Beheerd systeem inschakelen

In het venster Beheerd systeem inschakelen kunt u de opties selecteren voor het inschakelen van het systeem.

Kies een van de volgende werkstanden:

Standby partitie: Hiermee kunt u logische partities maken en activeren. Wanneer het inschakelen met Standby partitie is voltooid, bevindt het systeem zich in de werkstand Standby.

Systeemprofiel: Hiermee schakelt u het systeem in volgens een vooraf gedefinieerde set systeemprofielen. Selecteer het systeemprofiel dat u wilt gebruiken in de onderstaande lijst.

Partitie automatisch starten: Hiermee schakelt u het beheerde systeem in met de werkstand Standby partitie. Vervolgens worden alle partities geactiveerd die gemarkeerd zijn als automatisch starten of die actief waren toen het systeem werd afgesloten. Als u bijvoorbeeld een partitie maakt met vier processors, dynamisch een processor van de logische partitie verwijdert en vervolgens het systeem afsluit, wordt deze partitie met de optie Partitie automatisch starten geactiveerd met drie processors, omdat de configuratie met drie processors de laatst gebruikte configuratie is. De HMC (Hardware Management Console) negeert alles wat er in het profiel voor de partitie is opgegeven. U kunt logische partities in de werkstand Partitie automatisch starten, maken en activeren.

Hardwaredetectie: Deze optie is alleen beschikbaar als het systeem het hardwaredetectieproces kan gebruiken om de I/O-hardware-inventaris voor het beheerde systeem vast te leggen. Het hardwaredetectieproces legt informatie vast over alle I/O-apparaten -- vooral over de apparaten die momenteel niet aan partities zijn toegewezen. Als u de inschakeloptie voor hardwaredetectie voor een beheerd systeem selecteert, wordt het beheerde systeem ingeschakeld in een speciale werkstand waarmee de hardwaredetectie wordt uitgevoerd. Nadat het hardwaredetectieproces is voltooid, bevindt het systeem zich in de werkstand Operationeel terwijl de partities zijn uitgeschakeld. Het hardwaredetectieproces legt de hardware-inventaris vast in een cache op het beheerde systeem. De verzamelde informatie kan vervolgens worden gebruikt bij het afbeelden van gegevens van I/O-apparaten of het maken van een systeemplan op basis van het beheerde systeem.

Kies bovendien een systeemprofiel dat de partities bevat die u wilt activeren wanneer het beheerde systeem wordt ingeschakeld.