Met de functie voor het overnemen en herstellen van consoles worden Operations Console-werkstations en de 5250-emulator op de console van de Hardware Management Console (HMC) ondersteund. Het overnemen wordt ook ondersteund in een opstartprocedure in de D-modus. Er kunnen twee apparaten met gegevens tegelijkertijd worden verbonden tijdens een opstartprocedure in de D-modus, maar slechts één apparaat kan als console fungeren.
De overnamefunctie is het proces dat wordt gebruikt om een in het LAN opgenomen apparaat de besturing te laten overnemen van het op het LAN aangesloten apparaat dat op dat moment dienst doet als console. Omdat er maar een lokale console kan zijn die rechtstreeks is verbonden en omdat de HMC 5250-emulatieconsole gemeenschappelijk kan worden gebruikt, kan de overnamefunctie niet worden gebruikt met de lokale console die rechtstreeks is verbonden. Een op 5250-emulatie gebaseerd apparaat kan echter wel worden gebruikt om het verlies van de console te herstellen door het consoletype te wijzigen. Door de twinaxconsole wordt een speciale vorm van de 5250-emulatie gebruikt en de twinaxconsole is geen consoletype waarnaar of waarvan kan worden overgeschakeld zonder gegevensverlies. Het is mogelijk dat voor de ondersteuning van de nieuwe console de toewijzing van hardware moet worden aangepast.
De herstelfunctie is gebaseerd op het onderbreken van de gegevensstroom naar een console waarmee de verbinding is verbroken of die wordt overgenomen. Vervolgens worden de af te leveren gegevens opgeslagen als het volgende apparaat de console wordt. Dit proces wordt ook uitgevoerd als de nieuwe console hetzelfde is als de eerdere console.
Voor het herstellen van de console wordt een deel van de overnamefunctie gebruikt. De console kan worden hersteld vanaf hetzelfde apparaat of vanaf een ander 5250-apparaat. Als u bijvoorbeeld werkt met een lokale console op een netwerk (LAN]) en verschillende PC's zo hebt ingesteld dat deze als console kunnen functioneren, kunt u als de bestaande console wegvalt de overnamefunctie gebruiken vanaf dezelfde PC (nadat u de fout hebt verholpen) of vanaf een andere PC. Ongeacht de taak die de vorige console uitvoerde, gaat de nieuwe console verder met dezelfde stap van de dezelfde taak als de oorspronkelijke console. De taak wordt gewoon uitgevoerd, ook als de oorspronkelijke console niet operationeel is.
Het huidige consoletype is nog steeds de enige console die is toegestaan als de overname is ingeschakeld. Op elk werkstation dat geschikt is als console, wordt echter het venster DST Sign-on of het venster Console Information Status weergegeven. Als de console is ingesteld als Operations Console (LAN), wordt bijvoorbeeld op een lokale console die rechtstreeks is verbonden het venster Console Information Status weergegeven zonder het venster DST Sign-onvenster. In het veld Take over the console wordt de waarde NO weergegeven om aan te geven dat de bestaande console niet kan worden overgenomen. Maar de console kan wel worden gebruikt voor een herstelactie. Als het consoletype niet is ingesteld als de HMC (4), wordt door de HMC 5250-emulator het bericht Verbinding geweigerd - partitie niet geconfigureerd voor HMC console verzonden.
Er wordt voor elk apparaat dat als console dient en dat ondersteuning voor 5250-emulatie biedt, een gegevensvenster weergegeven ongeacht de specifieke connectiviteit en ongeacht of het de console is waarmee een verbinding met de server tot stand wordt gebracht. Hierdoor worden op meerdere apparaten gegevens weergegeven nadat een verbinding met de console tot stand is gebracht. Er wordt door een apparaat dat als console kan dienen geen leeg scherm of een status die aangeeft dat de verbinding is verbroken meer weergegeven als een ander apparaat de actieve console is. In plaats daarvan wordt door het apparaat een foutbericht (HMC) of het venster Console Information Status weergegeven. De belangrijkste functie van deze voorziening is dat de taak op de console zonder gegevensverlies naar een ander apparaat kan worden "overgebracht".
Besteed aandacht aan de volgende beperkingen voordat u de functie voor het overnemen en herstellen van consoles inschakelt.
De standaardinstelling voor de overname- en herstelfunctie is uitgeschakeld. Als deze functie is uitgeschakeld, wordt op alle apparaten die als console dienst kunnen doen het venster Console Information Status weergegeven als het apparaat niet de actieve console is. Als de console is ingesteld op een 4 (HMC), wordt een rechtstreeks verbonden apparaat dat als console wordt gebruikt niet automatisch verbonden. Een op het LAN aangesloten apparaat dat als Operations Console kan worden gebruikt, wordt alleen gestart als de netwerkadapter een geldige configuratie heeft, bijvoorbeeld de configuratie die beschikbaar is na configuratie van de servicetools-server voor iSeries Navigator.