen beschikbaar als het systeem is uitgeschakeld. De optie voor uitschakelen is alleen beschikbaar als het systeem is ingeschakeld.
    • Klik op Instellingen opslaan en doorgaan met opstarten van systeemserverfirmware om de geselecteerde opties op te slaan en de firmware in of uit te schakelen. Deze optie is alleen beschikbaar als de serverfirmware standby staat.

Feedback verzenden | Beoordeel deze pagina