Bladeservergegevens controleren

Voordat u begint: Zorg ervoor dat u de iSCSI network planning worksheets bij de hand hebt; u zult deze nodig hebben voor informatie bij het voltooien van deze taak.
U kunt deze procedure vanaf elk webbrowservenster van de Management Module (MM) starten.
  1. Selecteer Hardware VPD in het navigatiedeelvenster aan de linkerkant van het venster onder Monitors.
  2. Blader verder en zoek naar de kop BladeCenter Hardware VPD.
  3. Zoek in het gedeelte Blade Servers van de afgebeelde tabel, de rij op die overeenkomt met de bladeserverruimte of -ruimten die moet(en) worden gekoppeld.
  4. Controleer de gegevens van de kolommen Machine Type/Model (werkblad-item RS5) en Machine Serial No. (werkblad-item RS4) in de tabel met gegevens in de iSCSI Network Planning Worksheets. Corrigeer de eventueel aanwezige discrepanties op het werkblad en in de configuratieobjecten van het i5/OS-systeem op afstand die mogelijk zijn gemaakt. Raadpleeg Configuratie-eigenschappen systeem op afstand wijzigen voor informatie over het aanbrengen van configuratieobjectwijzigingen.
  5. Blader verder naar de kop BladeCenter Server MAC Addresses.
  6. Zoek in het gedeelte Blade Servers (werkblad-item RS5) van de afgebeelde tabel, de rij op die overeenkomt met de bladeserverruimte of -ruimten die moet(en) worden gekoppeld.
  7. Controleer of juist onder de rij Blade Servers die hierboven is beschreven, in de kolom Namen Daughter Card or Exp Card wordt vermeld.
  8. Vergelijk de informatie in deze rij met de iSCSI Network Planning Worksheets.
    • MAC Address 1 komt overeen met het iSCSI-adres voor poort 1 (werkblad-item RS11)
    • MAC Address 2 komt overeen met het LAN-adres voor poort 1 (werkblad-RS15)
    • MAC Address 3 komt overeen met het iSCSI-adres voor poort 2 (werkblad-item RS11)
    • MAC Address 4 komt overeen met het LAN-adres voor poort 2 (werkblad-RS15)

    Corrigeer de eventueel aanwezige discrepanties op het werkblad en in de configuratieobjecten van het i5/OS-systeem op afstand die mogelijk zijn gemaakt. Raadpleeg Configuratie-eigenschappen systeem op afstand wijzigen voor informatie over het aanbrengen van de configuratieobjectwijzigingen.

  9. Selecteer aan de linkerkant van het venster op het navigatiedeelvenster Restart MM, voor het opnieuw starten van de Management Module.
  10. Klik op OK om te bevestigen dat u de Management Module opnieuw wilt starten. Er wordt dan een venster afgebeeld dat aangeeft dat het browservenster zal worden afgesloten. Klik op OK.

Feedback verzenden|Deze pagina beoordelen