Detectie op seriële poorten inschakelen

Parameters (inclusief de detectiereeks) opgeven voor het inschakelen van detectie op een seriële poort (systeempoort).

U kunt een detectiebewerking in- of uitschakelen voor een systeempoort. Als u de functie inschakelt, worden de gegevens die op de geselecteerde seriële poort worden ontvangen, gecontroleerd of gedetecteerd bij ontvangst. U kunt ook de controlereeks opgeven. Dit is een bepaalde reeks bytes waarmee de serviceprocessor opnieuw wordt ingesteld als deze reeks word vastgesteld. De systeempoort S1 fungeert als resetapparaat voor alle gevallen die worden onderschept.

Opmerking: De systeempoorten worden uitgeschakeld als een Hardware Management Console (HMC) op de server wordt aangesloten, waarbij de server wordt opgestart tot voorbij de standby-status van de serviceprocessor.
Om deze bewerking te kunnen uitvoeren, moet u beschikken over een van de volgende machtigingsniveaus:
  • Algemeen
  • Beheerder
  • Gemachtigde serviceprovider

Ga als volgt te werk om de huidige controle-instellingen voor de seriële poort te bekijken en te wijzigen:

  1. Geef in het ASMI-welkomstvenster uw gebruikers-ID en wachtwoord op en klik op Aanmelden.
  2. Vouw in het navigatiegebied Hulpmiddelen voor systeemservice uit en klik op Detectie van seriële poort.
  3. Detectie in- of uitschakelen op systeempoort S1. De standaardwaarde is Uitgeschakeld.
  4. Geef een controlereeks van maximaal 32 bytes op in het veld Detectiereeks. De huidige afgebeelde waarde is de standaardwaarde. Zorg ervoor dat de reeks geen algemeen gebruikte reeks is. Een reeks met zowel hoofdletters als kleine letters wordt daarom aanbevolen.
  5. Klik op Detectieparameters bijwerken om de serviceprocessor bij te werken met de geselecteerde waarden.
    Opmerking: Nadat u de detectie op de seriële poort op de juiste manier hebt geconfigureerd en nadat het systeem is opgestart naar AIX, wordt het herstartbeleid van de serviceprocessor gebruikt om het systeem opnieuw op te starten zodra de reeks voor opnieuw instellen wordt ingevoerd op een ASCII-werkstation dat is gekoppeld aan systeempoort S1.

Feedback verzenden | Beoordeel deze pagina