Deconfiguratiebeleid instellen

Hiermee kunt verschillen beleidsinstellingen maken voor het (de)configureren van processor en geheugen.

U kunt verschillende beleidsinstellingen maken voor het deconfigureren van processors en geheugen onder bepaalde omstandigheden. U kunt een beleid instellen waarmee de processor wordt gedeconfigureerd als er fouten optreden, zoals een voorspelbare fout (corrigeerbare fout die wordt gegenereerd doordat een processor de drempel overschrijdt), een drijvende komma-fout, een functionele fout of een systeembusfout. U kunt ook de firmware inschakelen om een verwerkingseenheid (knooppunt) uit te schakelen voor onderhoud als bepaalde resources in dat knooppunt worden gedeconfigureerd.

Als u het deconfiguratiebeleid wilt instellen, moet u over een van de volgende machtigingsniveau's beschikken (elke gebruiker kan het deconfiguratiebeleid bekijken):
  • Beheerder
  • Gemachtigde serviceprovider

Voer de volgende stappen uit als u deconfiguratiebeleid wilt instellen:

  1. Geef in het ASMI-welkomstvenster uw gebruikers-ID en wachtwoord op en klik op Aanmelden.
  2. Klik in het navigatiegebied achtereenvolgens op Systeemconfiguratie en Hardware-deconfiguratie.
  3. Klik op Deconfiguratiebeleid.
  4. Selecteer in het rechterdeelvenster voor elk beleid Ingeschakeld of Uitgeschakeld.
  5. Klik op Instellingen opslaan.

Feedback verzenden | Beoordeel deze pagina