De console wijzigen van Operations Console in een twinaxconsole op een systeem met een HMC

U kunt de console voor het beheer van i5/OS wijzigen van Operations Console (LAN-aansluiting of direct verbonden) in een twinaxconsole. Deze instructies zijn van toepassing op gepartitioneerde systemen of op niet-gepartitioneerde systemen die worden beheerd door een Hardware Management Console (HMC).

Als u van plan bent de console te wijzigen van een lokale console (LAN) in een twinaxconsole, wilt u wellicht de lokale console (LAN) voor een ander doel gebruiken. Het kan bijvoorbeeld zijn dat u de LAN-resource wilt gebruiken als backupconsole of voor iSeries Navigator-verbindingen (een service- of servicetoolsserver). In deze situaties moet u de LAN-adapter niet verwijderen of verplaatsen. Raadpleeg Backupconsole voor i5/OS voor meer informatie over het gebruik van de lokale console (LAN) als backupconsole.

Voordat u de console voor het beheer van i5/OS wijzigt van Operations Console in een twinaxconsole, moet u ervoor zorgen dat uw huidige configuratie voldoet aan de volgende vereisten:
  • De HMC is geïnstalleerd en geconfigureerd. Installatie-instructies voor HMC vindt u bij De HMC instellen.
  • Een logische partitie voor i5/OS is geconfigureerd, geïnstalleerd en geactiveerd. Raadpleeg voor meer informatie over logische i5/OS-partities Partitionering voor i5/OS met een HMC. Het is mogelijk dat deze logische partitie de enige logische partitie op het systeem is.
  • U beschikt over een actuele backup van het systeem of de logische partitie (inclusief besturingssystemen, gelicentieerde programma's en gegevens). Informatie over het maken van een backup van het systeem of de logische partitie vindt u bij Backup en herstel van gegevens.
  • Er is een lokale console (direct verbonden) of een lokale console (LAN) ingesteld en deze beheert een logische i5/OS-partitie. Zie Operations Console beheren.
  • De systeemwaarde QAUTOCFG wordt ingesteld op On. Gebruik de opdracht WRKSYSVAL QAUTOCFG (werken met systeemwaarde) om dit te controleren.
Belangrijk: In de onderstaande procedure schakelt u de partitie uit en start u deze opnieuw. Als u de consoles wilt wijzigen zonder de partitie opnieuw op te starten, raadpleegt u Alternatieve procedure: De console wijzigen zonder uitschakeling van het beheerde systeem. Als u deze alternatieve procedure gebruikt en de console verandert van of naar een twinaxconsole moet u mogelijk een opstartprocedure (IPL) uitvoeren om de wijziging te voltooien.
Voer de volgende taken uit om de console voor het beheer van het besturingssysteem i5/OS, te wijzigen van Operations Console in een twinaxconsole op een systeem dat wordt beheerd door een HMC:
  1. Bent u van plan om hardware die vereist is voor de geplande console te installeren, te verwijderen of te vervangen?
    • Zo ja, ga dan naar stap 2.
    • Zo nee, ga dan naar stap 8.
    Opmerking: U kunt de HMC gebruiken om de Operations Console-adapter te vervangen. U hoeft dan geen IPL uit te voeren om de nieuwe twinaxadapter te kunnen vinden. In dat geval kunt u verder gaan met stap 10.
  2. Schakel de i5/OS logische partitie uit met behulp van de actieve console of een ander werkstation. U kunt ook de HMC gebruiken om de i5/OS logische partitie af te sluiten..
  3. Schakel het beheerde systeem uit.
  4. Hebt u een ander werkstation waarmee u toegang kunt krijgen tot SST (System Service Tools)?
    • Zo ja, dan kunt u de Operations Console-adapter verwijderen als deze niet wordt gebruikt, bijvoorbeeld als backupconsole, servicetoolsserver (bij gebruik van een lokale console in een netwerk) of als service op afstand (als de lokale console rechtstreeks is aangesloten).
    • Zo niet, verwijder de Operations Console-adapter dan nog niet. Operations Console wordt gebruikt om het nieuwe consoletype in te stellen. Als de Operations Console-adapter moet worden vervangen door de twinaxconsole-adapter, wordt er verderop in deze stappen een alternatieve methode geboden.
  5. Installeer de twinaxconsole-adapter. Raadpleeg PCI-adapter voor instructies.
  6. Sluit de twinaxkabel aan. Zie Bekabeling voor de server voor instructies.
    Opmerking: Voer niet alle bekabelingsinstructies uit. Voer alleen de stappen uit voor installatie van de twinaxconsole-adapter en bekabeling tussen de twinaxconsole en het systeem.
  7. Schakel het beheerde systeem in.
  8. Gebruik de HMC voor het wijzigen van de console-instelling voor het i5/OS-partitieprofiel van Operations Console naar twinaxconsole.
  9. Met de HMC activeert u een partitieprofiel om de logische partitie met i5/OS te starten. Hierdoor kan de server de nieuwe twinaxadapter vinden.
  10. Configureer de twinaxconsole. Zie Een twinaxconsole instellen voor instructies.
  11. Als u op dit moment een lokale console (LAN) gebruikt en niet van plan bent om de resource voor een ander doel te gebruiken, voert u de volgende stappen uit om de toewijzing van de netwerkadapter ongedaan te maken:
    1. Zorg ervoor dat het consoletype in i5/OS is ingesteld op Operations Console (LAN).
    2. Als u DST gebruikt, selecteert u Werken met DST-omgeving; als u SST gebruikt, selecteert u Work with service tools user IDs and devices.
    3. Als u DST gebruikt, selecteert u Systeemapparaten.
    4. Selecteer Console selecteren. De waarde van de huidige console staat in het invoerveld. De waarde 0 betekent dat er geen waarde is ingesteld voor de console.
    5. Druk op F11 om naar de configuratieweergave te gaan.
    6. Druk op F6 om de configuratiegegevens te verwijderen.
    7. Druk op F7 om de nieuwe waarde op te slaan.
      Belangrijk: Als u deze werkzaamheden uitvoert vanaf een lokale console in een netwerk (LAN), wordt door deze deactivering de Operations Console-verbinding verbroken. Het kan zijn dat u de verbinding niet opnieuw tot stand kunt brengen zonder dat u de server eerst opnieuw start.
    8. (Optioneel) Druk op F13 om de LAN-adapter te deactiveren.
    9. Druk op F12 om het venster te sluiten.
      Opmerking: Als u op dit moment Operations Console (Direct) gebruikt, moet de asynchrone communicatieadapter geïnstalleerd blijven, omdat u deze in de toekomst mogelijk nodig hebt voor service op afstand.
  12. Schakel de logische i5/OS-partitie uit met behulp van de actieve console of een ander werkstation. U kunt ook de HMC gebruiken om de i5/OS logische partitie af te sluiten..
  13. Als u de Operations Console-adapter wilt verwijderen, voert u de volgende stappen uit:
    1. Schakel het beheerde systeem uit.
    2. Verwijder de Operations Console-adapter.
    3. Schakel het beheerde systeem in.
  14. Gebruik de HMC voor het activeren van het i5/OS-partitieprofiel om het nieuwe profiel van kracht te laten worden.
  15. Configureer de Operations Console-PC als u deze niet gebruikt als backupconsole. Zie De PC configureren voor het nieuwe consoletype voor instructies.

Send feedback | Rate this page