Als u problemen hebt met de huidige console kunt u, afhankelijk van het soort probleem, proberen weer toegang te krijgen tot het systeem door een ander consoletype te kiezen.
Opmerking: Voor de volgende instructies wordt verondersteld dat er hardware waarmee een nieuw consoletype wordt ondersteund beschikbaar is op de juiste locatie of kan worden gelabeld zonder dat er hardware hoeft te worden toegevoegd of verplaatst. Voor systemen met een HMC is ten minste een labelwijziging vereist voordat er een nieuw consoletype wordt geselecteerd. Als een label wordt gewijzigd, moet het systeem worden uitgeschakeld en opnieuw worden ingeschakeld om de wijziging in het partitieprofiel weer te kunnen geven, tenzij dit met de alternatieve methode wordt gedaan (ook wel dynamisch labelen genoemd). Deze beperking is ook van toepassing als u terug wilt keren naar het oorspronkelijke consoletype.
Houd rekening met het volgende voordat u start:
- Het is mogelijk dat u diverse servicefuncties van de console
(65+21) moet herstellen om een probleem met de Operations Console te verhelpen. Het effect van de servicefuncties is afhankelijk
van het probleem, de connectiviteit van de huidige console,
het type doelconsole en de huidige status van het systeem.
- Neem bij twijfel over een functie of herstelactie contact op met de serviceprovider voor ondersteuning.
Gebruik een van de volgende methoden om het consoletype te wijzigen:
- Als u werkt met een PC die voor de console is aangesloten op een LAN, en daarnaast beschikt over een andere PC die is geconfigureerd als console, kunt u proberen de andere PC te gebruiken voor de console tot het probleem met de eerste console is opgelost.
- Gebruik SST van een ander werkstation.
- Gebruik de servicefuncties van de console (65+21) om de console te wijzigen of opnieuw in te stellen.
- Gebruik de juiste, eigen macro van een ander werkstation. De toewijzingen of configuraties van de hardware
moeten zijn voltooid voordat u een verbinding tot stand brengt met een andere connectiviteit. U kunt bijvoorbeeld de alternatieve methode voor het labelen van een andere console gebruiken om een IPL over te slaan in plaats van de partitie uit te schakelen en opnieuw in te schakelen en de wijziging alleen met het partitieprofiel tot stand te brengen. Voor sommige taken moet u de computer een of meerdere keren opnieuw starten voordat de wijzigingen van kracht zijn en u de nieuwe console kunt gebruiken.
Voor meer informatie over het overschakelen naar een ander consoletype, raadpleegt u Consoles, interfaces en werkstations wijzigen.