Scenario: een console herstellen als u hiervoor de console moet wijzigen

In dit scenario worden de gevallen besproken waarbij van consoleconnectiviteit moet worden gewisseld om van een consolefout te herstellen. Het verlies van het netwerk tijdens normale bewerkingen is hier een voorbeeld van.

De waarde van het consoletype kan met een van de volgende methoden worden gewijzigd:

De aanbevolen methode voor een directe wijziging als er een ander werkstation beschikbaar is, is het gebruik van de eigen macro OPSCONSOLE. U kunt de macro gebruiken om de waarde van het consoletype te wijzigen en vervolgens de functie OPSCONSOLE RESET uit te voeren om te zorgen dat het systeem het nieuwe consoletype gaat gebruiken. Voor meer informatie over het gebruik van de eigen macro van Operations Console, raadpleegt u Problemen oplossen met de macro OPSCONSOLE.

De aanbevolen methode voor een directe wijziging indien er geen ander werkstation beschikbaar is, zijn de servicefuncties van de console (65+21). Als u de console probeert te installeren en dit mislukt, vormen de servicefuncties van de console (65+21) de enige beschikbare methode. Raadpleeg voor meer informatie Servicefuncties van console gebruiken (65 + 21).

Voor de andere methoden die eerder zijn genoemd moeten veelal handmatig wijzigingen worden aangebracht om de juiste resources te activeren voor het nieuwe consoletype. Deze wijzigingen vereisen ook dat de bijbehorende resources beschikbaar zijn in een status waarin ze kunnen worden gebruikt. Wijzigingen die met deze methoden zijn aangebracht, worden van kracht als u de server de volgende keer start en de rechtstreeks verbonden lokale console dankzij een nieuw gelabelde I/O-adapter verbinding kan maken.

In dit scenario willen we de connectiviteit van de console direct wijzigen en direct een ander apparaat gebruiken. U gebruikt een lokale console op een netwerk (LAN) wanneer er een storing in het netwerk optreedt. De console wordt gebruikt door uw logische partitie en u beschikt over een adapter voor asynchrone communicatie die gelabeld kan worden voor de console. U besluit het label te wijzigen naar de asynchrone communicatie-IOA zodat u een rechtstreeks verbonden lokale console kunt activeren. U gebruikt de alternatieve procedure (dynamisch labelen) om labelwijzigingen aan te brengen voor de labels console en Operations Console. U gebruikt ook functie 65, 21, 21 van de HMC-opdrachtregel om te zorgen dat het systeem het nieuwe consoletype gaat opzoeken en gebruiken.

Nadat de wijziging met succes is uitgevoerd, moet de gebruiker zich opnieuw aanmelden. Omdat in dit scenario de verbinding overgaat van een lokale console op een netwerk (LAN) naar een lokale console (rechtstreeks verbonden) verschijnt op de nieuwe console niet het speciale venster DST Sign-on of het venster Console Information Status. De verbonden console is namelijk de enige geldige console na de wijziging. Als het netwerkprobleem is opgelost, gaat het op een LAN aangesloten apparaat direct naar het venster Console Information Status maar kan de besturing van de console pas worden overgenomen als de waarde voor het consoletype wordt teruggezet naar Operations Console (LAN). Overname is niet mogelijk als een apparaat rechtstreeks is verbonden omdat de server maar een verbinding van dit type toestaat.


Feedback verzenden|Deze pagina beoordelen