Vereisten

Om de HMC goed te kunnen configureren, moet u inzicht hebben in verwante concepten, beslissingen nemen en informatie voorbereiden.

Gebruik de onderstaande informatie voor het identificeren en verzamelen van de informatie die u nodig hebt om de HMC te configureren, bijvoorbeeld hoe u de HMC wilt verbinden met een server, met een bedrijfsnetwerk en met uw serviceprovider.

Mogelijk wilt u dit gedeelte afdrukken of uw beslissingen, vereisten en instellingen noteren zodat u deze bij de hand hebt tijdens het uitvoeren van de configuratiestappen.

HMC-basisgegevens

Gebruikers en rollen maken

Dit is een optionele stap. Als u van plan bent extra gebruikers te definiëren, houd dan rekening met de volgende informatie:

Contactgegevens

Verzamel de volgende contactgegevens:

HMC-netwerkingstellingen

Uw HMC heeft waarschijnlijk twee netwerkadapters; een voor een besloten servicenetwerk om verbinding te maken met het beheerde systeem en een voor een open netwerk om verbinding te maken met uw LAN (Local Area Network), waarmee u toegang tot uw HMC kunt krijgen met behulp van een browser op het netwerk.

Een besloten servicenetwerk biedt een grotere veiligheid en is gemakkelijker te configureren. Met behulp van een besloten servicenetwerk kan de HMC automatisch het beheerde systeem vinden. Daarom is het raadzaam om de HMC te verbinden met een besloten servicenetwerk. Schema's van de bekabelingspoorten vindt u in de Installation and Configuration Guide for the Hardware Management Console.

Een open netwerk bevat andere netwerkeindpunten dan de HMC's en de beheerde systemen en kan zich uitstrekken over meerdere subnetten en netwerkapparaten.

Mediasnelheid selecteren

Bepaal of u de snelheid van het opslagmedium wilt opgeven voor elke Ethernet-adapter of dat u de snelheid automatisch wilt laten vaststellen door de HMC.

Als u het systeem voor het eerst configureert, wordt de automatische standaarddetectie aangeraden. Maar mogelijk wilt u in bepaalde situaties de snelheid van de adapter verminderen. Als u van plan bent de opslagmediumsnelheid voor elke Ethernet-adapter op te geven, bepaal dan de opslagmediumsnelheid en de duplexwerkstand voor elke Ethernet-adapter, bijvoorbeeld 100 Mbps full duplex.

Een besloten servicenetwerk configureren

Voor de eerste adapter, in de meeste gevallen eth0, die is aangesloten tussen de HMC en de serviceprocessor op het beheerde systeem (HMC1 of HMC2), moet u het volgende doen:

Met de instellingen van dit besloten servicenetwerk vindt de HMC automatisch de clients, het beheerde systeem of de systemen die u aan de HMC koppelt. Deze methode is veilig en wordt aanbevolen omdat er zich geen andere apparaten op het servicenetwerk bevinden. U kunt er echter voor kiezen om statische IP-adressen voor dit netwerk te gebruiken. Als u deze gebruikt, zijn dezelfde gegevens nodig die voor een open netwerk worden gebruikt en moet u de beheerde systemen handmatig aan het HMC-netwerk toevoegen. De HMC vindt de beheerde systemen niet automatisch.

Als u de HMC wilt verbinden met een besloten servicenetwerk, voer dan de volgende voorbereidingstaken uit:

  1. Bepaal de hostnaam en de domeinnaam voor de HMC. Desgewenst kunt u ook een beschrijving opgeven in het hiervoor bestemde veld. Deze instellingen worden gebruikt om de HMC te kunnen herkennen.
    Opmerking: Deze stap is alleen nodig als u van plan bent de HMC te verbinden met een open netwerk nadat de HMC is verbonden met een besloten servicenetwerk.
  2. Bepaal of u de HMC wilt configureren als de DHCP-server (Dynamic Host Configuration Protocol).
  3. Selecteer een van de volgende standaard niet-routeerbare IP-adresreeksen voor uw besloten servicenetwerk:
    192.168.0.2 - 192.168.255.254            10.128.0.2 - 10.128.15.254  
    172.16.0.3 - 172.16.255.254              10.128.128.2 - 10.128.128.254
    172.17.0.3 - 172.17.255.254              10.128.240.2 - 10.128.255.254
    10.0.0.2 - 10.0.0.254                    10.254.0.2 - 10.254.0.254
    10.0.128.2 - 10.0.143.254                10.254.240.2 - 10.254.255.254
    10.0.255.2 - 10.0.255.254                10.255.0.2 - 10.255.0.254
    10.1.0.2 - 10.1.15.254                   10.255.128.2 - 10.255.143.254
    10.1.255.2 - 10.1.255.254                10.255.255.2 - 10.255.255.254
    10.127.0.2 - 10.127.15.254               9.6.24.2 - 9.6.24.254       
    10.127.255.2 - 10.127.255.254            9.6.25.2 - 9.6.25.254
    

    Opmerking: Als u besluit uw besloten servicenetwerk in de toekomst te verbinden met een open netwerk, biedt het gebruik van standaard niet-routeerbare IP-adressen het voordeel dat de DHCP-servers ook kunnen samenwerken in het open netwerk.

  1. Als u van plan bent de HMC te configureren als een DHCP-client, genereert de HMC een IP-adres dat zich reeds in het besloten servicenetwerk bevindt. Als u de voorkeur geeft aan het gebruik van statische IP-adressen, selecteert u een adres dat zich bevindt binnen de reeks die wordt gebruikt door de andere systemen in het netwerk.

*In sommige situaties wilt u wellicht de snelheid van de adapter verminderen. Deze situaties worden besproken in de Installation and Configuration Guide for the Hardware Management Console.

Een open netwerk configureren

Als u een open netwerk wilt configureren, moet u eerst een besloten servicenetwerk configureren en vervolgens verbindt u een andere adapter op de HMC met uw bedrijfsnetwerk.

Voor de tweede adapter, in de meeste gevallen eth1, die is aangesloten tussen een tweede adapter op de HMC en uw LAN, moet u het volgende doen:

Als u van plan bent de HMC op afstand te besturen of toegang op afstand wilt verlenen aan anderen, moet u plannen dat u de firewallinstellingen voor de HMC wilt wijzigen. Identificeer de toepassingen of IP-adressen die u wilt toestaan via de firewall van de HMC.

Als u de HMC wilt verbinden met een open netwerk, voer dan de volgende voorbereidingstaken uit:

  1. Voltooi eerst de voorbereidingstaken voor het configureren van een besloten servicenetwerk en voer vervolgens de volgende stappen uit:
  2. Verbind uw besloten servicenetwerk met een open netwerk:
    1. Als u van plan bent DNS (Domain Name System) in te schakelen, doet u het volgende:
      • Identificeer de IP-adressen van de DNS-server.
      • Bepaal de volgorde waarin er wordt gezocht naar de adressen.
      • Bepaal de volgorde waarin er wordt gezocht naar de domeinextensies.
    2. Selecteer de adapter die u wilt gebruiken als de standaardgateway voor het open netwerk.
    3. Identificeer het gateway-adres.
    4. Als u van plan bent de HMC op afstand te besturen of toegang op afstand wilt verlenen aan anderen, moet u de firewallinstellingen voor de HMC wijzigen. Identificeer de toepassingen of IP-adressen die u wilt toestaan via de HMC-firewall.

HMC service en ondersteuning

De contactgegevens die u hebt opgegeven, worden gebruikt voor servicetransacties voor deze HMC.

Bepaal welk type verbinding u wilt configureren om contact op te nemen met uw serviceprovider.

U kunt meer dan een optie kiezen. De HMC kiest een andere verbindingsmethode als een bepaalde methode niet functioneert.

Registratie voor Service Agent

Bepaal of u zich wilt registreren voor IBM Electronic Service Agent. Als u besluit zich te registreren, voer dan de volgende taken uit:
  1. Ga naar Mijn IBM-profiel, klik op Registreren en volg de instructies voor registratie.
  2. Noteer de twee bij IBM geregistreerde ID's als u van plan bent gebruikers te machtigen voor het gebruik van de Electronic Service Agent-informatie.

SMTP (Simple Mail Transfer Protocol) identificeren

Als u wilt dat een bepaald gebruikers-ID e-mails ontvangt als er problemen bij IBM worden gemeld, moet u de SMTP-server en de e-mailadressen opgeven die een bericht moeten ontvangen wanneer zich problemen voordoen op het systeem.

Aanvullende instellingstaken

Redundante HMC

Als dit een tweede (redundante) HMC in uw omgeving is, moet u ervoor zorgen dat het HMC-codeniveau van deze HMC overeenkomt met het codeniveau dat u al hebt.

Een redundante HMC beheert een systeem dat al door een andere HMC wordt beheerd. Als twee HMC's een systeem beheren, zijn dit peerwerkstations, en kunnen beide HMC's worden gebruikt om het beheerde systeem te beheren. Een HMC kan verschillende beheerde systemen beheren en elk beheerde systeem kan twee HMC's hebben. Als beide HMC's met de server zijn verbonden met behulp van besloten netwerken, moeten beide HMC's DHCP-servers zijn die zijn ingesteld om IP-adressen op twee unieke, niet-routeerbare IP-adresreeksen te leveren.

Toegangswachtwoorden maken

Als de configuratiewizard is voltooid en het beheerde systeem wordt ingeschakeld, moet u drie wachtwoorden definiëren die nodig zijn om de verbinding met de server te voltooien.

Voor meer informatie, raadpleegt u Operations Guide for the Hardware Management Console.