Servicefuncties van console gebruiken (65 + 21)

Gebruik de servicefuncties van de console (65+21) als u een onverwachte consolefout aantreft en er geen andere werkstations voor herstelwerkzaamheden of oplossingen beschikbaar zijn.

De servicefuncties van de console (65+21) zijn van toepassing op systemen met of zonder eenHardware Management Console (HMC), of een bedieningspaneel. Eventuele hardwaretoewijzingen of configuraties moeten zijn voltooid voordat u de servicefuncties van de console (65+21) gaat gebruiken. Als u bijvoorbeeld een I/O-adapter hebt gelabeld als het console-apparaat, moet u een andere I/O-adapter labelen om het type console of het type connectiviteit te wijzigen.

Belangrijk: Als u de servicefuncties van de console (65 + 21) wilt gebruiken, moet de server ver genoeg door de opstartprocedure (IPL) heen gekomen zijn om de code correct uit te voeren. Als er een console-apparaat beschikbaar is, kunt u dat apparaat voor wijzigingen of herstel gebruiken. Als er geen console-apparaat beschikbaar is, kunt u de servicefuncties van de console (65+21) vervolgens alleen uitvoeren nadat er systeemverwijzingscode (SRC) wordt afgebeeld die naar een fout verwijst. De code is meestal A6005008.

U kunt de servicefuncties van de console (65+21) openen vanuit het bedieningspaneel, het bedieningspaneel op afstand van de Operations Console of de HMC. Al deze functies, met uitzondering van het dumpen van Operations Console-gerelateerde traceergegevens in vlogs tijdens een D-mode IPL (Initial Program Load), worden ondersteund met behulp van de native macro OPSCONSOLE.

De consolewaarde wijzigen in i5/OS (01 - 04)

U kunt de servicefuncties van de console (65+21) gebruiken om de consolewaarde in IBM i5/OS van de huidige waarde te wijzigen in een andere waarde.

Voorbeeld: u hebt een server met een lokale console op een netwerk (LAN) besteld, maar u hebt problemen om de server aan de gang te krijgen. Omdat u de Operations Console-kabel hebt ontvangen voor een lokale console die rechtstreeks is verbonden, wilt u de consolewaarde wijzigen van Operations Console (LAN) in Operations Console (rechtstreeks verbonden).

Eigen macro: OPSCONSOLE CNSLTYPE x (1, 2, 3 of 4)

Resource en configuratie voor de LAN-adapter van Operations Console (C3) wissen

U kunt de huidige LAN-adapter van de Operations Console ontkoppelen. U kunt deze optie gebruiken om een fout in de configuratie te ondervangen. Afhankelijk van uw intentie om de configuratie van de LAN-adapter te verwijderen, wilt u mogelijk ook de LAN-adapter stoppen en opnieuw starten.

Voorbeeld: u hebt een tikfout gemaakt en het IP-adres van een ander apparaat ingevoerd. Op het tijdstip van verbinding heeft de client de LAN-adapter van de server geconfigureerd voor Operations Console, maar Operations Console is er niet in geslaagd de verbinding tot stand te brengen, omdat het andere apparaat actief was. Met deze optie wist u de netwerkgegevens van het netwerk voor de Operations Console en kunt u de configuratie van de client wissen en opnieuw opstarten zodat BOOTP kan werken. Voor meer informatie over BOOTP, raadpleegt u Operations Console (netwerken).

Voorbeeld: U wilt de server niet opnieuw starten. Om tijd te besparen wilt u alleen de LAN-adapter stoppen en opnieuw starten. In deze situatie verwijdert, deactiveert en activeert u vervolgens de LAN-adapter.

Voorbeeld: U moet de netwerkgegeven op de server opnieuw instellen, maar u wilt de server niet opnieuw starten. Om tijd te besparen wilt u alleen de LAN-adapter stoppen en opnieuw starten. In deze situatie wist u de LAN-adapter en vervolgens deactiveert u de adapter en activeert u deze opnieuw met de functies 65, 21, 21.

Eigen macro: OPSCONSOLE CNFGLAN -clear

De LAN-adapter voor de Operations Console deactiveren en activeren (A3)

U kunt de LAN-adapter voor de Operations Console opnieuw instellen.

Voorbeeld: door een netwerkprobleem heeft de server een ongeldige status gekregen en kan Operations Console niet worden geactiveerd. Door de LAN-adapter van de Operations Console te deactiveren en vervolgens te activeren, dwingt u de LAN-adapter te deactiveren en vervolgens opnieuw te starten. Door deze actie wordt het probleem verholpen, vooropgesteld dat het oorspronkelijke probleem dat de oorzaak was van de storing in de verbinding, hierdoor werd gecorrigeerd.

Voorbeeld: U wilt de server niet opnieuw starten. Om tijd te besparen wilt u alleen de LAN-adapter stoppen en opnieuw starten. In deze situatie deactiveert en activeert u vervolgens de LAN-adapter.

Eigen macro: OPSCONSOLE RESTART

Aan Operations Console gerelateerde vluchtrecorders dumpen naar vlogs (DD)

U kunt waardevolle oplossingsinformatie met betrekking tot een Operations Console-verbindingsprobleem vastleggen voor het ondersteunende personeel. Deze methode is minder ingrijpend dan het uitvoeren van een hoofdgeheugendump waardoor de server opnieuw moet worden gestart. De servicefuncties van de console (65+21) verzamelen de vluchtrecorder-logboeken voor de Operations Console. De server maakt vervolgens een set vlogs voor de primaire actiecode 4A00 en de secundaire actiecode 0500. U kunt deze vlogs vervolgens voor analyse verzenden naar uw serviceprovider. Laat de opstartprocedure van de server zo mogelijk doorgaan tot IBM i5/OS. U weet dan zeker dat alle vlogs worden gemaakt, ook als de opstartprocedure mislukt. De bedoeling is dat de LIC-functie (Licensed Internal Code) de vlog-taken heeft gestart voordat de dump van de vluchtrecorders wordt uitgevoerd.

Eigen macro: OPSCONSOLE DUMP -vlog

Ingebedde Ethernet-poort en 5706/5707-adapters (E1, E2, D1, D2) in- of uitschakelen

U kunt de ondersteuning voor de ingebedde Ethernet-poort en voor de 5706/5707-adapters in- of uitschakelen. Voor nieuwe systemen zijn beide opties standaard ingeschakeld. Deze opties worden alleen gebruikt als het systeem niet wordt beheerd door een HMC.

Locatie selecteren voor een afzonderlijke asynchrone adapter (F2, F3, F4)

Voor IBM System i5 520-modellen met IOPless-functionaliteit die niet worden beheerd met een Hardware Management Console (HMC), installeert u PTF MF39303 (V5R3M5) of PTF MF39304 (V5R4M0) om het op uw systeem mogelijk te maken om gebruik te maken van asynchrone adapters in meerdere sleuven tegelijk. Deze PTF's maken het ook mogelijk om asynchrone adapter 2793 te plaatsen in IOPless-sleuf C4. Na installatie van deze PTF's kunt u een afzonderlijke asynchrone adapter selecteren voor gebruik in combinatie met de console, Electronic Customer Support (ECS) en service op afstand. Hierbij maakt u gebruik van een ingebouwde macro of de servicefuncties van de console (65+21). De console, ECS en de functies voor service op afstand moeten alle gebruikmaken van een enkele asynchrone adapter. Sleuf C4 kunt u niet selecteren voor de console bij gebruik van adapter 2793, maar wel voor gebruik in combinatie met ECS en service op afstand.

Voorbeeld: Als Als er een asynchrone adapter aanwezig is in zowel C2 als C3, voor gebruik door Operations Console (Direct), kunt u een van beide sleuven gebruiken voor de console, ECS en service op afstand, zonder dat u de asynchrone adapter hoeft te verwijderen uit de andere sleuf.

Verwante taken
Toegang tot de servicefuncties van de console (65+21)
Voortgang volgen met behulp van de servicefuncties van de console (65+21)
Verwante verwijzing
Voorbeelden: servicefuncties console (65+21)

Feedback verzenden|Deze pagina beoordelen