Operations Console met iSeries Navigator

Plan hoe Operations Console samenwerkt met iSeries Navigator.

Zowel iSeries Navigator als Operations Console kunnen op één PC draaien. Afhankelijk van de manier waarop Operations Console op de server is aangesloten, zijn er twee configuratieopties voor het netwerk beschikbaar.

iSeries Navigator is de grafische gebruikersinterface voor het beheer van de server vanaf uw Windows-bureaublad.

Met Operations Console kunt u via een lokale of niet-lokale PC een console en/of een bedieningspaneel gebruiken en aansturen. Operations Console maakt verbindingen of consoleactiviteiten in een LAN (Local Area Network) mogelijk, en maakt rechtstreekse, bekabelde verbindingen mogelijk. Een PC kan verschillende verbindingen met verschillende servers hebben en kan voor verschillende servers als console fungeren. U kunt bijvoorbeeld over een logisch gepartitioneerde server beschikken terwijl u één PC als console voor alle logische partities gebruikt. Aangezien elke logische partitie als een aparte server wordt gezien, hebt u een aparte verbinding nodig voor elke logische partitie waarvoor u de console wilt gebruiken. Operations Console staat verschillende verbindingen met één server toe, maar de server kan maar door één PC tegelijkertijd worden aangestuurd. Afhankelijk van de koppelingsmogelijkheden van Operations Console, kunt u een van de volgende configuratiemethoden toepassen.

  1. De PC die Operations Console als een rechtstreeks verbonden lokale console gebruikt, heeft een netwerkverbinding nodig voor iSeries Navigator. Deze verbinding met iSeries Navigator is alleen mogelijk als de server over een netwerkadapter en een geconfigureerde i5/OS regelbeschrijving (LIND) beschikt.

    Als de Operations Console is verbonden via een seriële kabel die aan een asynchrone adapter op de server is aangesloten, wordt iSeries Navigator verbonden via een LAN-adapter op de server. De PC communiceert met Operations Console via haar communicatiepoort terwijl de communicatie met iSeries Navigator via de LAN-koppelingen plaatsvindt.

    Figuur 1. Configuratie van iSeries Navigator en Operations Console via afzonderlijke verbindingen
    iSeriesConfiguratie van Navigator en Operations Console via afzonderlijke verbindingen
  2. Voor de PC die als lokale console in een netwerk (LAN) wordt gebruikt, kan een aanvullende netwerkverbinding vereist zijn. Voor iSeries Navigator zijn een netwerkverbinding met de netwerkadapter en een geconfigureerde i5/OS regelbeschrijving (LIND) vereist. Operations Console gebruikt de servicenetwerkadapter die door de servicehostnaam (interfacenaam) is gedefinieerd. Als de netwerkadapter en de geconfigureerde i5/OS LIND en de servicenetwerkadapter zoals deze door de servicehostnaam (interfacenaam) wordt gedefinieerd zich in hetzelfde netwerk bevinden, is er geen aanvullende LAN-adapter op de PC vereist.
    Figuur 2. iSeriesConfiguratie van Navigator en Operations Console in hetzelfde netwerk
    iSeriesConfiguratie van Navigator en Operations Console in hetzelfde netwerk
    Figuur 3. iSeries Configuratie van Navigator en Operations Console in verschillende netwerken
    iSeriesConfiguratie van Navigator en Operations Console op afzonderlijke netwerken

Feedback verzenden|Deze pagina beoordelen