Tagged I/O

Geeft informatie over de fysieke locatie van de tagged I/O-resources voor de partitie. Een tagged resource is een IOP (I/O-processor) die een apparaat bestuurt dat een specifieke functie voor een logische partitie uitvoert. De apparatuur die de essentiële functies uitvoert, omvat het schijfstation van de laadbron, het alternatieve herstartapparaat, de partitieconsole, de alternatieve partitieconsole en het rechtstreeks aangesloten Operations Console-apparaat.

Deze informatie wordt alleen afgebeeld voor i5/OS-partities. U kunt de waarden op deze pagina niet wijzigen.

De fysieke locatie van de volgende I/O-resources wordt afgebeeld:

Laadbron

Beeldt de fysieke locatie af van het schijfstation dat het gelicentieerde i5/OS-programma voor de partitie bevat. Voor elke logische partitie moet één schijfstation als de laadbron worden aangewezen. Het systeem gebruikt de laadbron om de logische partitie te starten. Deze eenheid wordt altijd aangegeven als eenheid nummer 1 bij het afbeelden van de schijfconfiguratie.

Alternatief herstartapparaat

Beeldt de fysieke locatie af van een bandstation of optisch apparaat dat het gelicentieerde i5/OS-programma voor de partitie bevat. Dit apparaat wordt gebruikt als u installeert vanaf tape of optische opslagmedia, of als het schijfstation van de laadbron niet beschikbaar is.

Console

Hier wordt het consoleapparaat afgebeeld dat een operator kan gebruiken om de werking van i5/OS op de logische partitie te beheren en te observeren. Het consoleapparaat kan de HMC zelf zijn, de fysieke locatie van een werkstation of een logische poort op een HEA (Host Ethernet Adapter).

Alternatieve console

Beeldt de fysieke locatie af van het tweede werkstation waarmee de gebruiker het systeem bestuurt en observeert als het consolewerkstation niet beschikbaar is. Deze instelling is alleen van toepassing als het primaire consoleapparaat een twinaxconsole is.

Rechtstreeks aangesloten Operations Console

Beeldt de fysieke locatie af van het rechtstreeks aangesloten Operations Console-apparaat. Dit apparaat is gekoppeld aan een externe lijn die wordt gebruikt om informatie naar de serviceafdeling te sturen als het beheerde systeem problemen ondervindt.

U bent niet verplicht een rechtstreeks aangesloten Operations Console-apparaat op te geven. Per beheerd systeem hoeft er slechts op één logische partitie een rechtstreeks aangesloten Operations Console-apparaat actief te zijn.