Problemen oplossen met de macro OPSCONSOLE

De voorziening op de server gebruiken voor het opsporen van fouten en het uitvoeren van analyse, met het oog op probleemoplossing zonder consoleapparaat.

Eigen macro's zijn geavanceerde tools voor foutopsporing en analyse die resident zijn op de server. Deze tools mogen alleen worden gebruikt op aanwijzing van het ondersteunende personeel omdat onjuist gebruik van deze tools onvoorziene problemen met het systeem tot gevolg kan hebben. Als u niet bekend bent met de werking van de servicetools, moet u contact opnemen met uw serviceprovider en ondersteuning vragen. Uitgangspunt bij deze instructies is dat u niet beschikt over een console-apparaat maar wel over een ander werkstation waarmee u SST (System Service Tools) kunt gebruiken.

Belangrijk: Onjuist gebruik van de eigen macro's kan een wijziging tot gevolg hebben die alleen kan worden hersteld door het systeem volledig opnieuw te laden. Gebruik deze eigen macro's alleen op aanwijzing van een medewerker van de ondersteuning.

Voer de volgende stappen uit als de eigen macro's voor de Operations Console wilt gebruiken:

  1. Open SST (System Service Tools).
  2. Selecteer Start a service tool.
  3. Selecteer Display/Alter/Dump.
  4. Selecteer Display/Alter storage.
  5. Selecteer Licensed Internal Code (LIC) data.
  6. Selecteer Advanced analysis. (U moet omlaag bladeren voor deze optie.)
  7. Blader omlaag naar de optie OPSCONSOLE.
  8. Typ een 1 naast de optie en druk op Enter. Het venster Specify Advanced Analysis Options verschijnt en de opdracht OPSCONSOLE wordt weergegeven.
  9. Voer de gewenste optie en de vereiste parameters in het veld Options in. Kies de volgende opties op basis van de functie die u uitvoert:
    • De communicatie-adapter deactiveren voor een lokale console die rechtstreeks is verbonden = deactdirect
    • De communicatie-adapter activeren voor een lokale console die rechtstreeks is verbonden = actdirect
    • De LAN-adapter deactiveren voor een lokale console op een netwerk (LAN) = deactlan
    • De LAN-adapter activeren voor een lokale console in een netwerk (LAN) = actlan
    • De console opnieuw starten =restart
      Opmerking: Met de optie restart kunt u de huidige console deactiveren en de server een nieuwe console laten zoeken en (her)starten. Met de optie restart kunt u een probleem verhelpen met de oorspronkelijke console of met het overschakelen naar een andere console.
    • PTF MF39303 (V5R3M5) en PTF MF39304 (V5R4M0) maken het mogelijk om een afzonderlijke asynchrone adapter te selecteren voor console, ECS en service op afstand = enbslot n (n is gelijk aan 2, 3, of 4)
      Opmerkingen:
      1. Deze optie is alleen van toepassing voor IBM System i5 520-modellen met IOPless-functionaliteit, die niet worden beheerd met een Hardware Management Console (HMC).
      2. Als u een afzonderlijke asynchrone adapter niet langer wilt selecteren, kunt u de huidige selectie opheffen met clrslot.
De volgende codes worden alleen gebruikt als de server niet wordt beheerd door een Hardware Management Console:

Feedback verzenden|Deze pagina beoordelen