Een backupconsole plannen voor het geval er zich hardware- of netwerkstoringen voordoen.
In dit onderwerp wordt de backupconsole besproken waarvan u de toepassing kunt overwegen om een snel herstel mogelijk te maken als de console die i5/OS beheert onverwachts uitvalt. Veel systeemplannen bevatten een mate van redundantie met het oog op hardwarestoringen, maar de console wordt daarbij soms over het hoofd gezien. Hier vindt u een aantal suggesties voor het plannen van een backupconsole voor het beheren van i5/OS:
Overwegingen voor een backupconsole
- De adapterlocatie voor de Operations Console of een twinaxconsole ligt voor een aantal niet gepartitioneerde IBM System i5 en eServer i5-servermodellen vast of wordt ten minste beperkt. Op basis van de hardwarevereisten van uw server beschikt u over beperkte consolekeuzen voori5/OS.
Probeer, indien mogelijk, minimaal één consoletype in te stellen.
- U kunt de overname- en herstelfunctie gebruiken als onderdeel van uw i5/OS-backupconsolestrategie. De hardware die echter wordt gebruikt voor de Operations Console of de twinaxconsole moet voor de herstelprocedure zijn geïnstalleerd. Voor meer informatie over de algemene overwegingen voor de Operations Console, raadpleegt u Algemene overwegingen voor Operations Console.
- De alternatieve console verwijst naar een twinaxconsoleresource die als de alternatieve console is aangegeven als de console ook een twinaxconsole is.
Met een alternatieve console beschikt u over een extra beschermingslaag. Als tijdens een opstartprocedure in een bewaakte werkstand door het systeem een fout in de primaire console wordt aangetroffen, wordt automatisch de alternatieve console geprobeerd. Als u dezelfde resource zowel als de console als de alternatieve console labelt, kan dit tot gevolg hebben dat er helemaal geen console kan worden gekozen. U kunt de alternatieve console bijvoorbeeld opgeven door een I/O-adapter op een andere bus te labelen voor het geval er een probleem met een bus mocht optreden.
- IBM System i5 en eServer i5-servermodellen die gebruikmaken van een Hardware Management Console (HMC) bieden u de mogelijkheid om een bepaalde I/O-adapter als het consoleapparaat te labellen. Raadpleeg voor meer informatie Algemene overwegingen voor Operations Console.
- Op grote, in meerdere partities ingedeelde servers met een hoge beschikbaarheid, gebruikt u de Operations
Console (LAN) als de systeemconsole voor elke server of partitie. In het geval van een consolestoring, kunt u overschakelen naar de HMC 5250-console zonder dat u hoeft te controleren over er aanvullende hardware aanwezig is. Als er van een console naar een HMC wordt overgeschakeld, kan dit meestal zonder een opstartprocedure (IPL).
Controleren of uw systeem klaar is voor een backupconsole
Het herstel na het verlies van een console is afhankelijk van veel factoren, waaronder het model, de beschikbare hardwareresources, het vorige consoletype en het geplande nieuwe consoletype. Het kan bijvoorbeeld gaan om de reparatie van de uitgevallen console of om een tijdelijke vervanging door een ander consoletype. Als er wordt overgeschakeld naar een ander consoletype kan dit meestal zonder een opstartprocedure, maar onder bepaalde condities kan er een opstartprocedure nodig zijn. Voor u de servicefuncties van de console (65+21) gebruikt, moet u het volgende controleren:
- Voor systemen zonder een HMC moet u controleren of de consolehardware is geïnstalleerd en beschikbaar is.
- Voor systemen met een HMC moet u controleren of de bijbehorende consoleresources zijn gelabeld in het partitieprofiel.
Als u een lokale console op een netwerk (LAN) als een backup voor een ander consoletype wilt gebruiken, moet de netwerkadapter zich in een sleuf bevinden die voor een console is toegewezen of in een correct gelabelde I/O-adapter. Als de server nog niet is geconfigureerd, kunt u de opdracht BOOTP gebruiken om de server te configureren. Voor meer informatie over BOOTP, raadpleegt uOperations Console (netwerken) en Een servicehostnaam (interfacenaam) maken of controleren.
Mogelijke configuraties voor de backupconsole
Het is belangrijk om goed na te denken over uw consolebehoeften. Als u uitgaat van de vraag "wat gebeurt er als er een storing optreedt?" en u over een andere methode beschikt om te zorgen dat er een console beschikbaar is, en bovendien oplossingen zoekt voor de hardwarevereisten die nodig zijn om op verschillende niveaus storingen te kunnen opvangen, bent u veel minder gevoelig voor een onherstelbare consolestoring.
Er
zijn verschillende configuraties voor backupconsoles geschikt voor uw omgeving. In de
volgende tabel worden de mogelijke oplossingen vermeld.
Tabel 1. Mogelijke configuraties voor de backupconsole| Als... |
Dan... |
| Als uw systeem op afstand wordt geopend... |
denk dan aan een consolemogelijkheid op een andere plaats of aan een andere koppelingsmogelijkheid voor de console. Er kan een backup van een lokale console op een netwerk (LAN) worden gemaakt met behulp van een extra lokale console op een netwerk-PC (LAN). Als er een storing in de netwerkadapter zou optreden, zou u een lokale console kunnen gebruiken die rechtstreeks als een backupconsole is verbonden. Als u het consoletype wijzigt in een lokale console die rechtstreeks is verbonden terwijl toegang op afstand is toegestaan, beschikt u over de toegevoegde mogelijkheid om een PC op afstand als de console te laten functioneren. |
| Als u systeem geconfigureerd is met HMC, maar de Operations Console wel wordt uitgevoerd... |
Kunt u snel overschakelen naar de HMC 5250-console als er een storing in de Operations Console optreedt. U kunt dit doen zonder dat u hardware hoeft te vervangen. Let op: U moet elke console afzonderlijk configureren.
|
| Als u verschillende lokale consoles op een netwerk
(LAN) op een enkele PC gebruikt... |
|
| Als u verschillende lokale consoles op een netwerk
(LAN) op verschillende PC's gebruikt... |
- zou u aan elke PC een kernset met consoleverantwoordelijkheden kunnen toewijzen
en er vervolgens voor kunnen zorgen dat de dekkings- en backupconfiguraties elkaar overlappen. Als u bijvoorbeeld over een PC beschikt die 10 lokale consoles op een netwerk (LAN) ondersteunt en een andere PC met hetzelfde aantal primaire consoles voor nog eens 10 logische partities, kunt u in plaats van een backup van iedere PC te maken met behulp van de configuratie van de andere PC, een derde PC toevoegen en de 20 consoles zodanig distribueren dat de twee PC's een backup maken van een gedeelte van de primaire consoleconfiguraties van elke PC.
- u kunt op deze manier over een vast toegewezen PC beschikken die als backup kan worden gebruikt voor een bepaald aantal consoles, die u pas aansluit als het nodig is.
|
Opmerking: Als u meer dan een lokale console op een netwerk (LAN) hebt gepland, kunt u aanvullende apparatuur-ID's voor servicetools op de server maken voor u begint met de configuratie van de Operations Console-PC. Elke PC die met dezelfde doelserver of logische doelpartitie in verbinding staat, moet een uniek apparatuur-ID hebben.
Voor meer informatie over de mogelijkheid om tussen console-apparaten over te schakelen, raadpleegt u Van een bepaald consoletype overschakelen naar een ander type als een console momenteel beschikbaar is.