Uw verbinding starten

De laatste stap bij het installeren van uw Operations Console is het starten van de verbinding.
  1. Selecteer de naam van de verbinding.
  2. Start de verbinding door een van de volgende taken te selecteren:
    • Klik met de rechtermuisknop op de naam van de verbinding en kies Verbinden.
    • Klik op het verbindingspictogram op de werkbalk.
    • Klik op de vervolgkeuzelijst voor de verbinding en kies Verbinden.
  3. Schakel de server in.
    1. De server of UPS en de aangesloten uitbreidingseenheden aansluiten op de netvoeding.
    2. Open de klep van het bedieningspaneel aan de voorzijde van de server. Het bedieningspaneel hoort dan verlicht te zijn en de tekens 01 B N V=F te vermelden. De server is nog niet aangezet.
      Opmerkingen:
      • Houd er rekening mee dat er enige tijd kan verstrijken tussen het moment dat de server wordt voorzien van stroom en het moment dat een opstartprocedure (IPL) kan worden gestart. Zodra de stroomvoorziening voor de server wordt ingeschakeld, voert de serviceprocessor eerst een zelfcontrole uit, waarbij het bedieningspaneel gedurende maximaal 2 minuten leeg blijft. Wacht totdat de C1XX XXXX-voortgangscodes zijn voltooid en 01 wordt afgebeeld op het bedieningspaneel, voordat u een opstartprocedure (IPL) uitvoert of de functies op het bedieningspaneel wijzigt.
      • Als 01 B N V=F niet wordt afgebeeld, moet u misschien de werkstand wijzigen.

        Om het regelpaneel te gebruiken om de werkstand te wijzigen, gaat u als volgt te werk:

        1. Selecteer functie 02 door op de knop Omhoog (^) of Omlaag (V) op het bedieningspaneel te drukken.
          Tip: Met de knop Omhoog (^) en Omlaag (V) wijzigt u de waarden in het veld en met de knop Enter gaat u van veld naar veld.
        2. Druk op de knop Enter om functie 02 te starten. Het huidige IPL-type wordt afgebeeld met een aanwijzer. De huidige werkstand van de logische sleutel en de IPL-snelheid worden ook weergegeven.
        3. Gebruik de knoppen Omhoog (^), Omlaag (V) en Enter om door de IPL-typen, de werkstanden van de logische sleutel en de IPL-snelheden te bladeren totdat 02 B N V wordt weergegeven.
        4. Druk op de knop Enter om functie 02 af te sluiten.
        5. Gebruik de knoppen Omhoog (^) of Omlaag (V) om functie 01 te selecteren en druk vervolgens op Enter.

        Voor verdere informatie raadpleegt u het onderwerp De functies van het bedieningspaneel beheren.

    3. Druk op de witte aan/uit-knop. Het inschakelen van de server kan circa 5 tot 20 minuten duren. Als op het bedieningspaneel A900 2000 wordt afgebeeld, is de console nog niet verbonden. Als op het bedieningspaneel A900 2000 wordt afgebeeld, is de console nog niet verbonden.

Bekijk de online Help voor het gebruik van de Operations Console door Help te kiezen in het menu Help van het venster Operations Console.


Feedback verzenden|Deze pagina beoordelen