Geheugenconfiguratie wijzigen

U kunt gegevens afbeelden voor elke geheugeneenheid (DIMM) en -bank. U kunt de status van elke bank wijzigen.

Elke geheugenbank bevat twee DIMM's. Als de firmware een storing vaststelt bij een DIMM of een storing voorspelt, deconfigureert het de DIMM met de storing plus de andere DIMM in de geheugenbank. Terwijl DIMM's worden nagegaan op storingen, heeft elke geheugenbank een van de volgende statussen:
  • Geconfigureerd door het systeem (cs)
  • Handmatig geconfigureerd (mc)
  • Gedeconfigureerd door het systeem (ds)
  • Handmatig gedeconfigureerd (md)
Met de ASMI kunt u voor een of meer DIMM's de status van de geheugenbank wijzigen van cs in md, van mc in md en van md in mc. Als een DIMM wordt gedeconfigureerd, wordt de andere DIMM in de geheugenbank automatisch ook gedeconfigureerd.
Opmerking: U kunt de status van de geheugenbank alleen wijzigen als het deconfiguratiebeleid voor het geheugendomein is ingeschakeld. Als dit beleid niet is ingeschakeld en u probeert de status te wijzigen, wordt een foutbericht afgebeeld.

De foutcategorie is de oorzaak van de geheugendeconfiguratie en is van toepassing op de bank met de status ds. De foutcategorie wordt alleen afgebeeld als de bank de status ds heeft.

Om deze bewerking te kunnen uitvoeren, moet u beschikken over een van de volgende machtigingsniveaus:
  • Beheerder
  • Gemachtigde serviceprovider

U kunt de geheugenconfiguratie als volgt bekijken of wijzigen:

  1. Geef in het ASMI-welkomstvenster uw gebruikers-ID en wachtwoord op en klik op Aanmelden.
  2. Klik in het navigatiegebied achtereenvolgens op Systeemconfiguratie en Hardware-deconfiguratie.
  3. Klik op Deconfiguratie van geheugen.
  4. Selecteer in het rechterdeelvenster een knooppunt uit de lijst met knooppunten.
  5. Klik op Doorgaan om de status van het geheugen te wijzigen in geconfigureerd of gedeconfigureerd, als die tenminste nog niet is gedeconfigureerd door het systeem.
    Opmerking: De status van het geheugen kan alleen worden gewijzigd als het systeem is uitgeschakeld. Tijdens de uitvoering kunt u de status van elke processor bekijken, maar niet wijzigen. Als het deconfiguratiebeleid is uitgeschakeld, kan de status van het geheugen niet worden gewijzigd.
  6. Klik op Aanbieden. Er wordt een rapportpagina afgebeeld waarop wordt aangegeven of het wijzigen van de status van de geheugenbank is geslaagd of mislukt.

Feedback verzenden | Beoordeel deze pagina