In dit scenario wordt beschreven wat er gebeurt tijdens het opstartproces van de server als de overname van de console is geactiveerd en er meer dan een op het LAN aangesloten apparaat beschikbaar is.
Instelling: De apparaten in het LAN worden LAN1, LAN2 en LAN3 genoemd. De werkstand is onbewaakt (normale werkstand). De server wordt opgestart. Op het moment tijdens de opstartprocedure dat het console-apparaat wordt vastgesteld, wordt de console het eerste apparaat van het type dat is vastgelegd in de console-instelling (LAN in ons voorbeeld) en dat verbinding maakt. Op dit apparaat worden de bekende consolevensters weergegeven.
In dit voorbeeld is LAN1 het eerste apparaat dat verbinding maakt. Tijdens de opstartprocedure van de server worden op dit apparaat de statuswijzigingen weergegeven zoals op een gewone console en het eventueel aanmeldvenster van i5/OS. Op LAN2 en LAN3 wordt een speciaal venster DST Sign-on weergegeven met een nieuwe gegevensregel en de melding ATTENTION: This device can become the console. De rest van het venster is hetzelfde als het venster DST Sign-on. Op LAN2 meldt een gebruiker zich aan die gemachtigd is om de console over te nemen. Deze gebruiker ziet nu hetzelfde venster Console Information Status en in het veld Take over the console staat nu YES om aan te geven dat overname mogelijk is. Op LAN3 meldt zich een gebruiker aan die niet beschikt over de machtiging voor het overnemen van de console. In het veld Take over the console wordt NO weergegeven omdat de gebruiker hier niet over de juiste machtiging beschikt om de console over te nemen.
Op dit moment voldoet slechts een apparaat aan alle voorwaarden voor overname van de console. Onder in het venster wordt de melding F10=Take over console connection weergegeven. Als de gebruiker op F10 drukt, verschijnt het venster Take over Console Connection From Another User. In dit venster kunt u de overname bevestigen of alsnog annuleren. Als u 1 selecteert en vervolgens op Enter drukt, wordt de overname uitgevoerd. Vrijwel direct verschijnt op LAN1 het speciale venster DST Sign-on en verschijnt op LAN2, het apparaat dat de overname startte, hetzelfde venster dat werd weergegeven op LAN1 toen de overdracht plaatsvond. Als er een taak wordt uitgevoerd, wordt deze niet onderbroken. Het is zelfs mogelijk dat de oorspronkelijke console gelicentieerde interne code (LIC) installeerde of i5/OS, of het systeem compleet heeft opgeslagen in de onderhoudsstand, zonder dat de server hiervan op de hoogte was. U kunt zelfs de consoleverbinding verbreken en deze later weer herstellen. De taak wordt dan gewoon uitgevoerd en op het scherm verschijnen dan weer de taakgegevens. Als er een groot aantal schermgegevens is verzonden door de taak maar deze gegevens niet kunnen worden afgeleverd, worden de gegevens opgeslagen tot deze later kunnen worden weergegeven. Als de verbinding wordt hersteld door een bevoegde gebruiker (met een machtiging voor het overnemen van de console) vanaf een geschikt apparaat, kan het voorkomen dat het scherm enkele malen achtereen snel wordt vernieuwd tot alle opgeslagen gegevens zijn afgeleverd. Eigenlijk wordt het verbreken en vervolgens herstellen van de verbinding beschouwd als een herstelprocedure en niet als een overname.
De gegevens die worden weergegeven op LAN3, veranderen niet als gevolg van de overname. Als de gebruiker op LAN3 echter op Enter drukt, worden alle velden vernieuwd met uitzondering van het veld Take over the console. De waarde in dit veld wordt alleen vernieuwd als de gebruiker het venster sluit en zich opnieuw aanmeldt.