Parameters (inclusief de detectiereeks) opgeven voor het inschakelen van detectie op een seriële poort (systeempoort).
U kunt een detectiebewerking in- of uitschakelen voor een systeempoort. Als u de functie inschakelt, worden de gegevens die op de geselecteerde seriële poort worden ontvangen, gecontroleerd of gedetecteerd bij ontvangst. U kunt ook de controlereeks opgeven. Dit is een bepaalde reeks bytes waarmee de serviceprocessor opnieuw wordt ingesteld als deze reeks word vastgesteld. De systeempoort S1 fungeert als resetapparaat voor alle gevallen die worden onderschept.
Ga als volgt te werk om de huidige controle-instellingen voor de seriële poort te bekijken en te wijzigen: